< Terug

Psalmlezen met Ezequiel

Ezequiel is een buurjongen die al jaren ziek op bed ligt. Hij heeft een progressieve neurologische kwaal die ook zijn verstandelijke vermogens aantast. Ik zoek hem ongeveer iedere veertien dagen op.

De laatste keer dat ik bij hem was, vertelde hij me opeens dat hij aan het lezen was. Enigszins verrast vroeg ik wat dan wel, want een lezer is Ezequiel niet bepaald. Onder zijn kussen vandaan trok hij een bijbeltje tevoorschijn, het Nieuwe Testament met psalmen in zo’n evangelische missie-uitgave uit Noord-Amerika. Hij sloeg gelijk het vers op dat hem goed was bevallen, Psalm 4,8: ‘In vrede leg ik me neer en vind de slaap. Gij Heer, Gij alleen doet mij wonen beveiligd.’ Het zinnetje past in alle opzichten goed bij Ezequiel. Later bedacht ik me dat hij het vers vast doorgekregen had van een evangelische kennis die niet zo lang geleden op bezoek was geweest, misschien het bijbeltje zelf ook wel. Ik had Ezequiel nog nooit met een bijbel gezien.

‘Ik lees ieder weekend een psalm,’ vertelde ik en bladerde even om te zien welke er nu op het programma stond: ‘Psalm 116, zaterdag de ene helft en zondag de andere.’ ‘Dat ga ik ook doen,’ reageerde Ezequiel prompt. Hij herhaalde een paar keer het nummer: ‘116’, en zocht met z’n stijve vingers de bladzijde op.

Zo las ik dus de volgende dag, zaterdagsmor-gens vroeg achter m’n bureau, in gedachten samen met Ezequiel Psalm 116. Ik las door zijn ogen de woorden en voelde me gelukkig en dankbaar. Ik ben gewend bij die ochtendmeditaties te lezen vanuit mijn eigen perspectief. In principe zou ik ook niet anders willen, maar nu plotseling lezen vanuit de positie van Ezequiel was een bijzondere verrassing. Tegelijk tastte ik ook enigszins in het duister over hoe hij de woorden zou begrijpen. De psalm spreekt over grote angst. Heeft hij die gekend? Het begin is direct heel vertrouwensvol: ‘Hem, de Heer, heb ik lief, Hij hoort mijn stem, mijn roep om erbarmen.’ Ik kan Ezequiel vaak slecht verstaan, want zijn spraak is aangetast, maar dat verstaan, zo zegt de psalm, gaat God beter af. Nu deelde ik even in die vaardigheid. Subliem is vers 6: ‘De Heer hoedt wie argeloos zijn.’ Dit gaat echt over Ezequiel. Juist toen ik de vorige dag thuis was gekomen van mijn bezoek, hadden mijn vrouw Ale en ik tegen elkaar gezegd dat Ezequiel iemand is die zijn onschuld heeft weten te bewaren. Dat is een van zijn deugden. Ik sloeg het Hebreeuws erop na en zag dat daar stond: ‘Behoeder van wie zichzelf niet behoeden kan, JHWH’. Ezequiel heeft zichzelf wél weten te behoeden, z’n onschuld heeft hij bewaard. Misschien heeft God het gedaan of is dat om het even. Hoe dan ook: ik ben er getuige van.

< Terug