< Terug

Preekschets – Verlies en verdriet

Zondag 1

Wat is uw enige troost, zowel in leven als in sterven?

Lezing: Heidelbergse Catechismus, zondag 1

Het eigene van de zondag

Het thema troost past goed aan het begin van het kalenderjaar en sluit aan bij de oude – nu vrijwel in onbruik geraakte – traditie om in januari met zondag 1 te beginnen en in december met zondag 52 te eindigen. Los daarvan is het thema troost geschikt om stil te staan bij de betrekkelijkheid van ons menselijk bestaan en na te denken over wie en wat ons daarin houvast bieden. Daarom kan het thema ook prima in november worden behandeld, omdat de eindigheid van het leven in het licht van Gods eeuwigheid dan meer accent krijgt.

Vraag en antwoord komen ‘traditioneel’ over en zullen niet altijd meer in staat zijn om jongere hoorders te boeien. Maar wanneer de nadruk op de vraagstelling wordt gelegd, komt de inhoud dichterbij en wordt deze herkenbaarder.

Want in hedendaagse bewoordingen vragen mensen ook naar warmte, inspiratie en levensmoed.

Alleen de eerste vraag van zondag 1 komt hier ter sprake: het is een lévensthema dat hier ter sprake komt. Het vergt alle ruimte en aandacht om het goed te kunnen bespreken én er zit al zo veel in dat we er meer dan genoeg aan hebben.

Uitleg

Het is goed om het breedvoerige antwoord aandachtig te lezen en te ontdekken dat het gaat om de persoonlijke relatie tussen Christus en ons. Want het zijn de kleine woordjes die hier kleur geven: uw enige troost, dat ik met lichaam en ziel, mijn getrouwe Heiland, zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden, Hij heeft mij verlost, Hij waakt met zo veel zorg over mij, mijn hemelse Vader, alle dingen mij tot mijn heil, Hij verzekert mij, Hij maakt mij van harte bereid. Zo wordt duidelijk dat de catechismus allerminst afstandelijk wil zijn, maar geschreven is vanuit een geloofsrelatie.

Vertaling naar onze tijd en naar ons gelovig referentiekader is uiteraard gewenst, maar deze inzet is van wezenlijk belang: God zoekt de mens! Geloven is een vertrouwensrelatie. Met andere woorden vertolken we vandaag dezelfde intentie. Wat er in het eerste antwoord wordt gezegd is geen algemene beschouwing, geen opsomming van de kerkelijke leer, maar is vanuit die persoonswoorden iets dat jezelf aangaat.

Troost veronderstelt een relatie. Dat laat Jesaja 40:1 ook horen: ‘Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.’ In deze woorden komen God en mensen bij elkaar en zo wordt Gods boodschap voor ons bereikbaar. Wanneer hier zou staan ‘het volk’, en ‘jullie’ zou worden weggelaten, ontbreekt die persoonlijke betrokkenheid en klinkt de warmte van verbondenheid niet. Daarom vormen de woorden van Jesaja een prachtige aanvulling op het karakter van troost, waarin het gaat om het kleine dat ons leven kleur geeft.

‘Enig’ wil zeggen: uniek. Dit staat als een paal boven water en is boven alle twijfel verheven omdat het allesomvattend is. Het woord ‘enige’ doet onwillekeurig denken aan het sjema van Israël zoals we dat in Deuteronomium 6:4 tegenkomen.

Geven wij in de gemeente hetzelfde antwoord op de vraag naar de enige troost? Mensen claimen in de huidige plurale kerk de nodige ruimte voor hun persoonlijke geloofsbeleving. Is er dan nog voldoende gemeenschappelijks dat ons samenbindt in eredienst en andere ontmoetingen binnen de gemeente?

Troost lijkt een ouderwets woord en heeft in de oren van sommigen zijn imago niet zo mee. Het komt over als een woord dat bestaande onrechtvaardige situaties in stand houdt en mensen sust in de sfeer van ‘stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw’. Troost doet denken aan de ziekentroost uit oudere bijbeluitgaven. Dit suggereert dat troost aan de orde is wanneer het leven bijna voorbij is. Maar het woord is verwant aan het Oudnoorse traust, en daarin horen we het woord vertrouwen. Troost heeft te maken met hulp, verdrag, verbond, en de grondbetekenis is dan ook zekerheid, bescherming bieden. Het is goed om zo de eenzijdige beeldvorming van het ‘zakdoekje’ te doorbreken. Want deze vorm van troost geldt voor mensen die oud én jong, ziek én gezond, eenzaam én samen zijn. Niemand kan zonder een vorm van troost die het leven van een praktische en emotionele basis voorziet. In dit opzicht is de vraag van de catechismus bepaald niet wereldvreemd. Troost is dus ‘basic trust’, een onmisbaar elementair levensgevoel van waaruit de mens leeft. De kunst is om een herkenbare brug te slaan tussen deze oude woorden en onze tijd.

Deze vraag veronderstelt dat het leven moeilijk is. Dat gold ten tijde van de catechismus in velerlei opzichten: korte levensverwachting, besmettelijke ziekten, hoge kindersterfte, stadsbranden, overstromingen, Tachtigjarige Oorlog in Nederland. Vandaag kunnen we daar genoeg andere, actuele begrippen voor invullen, want mensen ervaren nog steeds onzekerheid in hun leven. Ook vandaag is het leven niet zo maakbaar als wij menen en lopen mensen dikwijls tegen de grenzen van hun kunnen aan. In de huidige tijd van crisis is er behoefte aan eigentijdse vormen van troost.

Troost is dus geen wereldvreemde vraag, niet voorbehouden aan wie gelooft, maar staat midden in het leven. De troost van het geloof komt dus niet pas aan het einde – de ziekentroost – ter sprake, maar staat als een krachtig woord midden in het leven en wordt erdoor gekleurd.

God maakt in zijn troost dankbaar gebruik van mensen. Het mooiste voorbeeld vormen de vrienden van Job, die zwijgend bij hem op de grond zitten en werkelijk mede-leven en mede-lijden. Hun sprakeloosheid getuigt van diepe eerbied voor datgene waar mensen geen woorden voor hebben. Voor troost zijn mensen nodig en daarom zijn er velen gekomen om Maria en Marta te troosten, Johannes 11:19. Dat samenzijn doet goed, al kan het de nabijheid van een enkele goede vriend(in) niet vervangen.

Ook Jesaja 66:11, de vertroostende moederborst, is een menselijk beeld van warmte en samenzijn. De relatie tussen moeder en kind laat zien dat troost contact veronderstelt en ten diepste geen woorden nodig heeft.

Aanwijzingen voor de prediking

De catechismus heeft zijn imago niet mee: leerstellig, betweterig, dogmatisch. Het hoeft ons ook niet te verwonderen, want het is dit jaar 450 jaar geleden dat de catechismus tot stand kwam. Kunnen we door deze – uiteraard tijdgebonden – formulering heen zien naar waar het in feite om gaat? Dan valt er veel te ontdekken: dit is ook ónze levensvraag: waar leef ik voor, hoe blijf ik overeind, wie helpt mij daarbij?

Eind 2012 verscheen de glossy Zondag (uitgeverij Kok in Utrecht) en misschien kan die mede de aanleiding vormen om de catechismus weer eens aan de orde te stellen. De inzet van dit boekje voor het kerkelijk onderwijs kan de brug vormen om de achterliggende drijfveren van de makers van de catechismus op het spoor te komen. In alles wat zij aanreiken – maar dat woord klinkt binnen dit boekje toch wel te vrijblijvend – willen zij, getuige de allereerste vraag, troost bieden. De leer mag dan de overhand voeren en met grote stelligheid worden gepresenteerd, maar deze leer dient wel de gelovige mens in zijn of haar kwetsbare bestaan. Dat gold ten tijde van de catechismus en dat is vandaag net zo goed het geval. Daarom is er méér dat ons met elkaar verbindt dan we op het eerste gehoor zouden denken.

In de jonge protestantse kerk stond de leer centraal, als baken in de branding, ter beveiliging van de prille ontwikkeling van een nieuwe traditie, die tegelijkertijd dankbaar terug wilde grijpen op een eeuwenoude, hier en daar onder het stof geraakte traditie. Vandaag staat de mens meer centraal in de kerk, speelt geloofsbeleving een wezenlijke, soms allesbepalende rol en is ethiek belangrijker geworden dan dogmatiek.

Wellicht is de benadering van deze zondag uit de catechismus anders dan gebruikelijk. Niet het antwoord maar de vraag zelf staat centraal. Het kan nieuwe kansen bieden om mensen met dit geloofsgoed in contact te brengen.

De nadruk op troost biedt een aanknopingspunt om deze noties een plek te geven.

Liturgische aanwijzingen

Afhankelijk van de tijd en de kleur die men aan het thema troost wil geven, valt te denken aan Psalm 56:9 ‘Vang mijn tranen op in uw kruik’, waarin Gods blijvende zorg voor ons leven doorklinkt. Het gaat eigenlijk om een fles, een lederen zak waarin belangrijke vloeistoffen voor onderweg werden meegenomen (water, wijn, olijfolie). Onze tranen zijn dus zo waardevol dat God ze wil bewaren als een kostbaar iets dat niet verloren mag gaan. Vanuit de ‘enige’ troost zou ook een lijn te trekken zijn naar de ‘eeuwige’ troost in Openbaring 21:4, waar God onze tranen droogt (zie wat hierover onder Liturgische aanwijzingen bij de schets over Genesis 24:67 wordt gezegd). Ook Romeinen 8:31-39 vertolkt de diepe verbondenheid met de Heer door de diepten van het leven heen.

Voor liederen valt te denken aan Psalm 73:9, Psalm 119:19, 21; Gezang 118:2, 217:4, 305:1 en 466:3.

Geraadpleegde literatuur

De commentaren op de catechismus gaan uitvoerig op het antwoord in en geven veel stof voor de prediking. Het kan goed zijn om deze te lezen en ze vervolgens ook weer terzijde te leggen omdat de voorgestelde focus nu de vraag zélf is. Daarover wordt in een aantal commentaren ook wel iets gezegd: K.H. Miskotte, De blijde wetenschap (deel 1 uit De Toelichting op de Heidelbergse Catechismus), Franeker, z.j.; G.P. Hartvelt, Th. Delleman e.a., Alles in Hem (deel 1 Nieuwe Commentaar H.C.), Aalten, 1966; K.J. Popma, Levensbeschouwing (deel 1 Opmerkingen n.a.v. de H.C.), Amsterdam, 1958; B. Wielinga, Onze catechismus deel 1, Kampen, z.j. Van recenter datum is: Kennen en vertrouwen. Handreiking bij de prediking van de Heidelbergse Catechismus, Zoetermeer, 1993, waar A. Noordegraaf zondag 1 behandelt.

< Terug