< Terug

Preekschets Openbaring 7:9

Allerheiligen

Openbaring 7:9

Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal.

Schriftlezing: Openbaring 7:2-12

Het eigene van de zondag

Allerheiligen is geen protestants kerkelijk feest. De dag wordt gevierd in de katholieke en anglicaanse traditie en is in tal van landen een vrije dag. In oecumenisch verband wordt soms een combinatie gemaakt met Allerzielen op 2 november.

Wie deze zondag viert met het accent op Allerheiligen zou kunnen zoeken naar een link met geloofsgetuigen en martelaren. Deze hoeven in een protestantse context geen heiligenstatus te verkrijgen, maar kunnen als identificatiefiguren inspirerend zijn.

Uitleg

De schrijver Johannes roept ten tijde van de heerschappij van keizer Domitianus (81-96 van de gebruikelijke jaartelling) de christenen op trouw te blijven aan het geloof. Hij troost de gemeente met de overwinning van God en het Lam. Zijn Openbaring heeft betrekking op het geheim van God, dat wil zeggen Gods plan met deze wereld. Zijn boodschap openbaart zich door middel van visioenen waarin elementen uit het Oude Testament, de astrologie, de geschiedenis en de actuele situatie te herkennen zijn. Het boek gaat over het verbreken van zeven zegels. Tussen het verbreken van het zesde en zevende zegel staat de voorgestelde schriftlezing. De vier engelen (Openbaring 7:1) staan klaar om schade toe te brengen. Het lijkt erop dat ze tot stilstand worden gebracht door de 144.000 met een zegel, en uiteindelijk gebeurt dat ook.

Het zegel (sphragis) heeft een dubbele betekenis: bescherming en belonging. Te denken valt daarbij aan Ezechiël 9:4 en ook aan de bescherming van het teken dat de Israëlieten op de deurposten moesten aanbrengen vlak voor hun vertrek uit Egypte (Exodus 12). Zij die het zegel dragen zijn dienaren van God. Het woord sphragis wordt zelden gebruikt om slaven te merken. Dan wordt het woord stigma gebruikt. Slaven kunnen bij wijze van straf een stigma krijgen in de vorm van een tattoo of een brandmerk, op hun voorhoofd, zichtbaar voor iedereen (Koester). De 144.000 met het zegel zijn dus uit vrije wil dienaren van God en geen gebrandmerkte slaven.

Het getal 144.000 wordt, aldus Van Hartingsveld, door bepaalde groeperingen letterlijk genomen. Zó zeer zelfs dat de gemeente exact het aantal van 144.000 moet hebben: niet meer en niet minder en met enig kunst- en vliegwerk wordt dit aantal in stand gehouden. Van Hartingsveld bepleit dat niet, maar wijst op de symboliek van de getallen: er zijn 12.000 uit elke stam van Israël. Aune heeft de volgende verklaring: 12 stammen x 12 apostelen x 1000 als christelijk symbool voor de volheid van het nieuwe volk van God, dat samengesteld is uit zowel joden als de volkeren. De 144.000 komen nog een keer voor (Openbaring 14:3-4), daar worden ze aangeduid als heilige strijders die afzien van seksueel contact met vrouwen. Als deze betekenis ook hier zou gelden, staan de 144.000 uit Openbaring 7 voor de militia Christi. Er zou een volkstelling kunnen hebben plaats gevonden voor het vaststellen van de militaire macht, maar ook om redenen als belasting en cultische verplichtingen. Een dergelijke militaire invulling vind ik eenzijdig.

In de opsomming van de stammen (Openbaring 7:5-8) valt een aantal zaken op. Juda, niet de oudste, gaat voorop: uit deze stam is de Messias voortgekomen. De stam Dan ontbreekt. De meest gangbare verklaring is dat Dan veroordeeld is en geassocieerd wordt met de antichrist (Genesis 49:17). Levi, in het Oude Testament meestal niet opgenomen in dergelijke lijsten, staat er wel in. Om tot twaalf stammen te komen is Manasse opgenomen. Dat had ook Efraïm de andere zoon van Jozef kunnen zijn, maar mogelijk is hij eruit gevallen om dat hij ook als te zondig is aangemerkt (Hosea 5:3).

De 144.000 worden gehoord, de onafzienbare, niet te tellen menigte wordt gezien. Beide zintuigen worden aangesproken. Na de 144.000, de geloofshelden , zijn er de gewone gelovigen die niet bijzonder uitblonken en een onderscheiding verdienen. Dat moet een troost zijn voor de vele christenen die niet door bijzondere moed opvallen. Het volk van God bestaat uit beiden groepen: helden en eenvoudige gelovigen.

Johannes ziet deze ontelbare menigte in het wit gekleed, kleur van de zuiverheid en de reinheid, en met palmtakken in de hand. Aune vraagt zich af of Johannes hiermee verwijst naar het Loofhuttenfeest, waarbij eveneens mensen met een palmtak, aangevuld met mirtetakken, beekwilgtakjes en een citrusvrucht zwaaien uit dankbaarheid jegens God. Er staat nergens vermeld dat het een dergelijk uitgebreide palmtak is. De palmtak staat ook in de Grieks-Romeinse wereld symbool voor de overwinning. Atleten en overwinnaars van een oorlog dragen een palmtak in hun rechterhand. Na de strijd van de Makkabeeën staat een palmtak voor de dankzegging aan God. Uit het Nieuwe Testament is het zwaaien van palmtakken bekend bij het inhalen van Jezus in Jeruzalem (Johannes 12:13)

Aanwijzingen voor de prediking

Met het accent op de prediking op Allerheiligen lijkt mij de invalshoek voor de ontelbare menigte (Openbaring 7:9) voor de hand liggen. Deze groep vormt de heiligen, de geloofsgetuigen die ons zijn voorgegaan. Wim van der Zee zegt het in een gebed bij Allerheiligen (in: In het huis van de levende) prachtig:

‘voor profeten en apostelen
en voor de vrouwen die getuigden,
voor hen die geschiedenis maakten
en voor allen die in de schaduw bleven,
voor wie ons de lofzang hebben voorgezongen
en voor wie ons leerden spellen
de grote woorden van uw verhaal
(…)

voor allen die er in ons leven waren,
die ons een teken gaven
of ons een weg gewezen hebben,
voor alle heiligen van vandaag,
Gij alleen kent hun namen.’

Heroïek is daarmee overbodig geworden. Op Allerheiligen hebben we niet te maken met de triomferende menigte, maar juist die mensenmenigte die bescheiden, niet zo groots en meeslepend hun leven leven, hun geloof uiten en daarin relevant en inspirerend voor andere kunnen zijn. We moeten maar eerlijk zeggen dat wij dat zelf ook zijn, hoe graag we ook succesvol zouden willen zijn. Het militante karakter van Openbaring dat er beslist ook is, zou ik op deze zondag waar mijn insteek een van troost is, laten liggen.

Het gegeven dat Johannes de ontelbare menigte ziet, maakt ook de trouw van God duidelijk. Aan Abraham belooft God een ontelbaar groot nageslacht èn dat hij de voorvader van vele naties zal worden (Genesis 13:16, 15:5 en 16:10). Deze belofte is herhaald aan Izaäk en Jakob.

Aune geeft het belang van de ontelbare menigte aan:

The presence of this innumerable host before God in the heavenly temple is not a final state of salvation, since the destruction of the old heaven and earth and the creation of a new heaven and earth provide the necessary setting for the earthly presence of the New Jerusalem.

Liturgische aanwijzingen

Voor wie deze zondag viert met het accent op Allerheiligen suggereer ik twee lezingen: Openbaring 7:2-12 en Matteüs 5:1-12a. De keuze is zowel het lutherse jaarrooster als het driejarige oecumenische leesrooster. Het NLB biedt in de rubriek Allerheiligen (724-736) en Geloofsgetuigen (737-745) een mooi aanbod. Eén lied wil ik extra belichten: NLB 725. ‘Ye holy angels bright’ door Sytze de Vries vertaald in ‘Gij boden rond Gods troon’ verbindt de ontelbare menigte uit Openbaring 7:9 met de individuele gelovige in strofe 4. Iedereen kan op deze manier voor een ander tot inspiratie dienen. De melodie roept op tot meezingen!

Voor gemeenten die in een kerk samenkomen die in de pre-reformatie tijd verbonden is met een heilige, zou ook een lied van ‘hun heilige’ kunnen nemen, als deze er is. Wellicht biedt deze persoon hernieuwde inspiratie.

Het gebouw van de gemeente waaraan ik verbonden ben, is genoemd naar de heilige Laurentius. Sytze de Vries schreef over hem het lied ‘Zijn leven heeft gediend’ in: Jij, mijn adem. Verzamelde liederen, Boekencentrum 2009. De melodie is niet eenvoudig. De tekst geeft een mooi zicht op de heilige Laurentius. Zijn levensverhaal inspireerde de gemeente tot een diaconale houding.

Het verband met de evangelielezing zie ik als volgt: de zaligsprekingen gaan tot en met vers 9 vooral over een houding; vers 10-12 verhalen over de weg die mensen ondergaan vanwege de gerechtigheid. Is in de lezing in Openbaring sprake van voorlopigheid, hier manifesteert zich een gerealiseerde eschatologie. De redding is begonnen. ‘The end is not an event, but a person, aldus G.B. Caird, geciteerd in Koester.

Geraadpleegde literatuur

  • David. E. Aune, Revelation 6-16, World Biblical Commentary, 1998

  • L. van Hartingsveld, Openbaring, Tekst & Toelichting, 1984/1991

  • H.R. van de Kamp, Openbaring, Profetie vanaf Patmos, Commentaar op het Nieuwe Testament (serie III). 2000/2012

  • Craig R. Koester, Revelation. A new translation with introduction and commentary. The Anchor Yale Bible. 2014

< Terug