< Terug

Preekschets Psalm 104 – Biddag voor gewas en arbeid

Psalm 104:1

Prijs de HEER, mijn ziel.
HEER, mijn God, hoe groot bent u.
Met glans en glorie bent u bekleed

Uit het Zonnelied van Franciscus:
Geloofd om moeder aarde, Heer, halleluja,
ons leven staat in haar beheer, halleluja,
zij geeft ons vruchten zonder tal, halleluja,
en bonte bloemen overal, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja. (LB 400:8)

Het eigene van biddag

Op het platteland wordt in Nederland de bid- en dankdag voor gewas en arbeid nog volop gevierd. In orthodox-protestantse streken vaak een hele dag, op andere plaatsen is er een bidstond in de avond.

In vroeger eeuwen werd de organisatie van bid- en dankdagen van bovenaf gedicteerd. De protestante kerkbestuurders stelden in 1658 in Overijssel vast ‘dat alle jaren op den 1sten Donderdag in de Mey door de geheele Provintie een Algemeene Vast- en Bededag tot afweeringe van Godes Plagen en het verkrygen van een gezegende Somer zal worden geholden en dat op den eersten Donderdag in September een Generale Dankdag voor de veelvoudige verkregen segeningen en weldaaden zal worden gecelebreerd’ (Boerderij.nl).

De overvolle kerken en de enorme collecteopbrengsten die ik meemaakte in deze diensten op de Veluwe, kun je zien als een uitvloeisel van het gebed aan de goden om ‘Godes plagen af te weren’ en ‘een gezegende zomer te verkrijgen’. De viering dateert uit de tijd dat de landbouw volstrekt afhankelijk was van het weer en voldoende voedsel niet vanzelfsprekend was. Biddag komt dus voort uit oude, voorchristelijke tijden.

Vroeger was maart de maand waarin lentefeesten werden gehouden. In de jaarcyclus van de Kelten, die acht seizoensfeesten kent, zijn er drie lentefeesten. Als eerste Imbolc op 1 februari, een lichtfeest, waarop het lengen van de dagen werd gevierd en de hoop op wedergeboorte, de lente. In maart was er het lentefeest Ostara , of de voorjaarsequinox, dat gevierd werd rond 21 maart. De dagen en de nachten zijn dan weer even lang en de vruchtbare periode breekt aan. Lentefeesten werden overal in Europa gevierd. In maart hadden de feesten de bedoeling de groeikracht van de natuur te versterken. Het prille leven dat zich ontwikkelde in de akkers, was nog kwetsbaar. De Germanen vierden de volle maan na de equinox, waardoor het lentefeest zich gemakkelijk liet kerstenen tot Paasfeest. Het Duitse en Engelse ‘Ostern’ en ‘Easter’ herinneren nog aan Ostara. Het paasei als symbool van vruchtbaarheid, en de paasvuren, zijn overblijfselen van deze lentefeesten. Met het vuur werd een nieuwe periode ingeluid en het duister verjaagd. De as die op de akkers neerdaalde, maakte het land vruchtbaar. Imbolc is gekerstend tot Maria Lichtmis, ook een lichtfeest, en Ostara (naast het Paasfeest) tot Maria Boodschap of Ploegmaria op 25 maart, negen maanden voor het Kerstfeest. Rond 25 maart trokken de Germanen met een gewijde ploeg de eerste voor in een akker, waarna met een godenbeeld en offerdieren een omgang om het veld werd gemaakt. Het derde Keltische vruchtbaarheids- en vuurfeest Beltane vond rond 1 mei plaats en bereikte zijn climax in de zonnewende op 21 juni.

Het oergeloof van onze voorouders resoneert dus mee in het christelijk geloof, het is nog steeds een stukje van ons mens-zijn. De oude religies leren ons dieper te aarden, verbinding te zoeken met al wat leeft. Wij hebben de aarde nodig. Wij mensen zijn van de aarde. Ook de bijbel zegt dit: de eerste mens wordt Adam genoemd. Deze naam is verwant aan het Hebreeuwse woord adama: aarde. De mens is uit de (rode) grond geschapen.

Onder schepping wordt de religieuze dimensie van de natuur verstaan, als door God geschapen. Ons christelijk begrip rentmeesterschap is deels ‘ontaard’ in uitbuiting van de aarde. Natuurlijke bronnen zijn uitgeput, vanwege het primaat van economische groei. Er is een ecologische crisis gaande. Wij voelen intussen de noodzaak onze kinderen een aarde na te laten waarop toekomst mogelijk is. Biddag nodigt uit om aandacht te schenken aan het werken aan een duurzame aarde.

Uitleg

De Indianen noemen de aarde hun moeder en behandelen haar respectvol. Zij is er de belangrijkste godheid, de moeder(-schoot) die draagt, voedt en beschermt. Na de kerstening van Zuid-Amerika zijn deze eigenschappen overgegaan op Maria, de moedergodin. Ook in onze streken zijn eigenschappen van vruchtbaarheidsgodinnen bij Maria terechtgekomen. Zo is de bloeimaand mei aan Maria gewijd. De Romeinen hadden de godin Flora, die in mei met een groot bloemenfeest werd vereerd. In Noord- Europa kende men de vruchtbaarheidsgodin Freyja. De Griekse naam was Maia, waaraan de maand mei haar naam ontleent. De meiboom en meikoningin zijn ook nog restanten van deze oude vruchtbaarheidscultus, waarin het aardse, het moederlijke een belangrijke plek had .

Het beeld van de aarde als een moeder is mooi om te gebruiken bij onze omgang met de aarde. Het komt ook voor in het bekende Zonnelied van Franciscus van Assisi, die dit lied omstreeks 1224 schreef. Franciscus noemde alle schepselen zijn broeders en zusters.

Het Zonnelied behoort tot de eerste belangrijke werken die geschreven zijn in de volkstaal en niet meer in het Latijn. Waarschijnlijk heeft Franciscus het lied kort voor zijn dood geschreven. Hij was toen bijna blind. Hij dichtte dit lied en leerde het aan zijn gezellen. Het is één groot loflied op de Schepper, maar ook pijn, moeite en de dood krijgen een plek. Het is een doorleefd, mystiek lied. Als Franciscus nauwelijks nog kan zien en pijn en moeite lijdt, schouwt hij innerlijk de grootsheid van al het geschapene.

Het Zonnelied begint boven bij God en gaat via de zon, de maan de sterren naar beneden, naar de elementen wind, water, vuur en aarde, om bij de mens te eindigen. Franciscus plaatst al wat leeft in een diepe verbondenheid met elkaar. Franciscus vergoddelijkt de schepping niet, maar looft God door het wonder van de schepping heen.

Het prijzen van de Schepper via de schepping komt terug in de Psalmen, bijvoorbeeld in Psalm 104. Daarin komen, net als bij Franciscus, de zon, maan en sterren, de wind en het water, het vuur en de aarde voor. Psalm 104 past goed als schriftlezing bij het Zonnelied. De psalm zou gebaseerd zijn op een Egyptisch Zonnelied!

Aanwijzingen voor de preek

Het Zonnelied, LB Gezang 400 van Schulte Nordholt, kent twaalf coupletten. Het is mogelijk steeds een couplet te zingen en het daarna toe te lichten. Omdat drie keer een zuster-broederpaar wordt genoemd, kun je ze ook als paar behandelen. Heer, broeder zon – zuster maan, broeder wind – zuster water, broeder vuur – zuster, moeder aarde. De mannelijke beelden beschrijft hij als krachtig, de vrouwelijke met innigheid. Deze polen hebben elkaar nodig en versterken elkaar, maar zijn in onze technocratische samenleving uit balans geraakt. De coupletten 9 t/m 12 sluiten aan bij de veertigdagentijd. De grote kosmische verbondenheid verdiept zich, en leidt tot vrede en verzoening. Verzoening met de dood, met zichzelf en tussen mensen, in de geest van Jezus. Vanwege ‘biddag voor het gewas’ staat couplet 8, over de aarde, hier centraal. De aarde die ons nog steeds draagt, voedt en verwonderen doet. ‘Zij geeft ons vruchten zonder tal, en bonte bloemen overal.’

De zin ‘ons leven staat in haar beheer’ is een sleutelzin. Als rentmeesters beheren wij mensen de aarde, maar dat begint bij het besef dat wij afhankelijk zijn van moeder aarde. Zoals een kind van haar/zijn moeder afhankelijk is. Ons leven staat in háár beheer!

Ideeën voor kinderen

Met kinderen kun je bijvoorbeeld tarwekorrels zaaien. Zet een bak aarde neer en een schaaltje met tarwezaad. Vertel over het proces dat zich in de aarde gaat afspelen of lees het verhaal ‘De mier en de graankorrel’ van Baukje Offringa (uit: Verhalen om nooit te vergeten). Ook met volwassenen is het mooi dit te doen. Maak er een bekenisvol ritueel van. Het gedicht ‘Over de eerbied’ van Ida Gerhardt is dan een aanrader.

Liturgische aanwijzingen

Schriftlezing: Psalm 104. Alternatief: Genesis 1 of 2, Psalm 8, 19, 24. NT: Marcus 4:1-9, de gelijkenis van de Zaaier, of Johannes 12:24: ‘als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft…’ Romeinen 8:19-22 spreekt over de schepping, die zucht als in barensweeën. Bij de zorg om onze planeet aarde past een Kyrië-litanie, zoals NLB 300c: ‘Ontferm u over de aarde.’

Liederen: het Zonnelied is veelvuldig muzikaal vertolkt. De bekendste: LB Gezang 400, NLB 742. Uit de rubriek ‘Schepping’: NLB 977-998. Verder: NLB 216, het ‘indianenlied’ NLB 697 en de bovengenoemde psalmen. Uit de Ionabundels, uit het Keltisch christendom, deel 1: 7 en 47, deel 2: 21 en 35. Toepasselijke teksten/gebeden zijn in deze spiritualiteit volop te vinden, omdat er veel aandacht voor de schepping is.

Tip: maak voor deze dienst een symbolisch bloemstuk!

Een Keltische zegenbede luidt:
Dat de weg je tegemoet komt,
dat de wind steeds in je rug zal zijn,
dat zonneschijn je gezicht verwarmt,
dat regenbuien zacht neerkomen op je velden,
En tot wij elkaar weer ontmoeten.
dat God je beware in de palm van zijn hand.

Geraadpleegd

http://www.berthevansoest.nl/Lenteviering%20Feest%20van%20aarde%20en%20hemel%2025%20maart%202012.pdf
http://www.berthevansoest.nl/Beltaneviering,%20Feest%20van%20aarde%20en%20hemel.pdf
http://www.circewicca.nl/jaar/04.html
http://zustersclarissen.webklik.nl/page/zonnelied
http://www.scheppingvieren.nl/
Henk Vreekamp, Als Freyja zich laat zien, Zoetermeer 2013.
Oerijssel, deel 1, Zunnewende, film onder regie van Geertjan Lassche (2014)

< Terug