< Terug

Preekschets Psalm 84:6 – Openbare belijdenis van het geloof

Psalm 84:6

Gelukkig wie bij u hun toevlucht zoeken,
met in hun hart de wegen naar u.

Schriftlezing: Psalm 84

Het eigene van de zondag

In de plaats waar ik werk, is het sinds lang gebruik dat er op Pinksteren belijdenis wordt gedaan in de grootste kerk. Een van de wijkpredikanten verzorgt de belijdeniscatechese voor de hele stad. In de praktijk zijn er lang niet elk jaar catechisanten. Dat maakt de dienst als dat wel zo is extra feestelijk.

Bij mijn laatste belijdeniscatechese was de uitdrukkelijke vraag van de deelnemers dat het een open gesprekskring zou zijn waarin hun vragen ten aanzien van het geloof de agenda zouden bepalen. Dit in plaats van een kring waarin de overdracht van de geloofstraditie op de voorgrond zou staan. In overleg hebben we de belijdenisvragen herschreven, geënt op de vragen die tijdens de paaswake bij de doopvernieuwing worden gesteld.

Na een persoonlijke belijdenis van de geloofsleerlingen en de gezongen geloofsbelijdenis door de gemeente wordt hun de volgende belijdenisvraag gesteld:

Geloof je in de levende God, Vader, Zoon en heilige Geest?En beloof je zo te leven dat je zoekt naar de vrijheid die God ons geeft en zeg je ‘nee’ tegen alle andere machten die als goden over ons willen heersen?

Na het ‘ja’ van de geloofsleerlingen worden ze gezegend onder handoplegging.

Mijn keuze voor Psalm 84:6 hangt nauw samen met bovenstaande vraag van de geloofsleerlingen naar een persoonlijk ingevulde vorm van catechese, toegespitst op hun vragen.

Uitleg

Ik gebruik in deze dienst bij voorkeur de vertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde omdat bij hen het woord ‘pelgrimsweg’ centraal staat in het zesde vers:

Gelukkig de mensen die sterk zijn in U,
met de pelgrimsweg in het hart.

In een toelichting bij de psalm geven ze aan hier de Septuagint te volgen in plaats van de masoretische tekst. Oussoren gebruikt in de NB dit woord (‘wegen’) in het meervoud. Ik geef de voorkeur aan de vertaling in het enkelvoud omdat ‘belijdenis doen’ bij uitstek een persoonlijke keuze is te midden van de geloofsgemeenschap.

Psalm 84 is een pelgrimslied, hoewel hij buiten de grote cyclus van de ‘liederen van de opgang’ staat (Ps. 120-134). Het is een weg die zich richt op de tempel, Gods huis als oriëntatiepunt te midden van mensen. En wat betekent dat dan concreet? Ik ben het hartgrondig eens met Barnard (p. 170) die pleit voor geloof als verbeeldingskracht, veel meer dan als het uitdragen van een overtuiging.

Het woord ‘pelgrimstocht’ voedt mijn verbeeldingskracht en brengt haar in gesprek met wat er onder andere tijdens de catecheseavonden op tafel is gekomen:

  • een gesprek naar aanleiding van de tekst van Anouks liedje Searching, waarin de vraag naar iets wat of iemand die richting geeft, bezongen wordt, evenals de noodzaak te durven loslaten wat je belemmert in je zoeken naar zin;

  • een gedachtewisseling naar aanleiding van gemeenteraadsverkiezingen, over politieke keuzes en of en hoe die beïnvloed worden door je geloof (lijntje gemaakt met traditie door de Barmer Thesen te lezen);

  • bidden en de vragen: ‘waar bid je voor?’ en ‘wat merk je ervan?’ Alle deelnemers verzorgen om beurten de sluiting van de avond naar eigen invulling;

  • gesprek over welk grondwoord jouw wijze van geloven het best uitdrukt en waarom: verlangen, vertrouwen, bondgenoot, verzet, onduidelijkheid, plus de vraag: wie is voor jou een gids als het gaat over geloven?

Ik heb om meer beeldend te durven preken veel gehad aan een klein boekje van Thomas Troeger, fluitist en docent homiletiek in de VS. In Imagining a sermon voert hij een pleidooi erop te vertrouwen dat Gods Geest werkt via onze invallen. Wil je gehoor vinden bij hoorders die – en dat is sinds Troeger zijn boek schreef in 1990 alleen nog maar versterkt – leven in een cultuur die sterk beïnvloed wordt door beelden die de massamedia aanreiken, dan zul je die beeldtaal moeten verstaan en als uitgangspunt nemen.

Kort samengevat is Troegers eerste stelregel: wees opmerkzaam voor wat er is! ‘Verbeeldende theologie gebruikt onze opmerkzaamheid om ontvankelijk te zijn voor de heilige Geest, die in ons bewustzijn werkt, door middel van associaties en het verbinden van zaken die aanvankelijk los van elkaar staan’ (Troeger, 26). Troeger geeft vervolgens aan dat de mythe die wordt gepropageerd door de massamedia waarbij jong, rijk en succesvol zijn als goed in zichzelf beschouwd worden, diametraal staat ten opzichte van de vooronderstellingen van het christelijk geloof.

Een zelfde dwars op de cultuur staande keuze is het doen van belijdenis door jonge mensen te midden van hun niet-kerkelijke vrienden en partners. Daar valt wel wat uit te leggen.

Het woord ‘pelgrimstocht’ dat de psalm aanreikt, is een even open als gelaagd begrip. Open omdat het geloof beschouwd wordt als het gaan van een weg en niet als het beamen van een voorgegeven waarheid. Dit correspondeert met de ervaring van de geloofsleerlingen die voorafgaand aan hun belijdenis al een hele weg zijn gegaan om tot deze keuze te komen. En niet alle geloofsleerlingen hebben aan het eind van de catechesecyclus de keuze gemaakt nu belijdenis te doen. Deze belijdenisdienst is een stimulerend markeringspunt onderweg, geen eindpunt.

‘Pelgrimstocht’ is ook een gelaagd begrip. Kees Waaijman geeft aan dat voor de psalmist in de pelgrimstocht zowel de uittocht uit Egypte als de bevrijding uit de ballingschap meeklinkt, als een klankkast waarin het voorgeslacht en de religieuze traditie waarin hij staat voluit meedoen. Wij zijn de eersten niet… Dat besef vraagt ook om het openbare karakter van de belijdenis. Tegelijk is de pelgrimstocht de weg van de enkeling voor en met God. Het is de reis van de ziel, het is de weg die je gaat in studie en werk, in gezondheid en ziekte. Het is de weg waar midden in het gewone leven van alledag soms even iets van God oplicht, als je er opmerkzaam op wilt zijn.

Het eigene van de pelgrimstocht is dat het einddoel je voedt en op gang houdt, maar dat gaandeweg de weg zelf tot doel wordt. Het is een weg die – om de tocht vol te houden – vraagt om toewijding en gebed. Zij zijn de motor die je op gang houdt en tegelijk ligt in die levenshouding de ‘beloning’ al besloten. Lloyd Haft verwoord die beloning als volgt: ‘Weten dat mijn kracht bij U ligt, is zegen.’

Aanwijzing voor de prediking

De toon van de preek is vrij persoonlijk, gebaseerd op de inhoud van de gesprekken tijdens de catechese. De vragen die daar aan de orde zijn geweest, heb ik verbreed tot vragen van de hele geloofsgemeenschap. Authentieke vragen raken altijd meer mensen dan alleen degene die de vraag stelt. Ik heb de pelgrimsweg uit Psalm 84 verbonden met een uitleg van wie/wat de heilige Geest is. Ooit hoorde ik Maarten den Dulk ‘heilige Geest’ uitleggen als ‘de energie van Jezus’ in mensen. Het is de mooiste uitleg die ik ken om zijn helderheid, vitaliteit en concreetheid.

Vooral ook met het oog op de vele rand- en buitenkerkelijke vrienden en verwanten van de geloofsleerlingen die bij de dienst aanwezig zijn.

Die energie van Jezus vertaalt zich enerzijds als een gericht zijn op God (gebed en toewijding), anderzijds heeft ze een scherp oog voor wat er mis is in de samenleving en voor wie niet gehoord en gezien wordt. Tegelijk is Pinksteren het feest van Gods vertrouwen in ons als zijn mensen. Hij legt zichzelf in onze handen. Dat betekent dat God het aandurft op te lichten in ons doen en laten door alle falen en mislukking heen.

Ik heb benadrukt dat het bij ‘heilige Geest’ beslist niet om volmaaktheid gaat, maar dat juist in het ‘stukwerk wat ons proberen is’ iets van God zichtbaar wordt in ons leven van alledag.

Met een verwijzing naar een vers van Gabriël Smit (p. 142):

Proberen moet je,
proberen, dat is het enige,
dat is altijd het enige geweest.
Ik zal het doen.
Hoe dan ook: Genade zal genoeg zijn.

Liturgische aanwijzingen

Omdat de belijdenisdienst op Pinksteren valt, ligt het voor de hand om naast Psalm 84 in de vertaling van Gerhardt en Van de Zeyde ook Handelingen 2:1-13 te lezen.

De liedsuggesties sluiten aan zowel bij de pelgrimsweg als bij Pinksteren. Kinderlied: Zitten of opstaan deel 2, lied 9, Feest voor iedereen, SGO, Hoevelaken. Gezang 96 (Tt) als gezongen geloofsbelijdenis; Psalm 84:3 en 4; Gezang 42 (Tt); Gezang 242:1, 6 en 7 (Lvdk); Sytze de Vries en Willem Vogel, Gezongen Tafelgebed: Gezegend zijt Gij die voor mensen geweest zijt, een weg uit het duister die nog met ons meegaat, Amsterdamse Katernen dl. 4, uitg. Cantoraat-Oude Kerk, Amsterdam.

Geraadpleegde literatuur

Nico Tromp m.s.c., Vruchten in overvloed, poëzie en perspectief in de psalmen, Baarn 1996;

Willem Barnard, Psalmgetier, Zoetermeer 2004 en idem, Tegen David aanpraten, Zoetermeer 2003, 162-172; Thomas H. Troeger, Imagining a Sermon, Nashville 1990; Kees Waaijman, Psalmen om Jeruzalem, Kampen z.j.; Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde, De Psalmen uit het Hebreeuws vertaald, KBS/NBG 1972; Lloyd Haft, De Psalmen in bewerking van Lloyd Haft, Amsterdam 2003; Gabriël Smit, Gedichten, Baarn 1975.

< Terug