< Terug

Preekschets Lukas 9:10-17

5e zondag na Epifanie

Lucas 9:13a

Maar hij zei tegen hen: ‘Geven jullie hun te eten.’

Schriftlezing: Lucas 9: 10-17

Thema: Spijziging van de vijfduizend

Het eigene van de zondag

Opnieuw in de Epifaniëntijd een bijzonder gebeuren, nu niet bij individuele mensen, maar bij een grote groep: vijfduizend. Het is de moeite waard de vier versies van dit gebeuren synoptisch te vergelijken om te zien hoe het kerugma wordt doorgegeven.

Uitleg

In de opbouw van het evangelie naar Lucas volgt de spijziging van de vijfduizend met een kort tussengedeelte over Herodes en Jezus (9:7-9) op de uitzending van de apostelen (9:1-6).

Bij deze uitzending staat de verkondiging van het Koninkrijk van God en het doen van genezingen centraal. Na de terugkeer van de apostelen en het verslag van hun bevindingen gaat Jezus met hen naar een plaats Betsaïda, waarschijnlijk gelegen hebbend aan de noordkant van het meer van Galilea.

Scharen mensen volgen hem. Jezus ontvangt hen, spreekt tot hen over het Koninkrijk van God en maakt diegenen die genezing nodig hebben, gezond.

Ook nu weer noemt Lucas de twee kanten van Jezus’ werkzaamheid: de prediking van het Koninkrijk van God en het genezen van zieken.

Het Koninkrijk van God is in alle drie synoptische evangeliën een begrip dat onlosmakelijk verbonden is met de prediking van Jezus.

In het Oude Testament functioneert dit begrip zuiver theologisch: JHWH regeert als koning, met een dynamisch karakter meer dan alleen lokaal. Eschatologisch doorbreekt het alle nationaal-joodse grenzen: straks zal JHWH heersen over de gehele aarde, zijn troon zal hij in Jeruzalem vestigen en daar zal hij door alle naar Sion pelgrimerende volkeren vereerd worden (Jesaja 24:23; Obadja 21; Zacharia 14:9). Immanente en transcendente (Daniël 7:13) eschatologie spelen een rol. De laatste krijgt vooral betekenis in de apocalyptiek, waarbij vele gedetailleerde beschrijvingen hoe het straks zal zijn, worden geleverd. Er is in die periode sprake van een verwachten van een eschatologische nationale Messias-koning en de hoop op de eschatologische openbaring van het koningschap van God die in een zekere spanning ten opzichte van elkaar staan: aan het einde der dagen komt de Messias. Hij wordt koning van Israël en onderwerpt alle volkeren (Str. B. IV, 2, 968v). Pas dan breekt uit de transcendentie het tot dan toe verborgen koningschap van God aan en wel op aarde, zoals ook de rabbijnen leren.

Het begrip Koninkrijk van God in het Nieuwe Testament heeft daardoor een ‘toekomstig’ karakter: het is komende, het is nabij zoals de verkondiging van Jezus luidt. Tekenen in het heden (van toen) wijzen op een spoedig en onverwacht aanbreken van dat Rijk. Daarnaast heeft het begrip in het Nieuwe Testament ook een ‘heden’ karakter: bepaalde gebeurtenissen zoals het uitdrijven van ziekmakende demonen door Jezus laten zien dat het Koninkrijk van God reeds gekomen is (vgl. Matteüs 12:28). Er is een joodse verwachting dat aan het einde der tijden de macht van de satan gebonden zal zijn (Str.B. I, 167v). Dat is in de evangeliën nu reeds gebeurd. Door Jezus’ komst op aarde is het einde der tijden aangebroken, is het Koning-zijn van God nu reeds een te ervaren werkelijkheid. Jezus geeft geen theologische beschouwingen over het begrip Koninkrijk van God. Hij laat concreet zien wat leven in het Koninkrijk van God op aarde inhoudt. Wie zijn woorden hoort én doet, zal stand kunnen houden in de eschatologische crisis. Naar het woord van Origenes (185/186-254) is Jezus Christus het Koning-zijn en het Koninkrijk van God in eigen persoon: autobasileia.

Het karakter van Jezus’ eschatologie laat zich daarom omschrijven als ‘sich realisierende Eschatologie’ (E. Haenchen, Joach. Jeremias).

Het begrip Koninkrijk van God zoals het tot uitdrukking komt in de verkondiging van Jezus laat zien dat het diametraal staat tegenover alles wat hier en nu gebeurt, gewoon is te gebeuren en ook altijd zal blijven gebeuren. Het doorbreekt vanuit de wereld van God onze wereld met zijn wetten en normen en gebruiken. Het Koning-zijn van God is een gebeuren van ‘de andere kant’, hier op aarde te midden en ten behoeve van mensen.

In gelijkenissen wordt dat verduidelijkt, in wonderen gepraktiseerd. Het begrip Koning-zijn van God is daarom nooit statisch altijd dynamisch. Het is een gebeuren waarin Jezus mensen wil betrekken, toen en nu.

De spijziging van de vijfduizend moet deze informatie vooraf meekrijgen omdat het begrip Koninkrijk van God daarin centraal staat.

Wanneer de dag teneinde loopt en het tijdstip voor de gewone maaltijd aan het einde van een werkdag begint te naderen, komen de discipelen in actie. Zij stellen Jezus voor de schare weg te sturen naar de dorpen en de boerenhoeven in de omtrek om onderdak en eten te vinden, want ter plekke was er niets. Jezus repliceert door hen het initiatief te geven: ‘Geeft gij hun te eten’. Er blijken niet meer dan vijf broden en twee vissen beschikbaar, volstrekt onvoldoende voor de vijfduizend die aanwezig zijn. Jezus neemt het initiatief volledig over en geeft zijn discipelen opdracht de mensen te laten aanliggen in groepen van ongeveer vijftig. Hij neemt de vijf broden en de twee vissen, ziet op naar de hemel, spreekt de zegen uit, breekt ze en geeft ze aan zijn discipelen die ze doorgeven aan de vijfduizend. Uitermate kort wordt vermeld dat zij allen eten en verzadigd worden. Het slot van het verhaal vertelt dat er twaalf manden met brokken overblijven – voor elke discipel één mand en dat nadat iedereen verzadigd is.

Vijf broden, twee vissen, vijfduizend man en twaalf manden over: op het eerste gezicht een onmogelijke en misschien onbegrijpelijke combinatie. Getallen in het bijbelse getuigenis hebben hun eigen betekenis. Is het daarom niet mogelijk de twaalf manden die over zijn te zien als voedsel voor de andere volkeren, uit te delen door de twaalf discipelen/apostelen nadat het volk Israël – gerepresenteerd door het getal vijfduizend – verzadigd was?

Het Oude Testament kent een spijziging met kwakkels en manna in de woestijn tijdens de uittocht uit Egypte (Exodus 16 en Numeri 11). Ook van Elia (1 Koningen 11 :7-16) en van Elisa (2 Koningen 4:1-7 en 42-44) worden bijzondere dingen vermeld – de laatste voedde honderd man met twintig gerstebroden en vers koren. Rabbijnse bronnen laten zien dat men ook van de Messias verwachtte dat hij manna zou laten verschijnen (Str.B. II,481, vgl. ook Johannes 6:30-31 en 1 Korintiërs 10:3).

Met de komst van Jezus Christus is de nieuwe aeon aangebroken. Het Koning- zijn van God is in hem werkelijkheid geworden. Dat houdt ook in dat hongerigen moeten worden gevoed. Zij wórden gevoed en wel met het gewone volksvoedsel van die tijd: brood en wat erbij: vis. Zij worden allen verzadigd en er blijft nog zoveel over dat ook anderen verzadigd kunnen worden.

Blijkbaar is de boodschap van Jezus Christus in deze perikoop dat er genoeg voedsel is voor iedereen én dat ieder recht heeft op voldoende voedsel. In het Koninkrijk van God, dat is: als God Koning is op deze aarde, is er geen plaats voor honger zoals er ook geen plaats is voor verdriet, ziekte, demonie.

Als de praktijk leert dat dat alles niet het geval is dan is het de taak van de Gemeente van Jezus Christus – begonnen met de twaalf discipelen,/apostelen om die status-quo te helpen doorbreken.

Wie nog iets verwacht van wat het Nieuwe Testament het Koninkrijk van God noemt, mag zich niet neerleggen bij wat ‘de wereld’ de feiten noemt: honger, ellende, uitbuiting, oorlog (‘omdat daar toch niets tegen te doen is’). Uit geloof van enkelingen komt brood, voedsel voort en als het goed is, is er ook nog genoeg voor anderen, verder weg. Mensen ontvangen wat zij nodig heb ben om te kunnen leven – zij geven door wat over is – en er is over – en anderen worden ook verzadigd. Gemeente-zijn van Jezus Christus is anticiperen op het Koning-zijn van God in de werkelijkheid van deze wereld: het is leven uit wat God geeft en uit wat hij opgeeft: het realiseren van bijbelse gerechtigheid.

Aanwijzingen voor de prediking Puntsgewijs enkele thema’s:

1. Ook Lucas typeert Jezus als tweede Mozes, die de eerste zelfs overtreft. Mozes zorgde er alleen voor dat ieder kreeg naar behoefte (Exodus 16:18). Jezus zorgde ervoor dat na ieders verzadiging nog twaalf manden met brokken brood overbleven voor anderen.

2. Deze wonderbare spijziging (en niet zoals rooms-katholieke vertalingen willen: broodvermenigvuldigingen, want daar gaat het niet om) wordt in verbinding gebracht met de viering van het Heilig Avondmaal, speciaal via de interpretatie die Johannes aan de spijziging van de vijfduizend geeft (Johannes 6:1-15) waarbij Jezus als het brood des levens wordt gekwalificeerd (Johannes 6:22-59). Maar: is dat de echte, volledige bedoeling van Lucas?

3. Toen Jezus zelf honger had, verrichtte hij geen wonder voor zichzelf door tegen de ronde stenen voor hem te zeggen dat ze broden werden (Lucas 4:2-4). ‘Waarom toen niet en nu een schare van vijfduizend man honger heeft, wel, wordt niet medegedeeld; alleen dat hij hun honger stilde en niet hoe.

4. Het is zaak de verschillende reacties van de deelnemers aan de bespreking op honger-voedsel-eten zorgvuldig te inventariseren en te evalueren. Veel negatiefs over dé kerk op dit terrein in het verleden moet eerst verwerkt worden evenals een valse spiritualiteit. Wij hebben ons te realiseren: met een lege maag kan het evangelie moeilijk effectief zijn.

Liturgische aanwijzingen

Schriftlezingen: Exodus 16:1-18 (of: 1-36); 2 Koningen 4:42-44 Liederen Psalm 62: 1, 5, 7 ; Gezang 249:3, 349, 361, 362, 363, 364, 57a of b.

Geraadpleegd

  • J.T. Nielsen, Het evangelie naar Lucas (Pred. NT) I, Nijkerk 1986

  • J. van Goudoever, De messiaanse maaltijden, in: zoals er gezegd is over de kring der leerlingen Hilversum-Antwerpen 1966, 10-43.

< Terug