< Terug

Samen met alle heiligen: protestantse en interculturele kerken

‘Moge Hij [de Vader van elke gemeenschap, SdK] vanuit Zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door Zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. Dan zult u samen met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid’ (Efeziërs 3:16-19).

Tussen ideaal en werkelijkheid

Bovenstaande bijbeltekst schetst mij het ideaal voor de samenwerking tussen protestantse kerken en interculturele kerken in Nederland. De grote diversiteit van interculturele kerken ervaar ik als een zegen, want hierdoor kunnen we samen de liefde van Christus nog breder en dieper leren kennen.

Voor mijzelf begon dat twintig jaar geleden, toen het fenomeen ‘interculturele kerken’ totaal nieuw was voor mij. Samen met een groep studenten van Bijbelschool De Wittenberg werd ik rondgeleid in Amsterdam-Zuidoost, in de Bijlmer, langs wat we toen ‘migrantenkerken’ noemden. Jan de Jonge, ouderling van de Protestantse Kerk aldaar, verzorgde deze rondleiding (hij doet dat nog steeds). Ik werd diep getroffen door het inspirerende geloofsleven en tegelijkertijd de diepe nood en armoede.

Sindsdien zijn interculturele kerken steeds meer voor me gaan leven en de ontmoetingen met leden van deze kerken en hun leiders een voortdurende inspiratie. Op 1 januari 2017 ben ik aangesteld als verbindend specialist interculturele kerken bij Kerk in Actie van de Protestantse Kerk in Nederland.

In dit artikel bespreek ik eerst het begrip ‘interculturele kerken’. Na een korte schets van de geschiedenis van de interculturele kerken en de huidige stand van zaken van relaties tussen de Protestantse Kerk in Nederland en enkele interculturele kerken, beschrijf ik de idealen achter de samenwerking. Vervolgens schets ik vijf punten van aandacht bij deze samenwerking en ik sluit af met een concreet plaatselijk voorbeeld.

Het begrip ‘interculturele kerken’

Ik gebruik bij voorkeur de aanduiding ‘interculturele kerken’. Hiermee wordt aangegeven dat veel leden de Nederlandse nationaliteit hebben en deelnemen aan de Nederlandse cultuur, maar tegelijk hebben zij een andere culturele achtergrond. Samen met de eigen taal is dit ook de bestaansreden van deze kerken.

De geloofsgemeenschap met de specifieke culturele achtergrond geeft een thuisgevoel. Omdat de leden ervan tussen twee culturen leven, is de term ‘intercultureel’ van toepassing. Onder deze term vallen ook de kerken die bewust kiezen voor multiculturele gemeenteopbouw.

De aanduidingen ‘migrantenkerken’ of ‘allochtone kerken’ gebruik ik liever niet. Veel kerken geven hier zelf niet de voorkeur aan, mede omdat als gevolg van het maatschappelijk debat dat gevoelsmatig de lading heeft van ‘iemand die hier eigenlijk niet hoort’. Ze zien zichzelf als Nederlanders, ze horen hier en zijn hier geworteld; en ze zien zichzelf als christen, onderdeel van een grotere christelijke gemeenschap. Als kerk in Nederland willen ze als Nederlandse kerken worden gezien, weliswaar met een andere culturele achtergrond maar wel een Nederlandse kerk. Een meer neutrale term zou zijn ‘internationale kerk’, maar het nadeel daarvan is dat nationaliteit meestal niet de eerste reden is om bij elkaar te komen.

Tegelijkertijd zie je dat in het kerkelijk veld autochtone kerkgemeenschappen en interculturele kerken nog behoorlijk gescheiden van elkaar opereren. Het is in een artikel als dit een worsteling om niet in wij-zij-formuleringen te vervallen. De fundamentele eenheid van de christelijke familie hoort wat mij betreft centraal te staan, hoewel ik daarbinnen wel oog wil houden voor de onderlinge verschillen die er zijn.

Migratiegeschiedenis en interculturele kerken

Nederland telt volgens het platform Samen Kerk in Nederland (SKIN) minstens 800.000 christenmigranten. De meeste daarvan zijn rooms-katholiek, maar er zijn ook protestanten, oosters-orthodoxen, leden van Afrikaanse autonome kerken, enzovoorts. Wanneer de Europese interculturele kerken erbij opgeteld worden, dan komt het Amerikaanse Pew Research Center zelfs tot 1,3 miljoen christenmigranten in Nederland.

De Vlaamse filosoof David Dessin schrijft in zijn boek God is een vluchteling dat de voortgaande vergrijzing in de gevestigde christelijke kerken in combinatie met een instroom van nieuwe christelijke groeperingen zelfs zal zorgen voor een volledig nieuw christendom in de lage landen.

Voorwaar een belangrijke reden om eerst enig zicht te krijgen op de ‘nieuwe’ christelijke geloofsgemeenschappen, de interculturele kerken. De variatie is enorm. Ik schets vijf stromen met daarbij enkele typeringen van geloofstradities.

Vijf migrantenstromen

De eerste interculturele kerken in ons land ontstonden in de zestiende eeuw, de laatste zijn bij wijze van spreken gisteren gesticht.

• In de zestiende eeuw vluchtten aanhangers van Calvijn vanuit België en Frankrijk naar de Nederlanden. Zij vormden de Waalse kerken. Een eeuw later weken Franse hugenoten uit naar ons land. In 1683 stichtten Schotse zeelui, kooplui en soldaten de Schotse Lutherse Kerk en Armeniërs de Armeens Apostolische Kerk. Ruim een eeuw later stichtten Finse en Noorse zeelui zeemanskerken. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog richtten Indonesische protestanten de Persekutuan Kristen Indonesia (Perki) op.

• Na de Tweede Wereldoorlog kwam bij de dekolonisatie een tweede stroom migranten: Molukkers en andere Indonesiërs, Surinamers en Antillianen. De manier waarop de Molukkers in Nederland moesten blijven gaf de nodige spanningen tot aan treinkapingen toe. De Molukse geloofsgemeenschappen waren en zijn dikwijls dragers van de Molukse identiteit en deze spanningen zijn binnen hun geloofsgemeenschappen dan duidelijk merkbaar.

• Een derde stroom bracht vanaf eind jaren zeventig mensen uit Azië, Afrika en Latijns-Amerika naar ons land, vooral vluchtelingen. Zij stichtten onder andere evangelische geloofsgemeenschappen, soms als dochtergemeente vanuit het land van herkomst.

• Een vierde stroom kwam op gang rond 2000 en bestaat voornamelijk uit arbeidsmigranten uit Oost-Europa. Deze arbeidsmigranten uit Oost-Europa stichtten hun eigen geloofsgemeenschappen, voornamelijk katholieke en orthodoxe parochies. Zoals Poolse Rooms-Katholieke, maar ook Servisch-Orthodoxe en Macedonisch-Orthodoxe kerken.

• Sinds 2010 neemt de vluchten asielmigratie toe vanuit het Midden-Oosten, onder andere als gevolg van de burgeroorlog in Syrië. Ook vanuit Afrika en in het bijzonder Eritrea vluchten mensen naar het veilige Europa. Onder andere Oriëntaals-Orthodoxe kerken groeien hierdoor, zoals de Syrisch-Katholieke Kerk, de Syrisch-Orthodoxe Kerk en de Eritrees-Orthodoxe Kerk.

De grote diversiteit en veelkleurigheid van interculturele kerken is enigszins te duiden door deze vijf stromen. De Protestantse Kerk in Nederland heeft haar eigen historie in relatie tot deze stromen. Daarom volgt nu een korte stand van zaken wat betreft de huidige relaties.

Relaties PKN en interculturele kerken

Voordat we naar de idealen gaan, is het goed om te constateren dat de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) de oecumenische relaties vooral ontwikkeld heeft via de Wereldraad van Kerken, de Nederlandse Raad van Kerken en de plaatselijke afdelingen. Er zijn echter ook enkele interculturele kerken waarmee meer specifieke banden zijn aangehaald, mede omdat deze kerken zijn voortgekomen uit het zendingswerk van de voorlopers van de Protestantse Kerk.

Onderdeel van de PKN:

1. In mei 2012: de Urdu-gemeente Nederland. Een geloofsgemeenschap met Pakistaanse wortels. De vieringen zijn voor het grootste deel in het Urdu, de officiële Pakistaanse taal.

2. Op 20 april 2018 besloot de generale synode tot de toetreding van vier Indonesische gemeenten tot de Protestantse Kerk. De vieringen zijn voor het grootste deel in het Indonesisch.

Associatie met de PKN:

1. GKIN: de Gereja Kristen Indonesia Nederland (GKIN) of Indonesisch-Nederlands Christelijke Kerk manifesteert zich sinds 7 juli 1985 als een kerk in Nederland met het doel het evangelie van Jezus Christus te verkondigen en pastorale zorg te bieden, in het bijzonder aan broeders en zusters uit Indonesië, die een andere geloofsbeleving hebben dan de Nederlanders.

2. In 2010 heeft de PKN een partnerschap gesloten met de Presbyterian Church of Ghana, al jaren nauw verbonden met verwantschap in geloof en kerkorde. Nederland telt meer Ghanese kerken, onder meer in Amsterdam-Zuidoost en Den Haag en sinds een jaar ook in Almere.

3. GIM: de Geredja Indjili Maluku (Molukse Evangelische Kerk), gesticht in 1952 en via het Moluks Theologisch Beraad verbonden met de Protestantse Kerk in Nederland. De GIM telt 25.000 leden en komt samen op 65 plaatsen in Nederland.

Bijdrage aan discussie over migratie

In samenwerking met andere kerken worden concrete idealen geformuleerd en gerealiseerd. Allereerst is er de bijdrage aan het maatschappelijke debat over migratie.

Op 16 november 2018 ontvingen de leden van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland als eerste het boek Van migrant tot naaste. Plaatsmaken voor jezelf. Hierin worden de idealen goed verwoord:

‘Dit boek gaat over migratie, omdat het nodig is dat we daar met elkaar over spreken, vanuit de overtuiging dat migratie geen probleem is dat gemanaged moet worden, maar dat ons primair uitdaagt om als migranten en niet-migranten vreedzaam samen te leven als naasten. Dat vraagt om een open samenleving die ruimte biedt aan heel diverse mensen die geen vreemdeling voor elkaar blijven, maar elkaars naasten worden. Een samenleving waarin de hoop op vreedzaam samenleven het wint van de angst voor de vreemdeling.’

Oproep tot samenwerking

‘In de overtuiging dat wij als mensen aan elkaar gegeven zijn, ligt de opdracht om elkaar over grenzen van verschillen heen te ontmoeten’, observeert Kathleen Ferrier treffend in genoemd boek. Zij constateert: ‘Nederlandse kerken vinden het moeilijk om migrantenchristenen te zien zoals zij zichzelf zien. In migrantenkerken zijn vaak lange diensten van vier, vijf uur. Maak dat als autochtoon eens mee. Niet als iets exotisch, maar als: zo kan het ook.’

Ook Samuel Lee relativeert het belang van gezamenlijke vieringen. Hij gelooft er niet in om samen in één kerk te zitten. ‘Migrantenchristenen hebben in de kerkdiensten een heel andere cultuur dan Nederlandse christenen. Christelijke eenheid zit niet in het gebouw, maar in je hart, je handelen en in je karakter’, stelt hij vast. ‘We zijn niet aan elkaar gegeven om kopieën van elkaar te worden, maar om in onze veelkleurigheid en diversiteit de grootheid van God te weerspiegelen. Om elkaar aan te scherpen en te verrijken, om elkaars naasten te zijn.’

Slavernijverleden

Voordat ik iets zeg over de samenwerking zelf, belicht ik een ander punt dat aandacht verdient. Uit het koloniale verleden wordt dikwijls in de eerste plaats het slavernijverleden genoemd. Het is belangrijk om de impact hiervan te duiden. Tegelijk is dit voor veel migrantenchristenen niet het eerste. Wat veel migrantenchristenen eerst noemen is dankbaarheid dat het evangelie verkondigd werd. De bevrijding die het geloof in deze goede boodschap gebracht heeft en brengt is groot. Des te meer is het wel wrang, dat er ook een slavernijverleden is.

In Van migrant tot naaste constateert Kathleen Ferrier dat het slavernijverleden nog volop doorwerkt in onze samenleving: ‘Er zijn nog altijd structuren van superioriteit en inferioriteit die direct te herleiden zijn tot het slavernijverleden. Het gaat erom dat we het verleden van de slavernij onder ogen zien. Niet om met beschuldigende vingers te wijzen, maar om samen aan de toekomst te werken.’

In juni 2013, honderdvijftig jaar na de afschaffing van de slavernij, heeft de Raad van Kerken namens achttien kerken schuld beleden over de rol die Nederlandse kerken hebben gespeeld tijdens de slavernij. ‘We erkennen onze betrokkenheid in het verleden van afzonderlijke kerkleden en van kerkelijke verbanden bij het in stand houden en legitimeren van de slavenhandel’, luidt een van de kernzinnen in het document. Veel gelovigen lieten zich leiden door ‘misplaatst winstbejag en machtsmisbruik’. De Protestantse Kerk in Nederland voegde hieraan toe: ‘Met spijt en schaamte moet worden uitgesproken dat dit alles deel is van ons verleden als kerken.’

De recente zwartepietendiscussie illustreert dat een dergelijk gesprek over ons slavernijverleden nog steeds niet eenvoudig is. Toch zullen deze gesprekken gevoerd moeten worden, want de discussie laait regelmatig op. Het zou goed zijn als lokale protestantse gemeenten hun zusters en broeders uit migrantengemeenten uitnodigen en hierover met elkaar in gesprek gaan om elkaars verhalen en pijn te delen.’

Mijns inziens is het stilstaan bij het slavernijverleden vooral vruchtbaar, wanneer er daarna zinvol gezamenlijk verder gekeken kan worden naar de toekomst. Opnieuw is het van belang om tijdens het opbouwen van een relatie de tijd te nemen om goed naar elkaar te luisteren.

Samenwerking

Bij de samenwerking tussen een protestantse kerk en een interculturele kerk noem ik vijf punten die van belang zijn.

• Verlangen naar eenheid in diversiteit

Het opbouwen van een relatie tussen een protestantse kerk en een interculturele kerk moet in mijn ogen gefundeerd zijn op een geestelijk verlangen naar eenheid tussen christenen en kerken onderling, met respect voor de onderlinge diversiteit. Deze eenheid is iets waartoe Jezus ons in de Bijbel meermaals oproept (zie bijv. Johannes 17:21). Het is niet iets vrijblijvends, maar een principe waaraan we continu moeten blijven werken.

Wereldwijd vormen we een christelijke familie. Je ontdekt in christenen van elders familieleden die je eerder niet kende; dat geeft een gevoel van vreugde en rijkdom. Soms ervaar je wederzijds ongemak, dat hoort er ook bij. Dat beschouw ik ook als een zegen; omdat ongemak je vaak wijst op wat er toe doet en wat geleerd moet worden. In Efeziërs 3:17-19 lezen we dat we alleen ‘samen met alle heiligen’ de volheid van Christus leren kennen en iets kunnen vatten van de grootheid van God.

• Zoek elkaars talenten

Interculturele kerken zijn zeer rijk aan talenten en aan geestelijke kracht. Ze hebben een groot sociaal en cultureel kapitaal dat van toegevoegde waarde kan zijn. Dankzij een bepaalde taal en cultuur kunnen ze makkelijker in contact komen met mensen met een vergelijkbare achtergrond en bruggenbouwers zijn. Andersom kunnen protestantse kerken een veilige plek vormen voor leden van interculturele kerken die juist liever hulp zoeken bij een andere kerk dan die van henzelf. Deze voorkeur verschilt per persoon. Als je weet welke talenten of toegevoegde waarde jouw eigen gemeenschap en die andere gemeenschap heeft, kun je beter zien op welke punten je elkaar kunt aanvullen.

In de relatie is het daarom belangrijk om de tijd te nemen om elkaar te leren kennen. Dat klinkt misschien simpel, maar het werkt niet om met een plan naar een interculturele kerk te gaan, je plan voor te leggen en daar dan concrete afspraken over te willen maken. Plannen moet je samen maken, die moeten groeien vanuit een relatie waarin je ontdekt wat de visie en de talenten van de ander zijn. Zo kun je zoeken naar een gelijkwaardige vorm van samenwerking waarin iedereen naar vermogen bijdraagt en gewaardeerd wordt om datgene wat hij en zij kan bijdragen.

• Houd rekening met de verschillende hiërarchische structuren

Veel interculturele kerken kennen een episcopaalse structuur. De leiding en verantwoordelijkheid van de geloofsgemeenschap ligt bij de plaatselijke priester en daarboven bij de bisschop of aartsbisschop. Zo kan het zijn dat de dirigent van het Koptische Koor toestemming aan zijn priester moet vragen of het Kerkkoor mee kan doen met een Choir Festival. Ook congregationalistische kerken, dikwijls pinksterkerken, kennen een sterk hiërarchische structuur.

Protestanten kennen een presbyteriaanse structuur. Wanneer er iets nieuws gedaan wordt in de kerk, besluit de kerkenraad daarover. Ook hier is het van belang om geen oordeel te hebben over welke manier beter is, maar respect te tonen voor de manier waarop de ander leiding geeft aan de geloofsgemeenschap.

Veel interculturele kerken hebben geen diakenen zoals de protestantse kerken die kennen; het zijn kerken van een andere denominatie en met een andere functieverdeling. Orthodoxe kerken kennen wel diakenen: mensen die in principe voorbereid worden tot priester of monnik. Het ontbreken van een formele diaconie zoals die binnen protestantse kerken gebruikelijk is, betekent niet dat er geen zorg wordt gedragen voor arme of kwetsbare mensen. Veel interculturele kerken hebben een meer holistische werkwijze. Dat wil zeggen dat ze de verschillende aspecten van het mens-zijn – materieel, lichamelijk, emotioneel, spiritueel, relationeel – in hun onderlinge samenhang zien. Het is typisch Nederlands om dienstverlening in aparte hokjes te verdelen.

• Ontdek de mogelijkheden van de tweede en derde generatie

De tweede en derde generatie heeft Nederlands steeds meer als moedertaal. Bovendien zijn zij meer gewend dan hun ouders of grootouders die zich in Nederland kwamen vestigen. Er is veel gezegd en geschreven over de problematiek van deze tweede of derde generatie. Ook hier geldt dat we vooral de mogelijkheden moeten zien. Van belang is om deze tweede en derde generatie ook bij het christelijk geloof te blijven betrekken. Nieuwere interculturele kerken kunnen leren van interculturele kerken die al langer in Nederland zijn. Een goede houding en woorden vinden in deze tijd van secularisatie is voor de jeugd en jongeren binnen de Protestantse Kerk en andere gevestigde kerken een grote uitdaging. Dat is voor interculturele kerken evenzeer een grote uitdaging. Meer gezamenlijk optrekken in deze uitdaging strekt tot aanbeveling.

• Houd rekening met verschil in financiële uitgangspositie

Veel protestantse kerken maken een proces mee van krimp en financiële achteruitgang, wat tot allerlei pijnlijke en emotionele interne processen kan leiden. Veel interculturele kerken beseffen dit niet. En andersom weten weinig autochtone christenen hoe interculturele kerken financieel in elkaar zitten.

Wederzijds leven er soms wel allerlei ideeën over de ander. Onder autochtone christenen merk ik bijvoorbeeld wel eens wantrouwen dat een voorganger van een interculturele kerk vooral voor eigen gewin bezig is, en niet helpt als iemand bij hem of haar om hulp aanklopt.

Het gebrek aan transparantie over elkaars financiële positie kan ook leiden tot misverstanden. Bijvoorbeeld als een kerk een behoorlijke verhuurprijs vraagt en de hurende (interculturele) kerk dat eigenlijk niet kan betalen. Omdat men zich schaamt en/of simpelweg echt een gebouw nodig heeft, wordt dat niet gezegd, waardoor er betaalachterstand ontstaat. Dat leidt weer tot frustratie van de verhurende kerk, die suggereert dat interculturele kerken voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten en alleen maar willen profiteren.

Interculturele kerken kunnen het gevoel hebben dat ze alleen maar gebruikt worden om er geld aan te verdienen, zodat er bijvoorbeeld mooie glas-in-lood ramen in het gebouw kunnen komen. En dat is weer iets dat voor hen geen prioriteit verdient boven het überhaupt gebruik kunnen maken van het gebouw.

Financiële positie interculturele kerken

Al deze ervaringen tussen interculturele en autochtone kerken beïnvloeden de financiële reputatie over en weer, en kunnen de relatie schade toebrengen. Hoe zitten interculturele kerken financieel in elkaar?

Van de interculturele kerken heeft meer dan tachtig procent geen betaalde voorganger in dienst, en meer dan zeventig procent heeft geen eigen gebouw. De kerken draaien volledig op giften van kerkleden, ze hebben nauwelijks opgebouwd vermogen of legaten uit het verleden.

Ze zijn veel succesvoller dan protestantse kerken in het aantrekken van migrantenchristenen; de meeste protestantse kerken zijn nog behoorlijk wit. Sommige interculturele kerken zijn nog aan het overleven in Nederland. De leden hebben lagere inkomens, kampen met discriminatie op de arbeidsmarkt, en de mensen die wel een goed inkomen hebben dragen naar verhouding een groot deel van de lasten van hun eigen gemeenschap.

Simpel gezegd, ze hebben naar verhouding minder vermogen en grotere lasten dan een gemiddelde protestantse kerk. Een groot deel van hun budget gaat naar het betalen van de huur, er blijft vaak weinig over voor andere zaken als hulp aan de armen. Vaak betaalt de voorganger en één of twee leiders uit eigen zak eten en andere materiële hulp voor mensen die daar om vragen, ook voor mensen van buiten de eigen kerk.

Een voorbeeld: in sommige kerken heeft veertig procent van de mensen werk, veertig procent zit zonder werk, en twintig procent heeft geen papieren. Hierdoor moet de werkenden 40% bijleggen voor de overige zestig procent. Deze onderlinge solidariteit is zeer waardevol, maar werkt beperkend op de capaciteit om extern ook nog uitgebreid aan missie of diaconaat te doen. Hun begrijpelijke verlangen naar gelijkwaardigheid en gevoel van eigenwaarde verhinderen soms dat ze hier openlijk over spreken.

Interculturele kerken hebben vaak wel de intentie om iedereen te helpen, ongeacht of die persoon lid is van de kerk of niet. Er zijn ook interculturele kerken die zich in de praktijk beperken tot een bepaalde doelgroep, zoals bijvoorbeeld gemeenschappen waar veel expats komen. Vanwege hun tijdelijke verblijf in Nederland komen deze gemeenschappen vaak minder in aanraking met de omringende samenleving.

Dit wil overigens nadrukkelijk niet zeggen dat alle interculturele kerken weinig financiële draagkracht hebben. Er zijn ook interculturele kerken die een betere sociaaleconomische positie hebben, zeker de gemeenschappen van kennismigranten en de gemeenschappen die al generaties geleden in Nederland zijn komen wonen. Sommige kerken hebben een moederkerk in hun thuisland die bijvoorbeeld financieel bijspringt bij de aankoop van een kerkgebouw.

Als je je niet bewust bent van elkaars financiële uitgangspositie, kun je allerlei vormen van pijnlijke misverstanden krijgen. Onderlinge openheid en sensitiviteit voor verschillende mechanismen om schaamte en verdriet te verbergen, is hiervoor aan beide kanten noodzakelijk. Als je in vertrouwen de kwetsbaarheid en de problemen van jouw eigen gemeenschap kunt delen met elkaar, met wederzijdse empathie, en met gevoel voor de grotere Kerk, waarbij als één lid lijdt, ook andere leden dat voelen (1 Korintiërs 12:26), dan kan dat een enorm krachtige, verbindende handreiking zijn.

Vanuit deze basis is het kerkgebouw met elkaar delen een uitstekende mogelijkheid om elkaar te dienen en te verrijken. In het boek Kerken delen worden duidelijke voorbeelden gegeven.

Bijbellezen in de interculturele groep

Tot besluit een concrete uitwerking van de samenwerking tussen protestantse en interculturele kerken.

‘Sola Scriptura’, een van de sola’s uit de Reformatie: ‘de Schrift alleen’, of de Bijbel centraal, is een belangrijk onderdeel van de tendens ‘Back to Basics’ binnen de Protestantse Kerk. Toegepast op de grote diversiteit aan interculturele kerken en hun leden betekent dit dat we samen met andere christenen terug kunnen gaan naar onze gezamenlijke bron. Mensen met verschillende culturele achtergronden wonend in dezelfde wijk of woonplaats lezen samen uit de Bijbel.

‘Think globally, act locally’ is ook in deze situatie van toepassing. De wereldkerk is bij ons in de buurt. Dit geldt niet alleen voor steden, maar evenzeer voor dorpen, ook al zou je dat misschien op het eerste gezicht niet zo zeggen. Naast mijn werk in Utrecht ben ik predikant van de Protestantse Kerk in het mooie Betuwse dorp Maurik. Daar hebben we vorig jaar op Vluchtelingendag 18 december een Tafel van Hoop georganiseerd. Enkele tientallen mensen kwamen aanzitten. Vervolgens hebben we iedereen uitgenodigd om samen de Bijbel te lezen. We volgen de pilot die te vinden is op www.bijbellezenmetmigranten.nl. (Deze informatie is nu niet meer digitaal beschikbaar.)

Het is echt een ontdekkingsreis: komend uit Azië en Afrika, lezend in dezelfde Bijbel, wonend in hetzelfde dorp. Geloof beleven in heel verschillende geloofstradities: Eritrees-Orthodox, Congolees-Evangelisch, Syrisch, Iraans, reformatorisch en Nederlands-protestants.

Wat een verrijking om samen de Bijbel te lezen en samen te bidden in deze groep. Ieder in zijn eigen taal, tegelijk ontmoeting in de Nederlandse taal. Wat een mooie mogelijkheid om in deze tijd te leven! Zo ervaren we iets van het ‘samen met alle heiligen de lengte, de breedte, de hoogte en diepte kunnen begrijpen, ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat’

Literatuur

Dessin, D. (2017). God is een vluchteling. De terugkeer van het christendom in de Lage Landen. Kalmthout: Uitgeverij Pelckmans.

Eschbach, H. (red.) (2017). Kerken delen. Een boek over de kansen en valkuilen van het gezamenlijk gebruik van kerkgebouwen. Rotterdam: SKIN Rotterdam.

Grant, M. (2018). Christelijke migrantengemeenschappen en autochtone kerkgemeenschappen: bondgenoten in diaconaat? Diaconale Lezing 2018. https://www.stichtingrotterdam.nl/lezingen-downloads/

Reuver, R. de, Nagy, D. (2018). Van migrant tot naaste. Plaatsmaken voor jezelf. Utrecht: KokBoekencentrum Uitgevers.

Websites

www.skinkerken.nl

www.interculturelekerken.nl

www.bijbellezenmetmigranten.nl

www.tafelvanhoop.nl

Simon (drs. S.) de Kam is verbindend specialist interculturele kerken (migrantenkerken) bij de Protestantse Kerk in Nederland en predikant van de Protestantse Kerk te Maurik.

< Terug