< Terug

Ruimte voor licht

Goochem

In deze rubriek komen (chassidisch) joodse parabels en wijsheden, sprookjes en legenden aan de orde die vaak bijzondere levenslessen bevatten. Goochem is een leenwoord uit het Jiddisch: slim, geslepen. Verwant aan de Hebreeuwse woorden chacham (wijs mens) en chochmah (wijsheid).

Logo rubriek Goochem
(bn.; -er, -st) (inform.) ‘slim, gewiekst’: een goocheme kerel. Ontleend aan Jidd. < Hebr. hāhām (‘wijs’)

Op een dag is Abraham Heshel, de rabbijn van Opatow, op bezoek in het leerhuis van zijn vriend en collega, rabbi Simcha Bunam van Przysucha. Rabbi Abraham ziet enkele leerlingen van rabbi Simcha ijverig in boeken studeren, anderen debatteren en weer anderen zitten luidkeels te bidden. Het is een chaos in het studiehuis en hun leermeester is in geen velden of wegen te bekennen.

Daarop loopt rabbi Abraham naar het huis van zijn vriend en treft hem daar aan. ‘Waarom houd je geen toezicht en zorg je er niet voor dat je studenten in stilte studeren en bidden volgens de voorschriften?

Elk van je leerlingen doet maar waar ie zelf zin in heeft.’ ‘Klopt. Maar ik zal je een parabel vertellen’, antwoordt rabbi Simcha.

Drie mannen zaten tezamen in een pikdonkere ruimte. Twee van hen waren intelligent, de derde was een simpele ziel. Die laatste wist zich niet te redden in het duister.

Aankleden, eten en drinken zonder iets te zien, dat lukte hem niet. Door zijn gekluns werd het een enorme bende in de kamer. Een van de anderen probeerde de stuntelaar te helpen en legde uit hoe hij als een blinde broek en hemd moest aantrekken. En soep kon eten zonder te morsen. Al die aanwijzingen hielpen nauwelijks. De derde in de kamer deed helemaal niets dan alleen de muur betasten.

In het donker kun je die man weinig bijbrengen, al doe je nog zo je best

‘Waarom help je me niet om die sukkel wat manieren bij te brengen? Waarom heb je alleen maar oog voor die stomme muur? Dat levert toch niets op?’ ‘In het donker kun je die man toch weinig bijbrengen, al doe je nog zo je best. Hij kan zich niet oriënteren. Daarom zoek ik een andere weg. Ik probeer een barst in de muur te vinden die ik groter kan maken. Dan kan het licht van buiten naar binnen stromen. Daarna leert die man vanzelf wel wat hij nodig heeft en waartoe hij zelf in staat is.’ ‘Dat probeer ik ook’, zegt rabbi Simcha tot besluit tegen zijn vriend Abraham. ‘De gordijnen in een duistere ruimte opendoen en het licht binnenlaten.’

Commentaar

Rabbi Simcha Bunam (1765-1827) wordt gezien als een verlichte rabbijn, ook al stond hij volop in de chassidisch-joodse traditie. Hij geloofde in het belang van wetenschap en filosofie. Bovendien was hij kritisch ten aanzien van kuddegedrag, het slaafs navolgen van mores en opvattingen. Mensen zijn groepsdieren én individuen, daarom moet elke gelovige zijn eigen, unieke relatie met God ontwikkelen, zo meende deze rabbi Simcha. Daarom wilde hij ruimte scheppen voor zelfonderzoek en kritisch nadenken.

Heel opmerkelijk, die open blik. Want orthodoxe joden (en natuurlijk ook streng-religieuze christenen en moslims) beschouwen we doorgaans niet als ruimdenkende geesten. Deze rabbi heeft echter een groot vertrouwen in zijn studenten, in hun zelfredzaamheid en vaardigheid om nieuwe dingen te leren. Een docent moet daarom zijn kennis nooit panklaar opdienen, want daarvan leert een student doorgaans weinig.

Ruimte scheppen voor ieders persoonlijke zoektocht naar God en het leven…

Een leerling moet leren waar hij zélf de juiste ingrediënten kan vinden en hoe hij zelf een maaltijd kan koken. Of in de woorden van rabbi Simcha: je moet het licht binnenlaten. Ruimte scheppen voor ieders persoonlijke zoektocht naar God en het leven.

Ik geloof sterk in de kracht van verhalen waarin ieder zijn eigen waarheid en licht kan ontdekken. Zoekende levenswijsheid die je als mens op weg helpt in plaats van een strenge geloofsleer of veeleisende waarheid die mensen blokkeert. Verhalen bieden zowel verbeelding als verbinding, je kunt je daardoor inleven in anderen en tegelijk ook jezelf erin herkennen. Om die reden ben ik van plan om in Utrecht een Verhalenhuis op te richten. Want ik geloof dat we juist door het vertellen van verhalen niet alleen zelf wijzer worden, maar ook meer begrip voor elkaar zullen vinden.

Vragen voor jezelf en anderen:

  • Zie je kritisch nadenken over geloof als winst of als verlies? Waarom ervaar je dat zo?
  • Hoe kun je anderen helpen om hun eigen, unieke weg in het geloof te vinden?
  • Op welke manier kun jij voor anderen ‘een gordijn opentrekken’ en ‘het licht binnenlaten’?

Theoloog, verhalenverteller en muzikant Gottfrid van Eck is een groot liefhebber van de joodse verhalen-traditie en geeft er persoonlijk commentaar op.

< Terug