< Terug

Preekschets Psalm 124:8

Psalm 124:8

Zondag na kerst

Onze hulp is de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft.

Schriftlezing: Psalm 124

Het eigene van de zondag

Op de zondag na kerst is het dikwijls rustig in de kerk. Na de volle, feestelijke diensten tijdens de kerst blijven nu veel mensen thuis. Het is een stille zondag. Juist op zo’n dag, met een kleine groep veelal trouwe kerkgangers, is het leuk om eens een psalm te nemen als uitgangspunt voor de preek. Een psalm waarin een vers zit dat we in veel kerken elke zondag horen: het votum.

Uitleg

Psalm 124 is op het eerste gezicht een danklied van Israël, een loflied op de hulp die de Heer heeft gegeven in tijden van gevaar. Het is een psalm vol indrukwekkende beelden. Je wordt meegenomen door de tekst, direct aangesproken ook, doordat de dichter in de wij-vorm spreekt en het heeft over ‘onze hulp’. Je wordt dus als lezer bij de tekst betrokken, het gaat ook over jou.

Psalm 124 is duidelijk een vervolg op Psalm 121. Allereerst is dat zichtbaar in de inhoud en de verregaande gelijkenis tussen 124:8 en 121:2. Maar ook de structuur van de psalmen is gelijk. Beide hebben twee coupletten die elk vier strofen bevatten en bestaan uit 54 woorden. De reden dat beide psalmen exact 54 woorden hebben zit hem in de numerieke betekenis van het getal 54. Dit getal staat voor het hoofdthema van de psalmen, dat zichtbaar wordt in het woord sjamar, dat beschermen betekent. De bescherming die de Heer aan mensen biedt, staat dus centraal.

De psalm begint met een opmaat (vs. 1-5) waarin gewezen wordt op het gevaar waaraan de lezer ontsnapt is. Het gevaar dat veelzijdig is: het gevaar van mensen en van de natuur. De woorden die gebruikt worden, zijn beeldend en groots: woede die levend verslindt, water dat meesleurt en overspoelt. Beelden van grote nood, van groot gevaar, waarin de Heer ervaren werd als redder, omdat Hij aan de kant van de lezer staat. Daarom gaat de psalm verder met een lofprijzing: geprezen is de Heer (vs. 6). Het prijzen (barak) wordt in het Engels vertaald met ‘blessed’, ‘zegenen’. God is gezegend, ofwel, Hij is geloofd en gedankt, omdat Hij beschermt en redt. Hij laat de mens ontsnappen zoals een vogel ontsnapt uit een strik. Het klinkt triomfantelijk: ‘We zijn ontkomen, het is onze vijand niet gelukt om ons klein te krijgen.’ De psalm sluit af met een belijdenis (vs. 8), die de kern van de psalm weergeeft: de Heer beschermt en daarom is ‘onze hulp in de naam van de Heer’. Opvallend verschil is dat in Psalm 121:2 staat: ‘Mijn hulp komt van de Heer’, terwijl hier klinkt: ‘Onze hulp is in de naam van de Heer.’ Het is de naam die de eeuwige trouw van de Heer ten opzichte van zijn volk waarborgt. Die naam maakt het verschil, daarin is onze hulp. De naam die is ‘Ik zal er zijn’. Hij waakt over ons en beschermt ons, toen, vandaag en in de toekomst.

Opmerkelijk is de toevoeging: ‘Schepper van hemel en aarde.’ Deze woorden staan niet in verband met de verdere inhoud van de psalm. Het is alsof de dichter wil zeggen: heb vertrouwen in je Schepper. Hij helpt je, daar kun je op vertrouwen, Hij is immers schepper van hemel en aarde, van al wat je kunt zien en niet kunt zien, van dat wat was, wat is en wat zal komen.

Vers 8 komt overeen met het votum, dat al meer dan vijfhonderd jaar in de kerkdienst klinkt. Het gebruik van het votum is afkomstig uit het missaal en in 1574 is op de Synode van Dordrecht besloten dat het ook in de protestantse liturgie een plaats krijgt. Het is een vaste formulering aan het begin van de dienst, waarmee de voorganger namens de gemeente het vertrouwen in de aanwezigheid van God uitspreekt.

Aanwijzingen voor de prediking

De psalm is meer dan een loflied op de Heer die bescherming biedt in gevaar, het is een lied dat de Heer neerzet als beschermer in wie je een grenzeloos vertrouwen kunt hebben. Een psalm die je houvast geeft in je leven, zeker te midden van angst en onzekerheid. Het gaat over Israël dat het wonder van Gods redding en nabijheid te midden van benauwdheid en vervolging heeft ervaren. Als de Heer hen niet had beschermd, dan zou het volk ten onder zijn gegaan. De Heer beschermt en, meer nog, Hij bevrijdt (vs. 6,7). Prachtige, hoopvolle woorden. Ze zeggen iets over je levenshouding. Roepen je op om te erkennen dat het de Heer is die het verschil maakt. ‘Als God niet voor ons was, dan.’ Met deze woorden legt de dichter de verantwoordelijkheid voor de bevrijding, de redding, niet bij mensen, maar bij de Heer. Als mens heb je het leven niet zelf in de hand; de eer komt niet aan jou toe, maar aan God. Deze tekst deed me denken aan mijn studietijd waarin ik les kreeg van de liturg Niek Schuman. Ik zat op de predikantsopleiding en we waren allemaal zenuwachtig voor onze eerste kerkdienst waarin we zouden voorgaan. Niek Schuman zei toen tegen ons dat je, wanneer je als voorganger voor de gemeente staat en je het votum gaat uitspreken, een moment stilte moet nemen en tegen jezelf moet zeggen: ‘Mijn hulp is in de naam van de Heer’; zodat we wisten dat we er niet alleen voor stonden. De Heer, wiens naam is ‘Ik zal er zijn’, is erbij. Je staat daar met zijn hulp.

‘Onze hulp in de naam.’ Vertrouwen op een naam, dat doen we elke dag. ‘Een goede naam hebben’ is belangrijk, het schept vertrouwen. Als een arts een goede naam heeft, ga je er met een gerust hart naartoe, voel je je veilig. En de psalmist zegt: heb vertrouwen in niet zomaar een naam, maar in de naam van de Heer. Hij staat zodanig bekend, zegt de dichter, door wat er in de geschiedenis is gebeurd, door hoe Hij zich aan mensen heeft geopenbaard, als helper, als schepper, dat je bij Hem hulp kunt verwachten. Daar kun je op vertrouwen. Dat klinkt niet alleen hier, ook elders, bijvoorbeeld in Psalm 20:8: ‘Anderen vertrouwden op paarden en wagens, wij op de naam van de Heer, onze God.’ Geloof in zijn naam, stel je vertrouwen daarop, weet je geborgen. Het is een belijdenis, waarin de Heer, de schepper van hemel en aarde, wordt geloofd en gedankt. In zijn naam is de hulp!

Liturgische aanwijzingen

Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde hebben een prachtige vertaling van de psalm gemaakt, die een plek in de eredienst verdient. Bijvoorbeeld als afsluiting van de preek, of aan het einde van de dienst, zodat de gemeente, de preek nog vers in het geheugen, de psalm met nieuwe oren hoort.

Psalm 124 (LvdK) verdient een plaats in de dienst. Een prachtig slotlied is ‘Ga mee met ons, trek lichtend ons vooruit’ van Jan van Opbergen (Geroepen om te zingen, lied 241, Gorinchem 1990). Een bede om Gods aanwezigheid in ons leven, want wij hebben Hem nodig. Ook mooi is het lied ‘Die ons schiep’ van Sytze de Vries (ZG). Een lied waarin naast vertrouwen ook de twijfel klinkt (‘kan ik de nacht verduren waarin Gij verre zijt’) is het lied ‘Mijn ogen zijn gevestigd op God’ (Tt 150). De tekst is van Willen Barnard en de melodie komt overeen met die van Psalm 130.

Geraadpleegde literatuur

Hans Joachim Kraus, Psalmen II(bk),Wageningen 1959; Arthur Weiser, The Psalms (OTL), Louisville 1962; J.J.P. Valeton, De Psalmen, Nijmegen, 1905; C.J. Labuschagne, Psalm 124 is te vinden op de website van de RUG: theol.eldoc.ub.rug.nl/root/Labuschagne.

< Terug