< Terug

Preekschets Mattheüs 27:25 – Israëlzondag

Israëlzondag wordt sinds jaren 2 oktober gehouden in de kerk, om de onlosmakelijke verbondenheid van de kerk met het Joodse volk. In deze preekschets van Henk-Jan Soepenberg n.a.v. Mattheüs 27:25 komt een doordenking aan de orde van de roep vanuit Joodse omstanders aan Pilatus ‘Zijn bloed kome over ons en onze kinderen’. Niet vanuit een ‘zelfvervloeking’ maar vanuit Deuteronomium 19 en het onderscheid tussen opzettelijke en onopzettelijke doodslag. Actueel antisemitisme wordt benoemd als een dreiging voor de hele mensheid.

‘Laat zijn bloed ons maar worden aangerekend, en onze kinderen!’

Mattheus 27:25

Schriftlezing: Mattheus 27:24-25

Overige lezing: Hand. 13:26-33 (vanwege het onderscheid dat Paulus maakt tussen Joden in Klein Azië en Joden in Jeruzalem).

Thema: Waarom zijn veel Joden allergisch voor het christendom? 

Liturgisch kader

Op de eerste zondag van oktober wordt in veel kerken aandacht gegeven aan verbondenheid met het Joodse volk. Ook deze preekschets heeft dat doel. Maar wel met  een verdrietige reden: de kerk draagt zelf een eeuwenlange geschiedenis van antisemitische uitspraken met zich mee. Woorden zijn niet onschuldig. Daarom heb ik als voorzitter van Yachad meegewerkt aan een schuldbelijdenis op de Israëlische ambassade in november 2020. Daarin beleden kerkelijke representanten van reformatorische en gereformeerde achtergrond gezamenlijk schuld voor het klimaat van het veelal wegkijken voor het lot van de Joden tijdens en na de 2e Wereldoorlog.  

Deze schuldbelijdenis werd dankbaar ontvangen op de Israëlische Ambassade. Tegelijk riep rabbijn Binyomin Jacobs de kerken op om niet alleen terug te kijken, maar oog te hebben voor herlevend antisemitisme vandaag. Inderdaad blijken ook daarna allerlei antisemitische denkbeelden via social media te worden gedeeld, al dan niet in combinatie met aloude complottheorieën. En nog steeds is onder christenen de visie geen uitzondering, dat de Joden de rampspoed die hen door de eeuwen heen heeft getroffen, over zichzelf afgeroepen hebben, met de woorden: ‘Laat zijn bloed ons maar worden aangerekend, en onze kinderen!’. 

Inzicht in de geschiedenis van de kerk is van belang om te leren van de fouten van het verleden. En een nieuwe weg in te slaan. Ik hoop dat deze preekschets daaraan mag bijdragen. 

Liedsuggesties: Ps. 2:4, Ps 130:4/Psalmen voor Nu 130, Ps. 146:3, 146A:2, Ps. 147:1,7, Opw. 717, ‘Jezus, leven van mijn leven’

Uitleg

De woorden uit Mattheus 27:25 zijn door de eeuwen heen uitgelegd als een vloekwoord, waarmee de Joden al het latere onheil over zichzelf en over latere generaties hebben afgeroepen. Origines (185-253) stelde al: Jezus’ bloed zal komen over alle generaties Joden tot aan het einde van de wereld (Origines, 185-253). Zo ook (Hieronymus (ca. 347-420): het bloed van de HEER zal van hen niet wijken en Chrysostomos (ca. 345-407): de Joden zijn ‘Godsmoordenaars’. Deze kwalificaties zetten de toon voor de volgende eeuwen. Paus Innocentius II schreef in 1208, dat de Joden over de aarde moeten ronddwalen als Kain, want het bloed van Christus roept tegen hen. Helaas is ook in de gereformeerde traditie deze exegese overgenomen. Berucht werd Luthers publicatie met presentatie van een actieplan vol antisemitische acties (‘Over de Joden en hun leugens’). Wel had Calvijn aandacht voor de trouw van God aan zijn verbond met Abraham, toch kon diens visie het tij niet keren. De Kanttekeningen op de Statenvertaling noteren bij Mat. 27:25 als toelichting: ‘hetwelk ook kort daarna door de Romeinen geschied is en nog geschiedt’. Dezelfde uitleg wordt uitgedragen in destijds zeer populaire Korte Verklaring der Heilige Schrift: ‘Tot in het nageslacht nemen zij de vloek op zich, die vanwege deze daad tegen hen zou uitgaan. Een onbewuste zelfvervloeking van het Joodse volk, en de vervulling heeft men op een vreselijke wijze moeten dragen. Het Joodse volk had met de Messias zijn geheim en eer, maar ook zijn bestaan als volk van de Here God, zijn verkiezing door God, prijsgegeven’. De eerste druk van dit deel verscheen kort na de oorlog (1946).

Hoe kom je tot een alternatieve en verantwoorde exegese van Mat. 27:25?

Allereerst is van belang te letten op het oudtestamentische gebruik van de hier gebruikte uitdrukking. Het neerkomen van het bloed op iemands hoofd kom je tegen in de wetten van Deuteronomium 19, waarin het onderscheid wordt gehanteerd tussen opzettelijke en niet opzettelijke doodslag. Ook kon die uitdrukking een plechtige verklaring zijn om in te staan voor de veiligheid van de ander (Jozua 2). Dit levert de vraag op: als onderscheid gemaakt wordt tussen opzettelijke of niet opzettelijke doodslag, onder welke categorie valt dan de uitroep van het Joodse volk tegenover Pilatus?

Het is ook nodig om te kijken naar het Nieuwe Testament. Wat zegt het gegeven dat de uitdrukking ‘Laat zijn bloed ons maar worden aangerekend, en onze kinderen!’ uitgerekend en alleen bij Mattheus te vinden is? Hij schreef zijn evangelie speciaal voor het Joodse volk. De woorden van de tekst als definitieve vloek interpreteren, is alleen daarom al onjuist.

Verder is exegetisch van belang: wat bedoelt Mattheus, als hij zegt dat ‘heel het volk’ deze woorden riep? Is hier bedoeld: het totale Joodse volk, inclusief iedere toekomstige Jood (want ‘ons en onze kinderen’). Let echter op Paulus’ spreken in Hand. 13:27v, waar hij duidelijk onderscheid maakt tussen Joden in Klein Azië (Perge) en de Joden in Jeruzalem. De beste exegese is daarom: met ‘heel het volk’ bedoelt Mattheus alle Joden die zich bij Pilatus verzameld hadden. Bovendien zijn ze als ‘volk’ te onderscheiden van de Joodse leiders (zie ‘volk’ versus ‘geestelijke leiders’ in 27:20 en 26:5).

Een ander punt: wat mensen roepen (‘Laat zijn bloed ons maar worden aangerekend, en onze kinderen!’) kan nooit de kracht hebben van wat Gods eigen Zoon roept (‘Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen’, Luc. 23:34). De laatste woorden sluiten bovendien beter aan bij een niet-opzettelijke doodslag.

Deze lijn zie je terug in Handelingen. Petrus spreekt over ‘onwetendheid’ in wat Gods volk met de Messias heeft gedaan (Hand 3:17). Sterker nog: het was zelfs Gods bedoeling, dat de Messias moest lijden en sterven, om zo vergeving van zonden mogelijk te maken (Hand. 3:18v). Het gaat in Jezus’ kruisdood niet om het handelen van mensen, maar om het handelen van God: hoe de HEER zegeviert over menselijk handelen.  Mensen kruisigden Jezus, maar God wekte Hem op (Hand. 2:22-24). Zo voltrekt zich Gods verlossingsplan. Dat is goed nieuws voor Joden in Perge (Hand. 13:32v) en voor Joden overal op aarde. God heeft het Joodse volk niet verstoten (Rom. 11:1).

Er is nog een laatste reden, waarom de woorden van de tekst niet een vloek kunnen betekenen. Want Jezus stierf niet als martelaar, maar als middelaar. Het bloed van martelaren roept om wraak, maar het bloed van Jezus roept om verzoening (Hebr. 12:24). Jezus kwam niet naar de wereld om haar te veroordelen, maar om haar te redden (Joh. 12:47).

Aanwijzingen voor de prediking

Jodenhaat kent een lange voorgeschiedenis. Het is bijzonder triest om te zien hoe ook de kerk daarbij de eeuwen door een actieve rol in speelde, zoals hierboven aangeduid. 

Zo begrijp je dat veel Joden heel kritisch zijn op de kerk en het christelijk geloof. Voorbeelden: 

  • De uitspraak van de Joodse schrijver en Nobelprijswinnaar Elie Wiesel, overlevende van Auschwitz: ‘Alle Joden waren slachtoffer. Alle beulen waren christenen’.
  • Toen de Jood David Zadok tot geloof in Jezus als Messias kwam, reageerde z’n vader: ‘Hoe durf jij jezelf een christen te noemen, terwijl de christenen zo velen van ons volk vermoord hebben en ons geheel willen uitroeien.’ Vandaag is David Zadok voorganger van de gemeente Grace and Truth te Kanot in Israël.

Het past de kerk uit de volken om op de hoogte te zijn van de eigen voorgeschiedenis en zich daarvoor te schamen. Is een hoogmoedige houding niet een grote blokkade geweest voor het bekend worden van het goede nieuws onder het Joodse volk?  

Het is indrukwekkend om bij deze tekst het gedicht van Jacobus Revius aan te halen: ‘T zijn de Joden niet, Heer Jesu, die u kruisten … 

Dit gedicht brengt de boodschap van het evangelie pijnlijk dichtbij voor iedereen.

Bij elke christelijke doop vragen we God: Laat het verzoenend bloed van Jezus maar komen over ons en onze kinderen. 

Aandacht geven aan antisemitisme blijft nodig. Denk aan:

  • In Amsterdam durven Joodse mannen niet meer met een keppeltje over straat te lopen, worden Joodse eetgelegenheden belaagd, wordt een Joodse basisschool permanent beveiligd. 
  • Bekend zijn de antisemitische uitlatingen in sommige rechtse kringen, vaak in combinatie met aloude complottheorieën.
  • Antisemitische spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden

Rabbijn Binyomin Jacobs hoopt dat kerken zich krachtig uitspreken tegen dit herlevende antisemitisme (zei hij bij de schuldbelijdenis nov. 2020 in de Israëlische ambassade).  

Kindermoment
Een afbeelding tonen van kamp Westerbork. Vragen: wie is er geweest? Vertellen: in veewagens 93x een transport naar Auschwitz (een ‘retourtje’ kregen de mensen te horen). Zo mogelijk vertellen over Stolpersteine, een herinneringsmonument of synagoge in de eigen woonplaats. Uitleggen dat er eeuwenlange haat is tegen Gods verlossingsplan om Joden en heidenen te redden. 



Jan-Henk Soepenberg werkt als predikant in de Protestantse Kerk Assen. Hij schreef ook een een andere preekschets voor Israëlzondag over Romeinen 11.



< Terug