< Terug

Preekschets Prediker 9:7 – Kerkdienst met jongeren/studenten

Prediker 9:7

Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn.
God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan.

Schriftlezing: Prediker 9:1-12

Het eigene van de gelegenheid

Als predikant bij Stichting Ruimzicht heb ik te maken met studenten die in convivia wonen, studentenhuizen ‘met een plus’. Ter voorbereiding op deze schets maakte ik een rondgang langs alle acht huizen om te praten over de tekst. Met opzet gaf ik geen exegetische informatie vooraf. Ik stelde alleen deze vier vragen: wat raakt je, zowel in positieve als negatieve zin, waar zet je vraagtekens bij en wat is voor jou de centrale boodschap van deze tekst. Een ding werd wel duidelijk: Prediker lokt uit tot gesprek én verwart.

Uitleg

K.H. Miskotte typeert Prediker als de kritische kerkganger die al onze verheven gedachten van commentaar voorziet. En inderdaad word je een beetje onrustig als Prediker aan het woord is. De doden zijn vergeten, ieder mens wacht eenzelfde lot, het hart is vol kwaad en dwaasheid en een snelle hardloper is niet zeker van de overwinning.

Qohèlet komt van een werkwoord dat ‘verzamelen’ betekent en verband houdt met qahal, gemeente. Qohèlet kan een titel zijn voor de voorganger in de gemeente. Maar het verzamelen kan er ook op slaan dat hij als wijsheidsleraar wijsheden verzamelde en die aanbood ter overweging. ‘Stel het je maar zo voor: hij liep met een groepje leerlingen achter zich aan en discussieerde met hen. Probeerde scherpe standpunten op ze uit. Keek hoe ze reageerden en voorzag dat dan weer van een volgende wijsheid. Af en toe stopte hij wat dwaasheid tussen zijn wijsheden, om ze scherp te houden’ (Van Ligten, 310). In De Bijbel Tapes, een hoorspelserie die woord voor woord de tekst volgt van de nbv, wordt Prediker ingesproken door drie acteurs. Drie stemmen die elkaar in de rede vallen, aanvullen, bevragen en uitdagen. Het geeft heel mooi de dialectiek van Prediker weer. Precies zo ging het eraan toe in de gesprekken met de studenten.

In de loop der eeuwen is Prediker van allerlei etiketten voorzien: hij zou een fatalist zijn, een scepticus, een nihilist en zelfs een atheïst. Zijn boek werd omschreven als ‘het hooglied van het pessimisme’. Logisch dat veel gelovigen (‘staat dit boek ook in de Bijbel!?’) niet goed begrijpen waarom het in de Bijbel is opgenomen; erg vroom en hoopvol klinkt het niet. Van Ruler reageert: ‘Wie bang is voor de klachten van de Prediker, weet nog niet over welke dingen we het in het geloof eigenlijk hebben.’

Toch spreekt het boek hedendaagse mensen aan. Het verrast hen dat ook dit geluid in de Bijbel voorkomt. Hoe je Prediker ook waardeert, je moet hem nageven dat hij tot nadenken dwingt. Over het leven dat je leidt, de keuzes die je maakt, je visie op God en je geloofsovertuiging. Sommige mensen missen dan een heleboel (‘waar is de hemel!?’, ‘Prediker kende Jezus Christus niet’), anderen vinden het een verademing dat het hiernamaals meer aandacht krijgt dan het hiernamaals.

Mijn opmerkingen bij de tekst combineer ik met reacties van de jongeren om te laten zien hoe de tekst landde.

Vers 1 plaatst ons gelijk voor een lastige kwestie, in elk geval theologisch: ‘Ook hun liefde, ook hun haat.’ Komen beide uit de hand van God, moeten we ons God zo voorstellen? Ja, zegt Prediker. Van God zijn alle dingen en de mens weet niet wat God voor hem in petto heeft. Letterlijk staat er: ‘de mens weet niet alles voor zijn aanschijn’.

In vers 2 en 3 gaat het over het onontkoombaar lot dat alle mensen treft. Hun leven eindigt bij de dood. Daarin, zo zegt Prediker in vers 12, zijn ze zelfs gelijk aan de dieren. De jongeren herkenden dit als een realiteit (‘klopt, iedereen gaat dood’), maar hadden tegelijkertijd moeite met de harde toon. En inderdaad: met een felle bitterheid moet Prediker constateren dat de dood alles en iedereen gelijkschakelt. Dat is ‘triest’ (nbv), ‘het ergste’ (nbg), ‘een kwaad’ (sv), of, prikkelender nog: ‘dit is, wat alles wat er gedaan wordt onder de zon verpest’ (Pius Drijvers en Pé Hawinkels, 141). Deze laatste vertalers zien dit gegeven, anders dan andere vertalingen, als een verklaring voor het gedrag van de mens: ‘en dit maakt de mensen van binnen verward en kwaadaardig’.

vers 4 geeft, door het gebruik van het woord ‘hoop’, houvast aan hen die moeilijk met Prediker uit de voeten kunnen. Het Hebreeuwse woord heeft te maken met stevig, betrouwbaar zijn. voor hilariteit zorgde de uitdrukking over de hond en de leeuw, in de tijd van Prediker een staande uitdrukking.

Het ‘want ze zijn vergeten’ in vers 5 en 6 was telkens voer voor discussie. Het idee dat een mens niet zou voortbestaan, stuitte op verzet (‘dat is gewoon niet waar’) en riep de vraag op naar het hiernamaals. Waarschijnlijk riep Prediker in zijn eigen tijd vergelijkbare reacties op. Het voortleven van de naam gold als belangrijk. Want: de mens is zijn naam. Pas als iemands naam was uitgeroeid, was hij werkelijk dood. En dus was het in stand houden van iemands naam (bijvoorbeeld door nageslacht te waarborgen via het leviraatshuwelijk) essentieel. Prediker trekt deze gangbare opvatting in twijfel en zegt: maak je geen illusie, allemaal worden we vergeten. Prediker lijkt in alles de nietigheid van de mens te willen benadrukken, tegenover een God in wiens ‘hand’ alles is. Bij Prediker vinden we geen vastomlijnd beeld over een leven na dit leven. Het meest expliciet is hij hierover in 12:7 ‘en de levensadem keert terug vanwaar hij gekomen is, en verdwijnt in God’.

Het ‘dus’ aan het begin van vers 7 is zowel conclusie als aansporing. Vanaf hier tot en met vers 10 spreekt Prediker de hoorder direct aan (zgn. ‘Du-reden’). Drink! Eet! Draag! Kies! Geniet! Doe! Na zijn eerdere beschouwingen is dit een abrupte wending. Predikers’ woorden riepen onder de studenten zowel bijval op als afkeur. Voor de één was het een geruststelling dat genieten mag (carpe diem, yolo [you only live once], tel je zegeningen), voor de ander een onbegrijpelijke houding van ‘leef er maar op los’. Het valt op dat telkens als Prediker spreekt over het goede leven, de naam van God klinkt (veertig keer in Prediker). Het genieten is dus niet ‘van God los’. God schept er zelfs ‘welbehagen’ in, en dat niet slechts nu, maar ‘allang’, dat wil zeggen dat het de bestemming is van een mens om zo te leven.

De vrolijke kleren uit vers 8 kunnen de lezer op het verkeerde been zetten (‘Maar mijn lievelingskleur is zwart!’). De Hebreeuwse tekst spreekt over witte kleren. De kleur wit verwijst naar een feestgewaad, zoals vieze en besmeurde kleren teken zijn van rouw. Ook bij de olie denken we aan vreugde, en aan zalving (vgl. Ps. 23:5).

Lichamelijkheid is deel van het genieten. In vers 9 staat letterlijk ‘een vrouw’.

Onderdeel van aandachtig leven is dat je doet wat je hand te doen vindt, en dat met volle inzet (vs. 10). Het ogenschijnlijke hedonisme van Prediker komt hier in een ander licht te staan. ‘Als we de kleine, gewone dingen van het bestaan durven doorleven zoals ze op ons afkomen, dan zal er misschien ook een gelovige houding groeien ten opzichte van de grotere problemen van ons leven en van de mensheid waar we mee te maken hebben’ (Drijvers en Hawinkels, 196).

Met de opsomming in vers 11 benadrukt Prediker dat het leven onpeilbaar is en niet doorgrond kan worden. Dat bijvoorbeeld de snelle hardloper naast het goud grijpt, ging in de beleving van een fanatiek sportende student ‘tegen de logica in’ en werd zelfs bestempeld als ‘oneerlijk’. Maar het gaf ook opluchting: ‘Ik heb altijd het idee dat ik moet opboksen tegen anderen, maar misschien kom ik er op m’n eigen manier en tempo ook wel.’

Aanwijzingen voor de prediking

  • Wie een dienst houdt over Prediker zal rekening moeten houden met uiteenlopende reacties. Van herkenning tot onbegrip. Voor jongeren, maar niet alleen voor hen, kan het een verrassing zijn dat ook dit boek in de Bijbel staat. Van de voorganger vraagt het om een inleiding op de schriftlezing, al was het maar door die verschillende reacties te benoemen.

  • De neiging kan bestaan om de tekst te willen gladstrijken. De uitdaging is om het uit te houden met de spanning die Prediker oproept. Dat kan door de vragen en moeiten die de tekst oproept eerlijk aan de orde te stellen. Voor jongeren zal het ook prettig zijn om te merken dat je met een bijbeltekst in discussie mag gaan.

  • Dit tekstgedeelte van Prediker raakt aan meerdere thema’s die stuk voor stuk leidend kunnen zijn. Alles willen behandelen is te veel, kiezen is nodig. In de gesprekken kwamen de volgende onderwerpen aan bod: wat is de zin van het bestaan, dood en daarna, God en toeval, welk doel heeft mijn leven, wie is Prediker en waarom staat hij in de Bijbel en, uiteraard, het genieten.

  • Zelf kies ik ervoor om met dit laatste thema aan de slag te gaan. Iemand beschrijft het genieten van Prediker als ‘fluiten in het donker’. Ik vind dat een mooie associatie en herkenbaar voor wie weleens in het donker door een lege stad of over een stille polderweg fietst. Fluiten in het donker doe je om de moed erin te houden. Het helpt je door te gaan, ook al ben je bang voor het onbekende.

  • In een van de gesprekken vatte een meisje Prediker zo samen: ‘Life is a gift and that’s why it’s called present.’ Prachtig. Het leven is een gave. Prediker zou eraan toevoegen: van God.

  • Als het leven een gave is van God, komt het genieten in een bepaald licht te staan. Het nodigt ons uit om het genieten in verband te brengen met God. Welke ruimte schept dat? Maar ook: welke grenzen? Onder jongeren, in elk geval onder studenten leeft sterk de behoefte om eruit te halen wat erin zit. Studeren, bijbaantje, uitgaan, vriendschappen, vereniging. Nu is de tijd. Dat legt een druk, en het heeft ook iets dwangmatigs: het moet, nu.

  • Het genieten betreft de eenvoudige dingen van het leven. Van Ruler (14 e.v.) zegt: ‘Het mensenleven is een plek licht, een begaanbaar pad in een soms ontoegankelijke wereld.’

  • Prediker roept ons op om ‘te doen naar vermogen’. Dat heeft iets bevrijdends: doe je stinkende best, doe het met plezier, maar niet krampachtig, en voel je niet mislukt als het niet wil lukken.

Liturgische aanwijzingen

In het Nieuwe Testament zoek je vergeefs naar teksten die over genieten gaan. Matteüs 6:2534 is een goede mogelijkheid. Liederen bij Prediker zijn er niet veel (T 47 is er een), de keuze zal dus worden bepaald door het thema. In de bundel Nader tot jou van Marten Kamminga (Lied 123) staat de vrolijke canon ‘Eet, heb plezier’. ‘Hij die gesproken heeft’ (T 113) en ‘Goedheid is sterker dan slechtheid’ (Desmond Tutu, Lied 17 uit Liederen & gebeden uit Iona & Glasgow) sluiten mooi aan.

Geraadpleegde literatuur

Het aantal commentaren bij Prediker is beperkt. Veel heb ik gehad aan het boekje van Pius Drijvers en Pé Hawinkels, Job/Prediker, Baarn, 3e druk, 1993. Verder: A.A. van Ruler, Dwaasheden in het leven, 2e deel, rotonde-reeks, Nijkerk, z.j. en Alex van Ligten, Intussen is het ook weer droog geworden, Vught, 2010.

< Terug