< Terug

Sara

Sara en haar tante Marloes lopen door de stad.

‘Wat is dat?’ vraagt Sara. Er liggen bloemen op straat en er brandt een kaarsje in een glazen potje.

‘Is er iemand dood?’

‘Ja, zo zou je dat wel kunnen zeggen,’ zegt tante Marloes. ‘Vandaag worden de mensen herdacht die zijn gestorven in de oorlog. Dat gebeurt elk jaar.’

De bloemen liggen bij een paar vierkante gouden stenen die tussen de bakstenen in de straat zijn geplaatst. Sara buigt om de tekst op de stenen te lezen. Sara Goudsmit, staat er op een. En de datum waarop ze geboren is en de datum waarop ze stierf.

‘Ik heet ook Sara’, zegt Sara stil. ‘En zij was net zo oud als ik toen ze stierf. Wat erg…’

Tante Marloes slaat haar arm om Sara heen. Ze zeggen een tijdje niks.

‘Is het niet verdrietig om elk jaar kaarsjes en bloemen neer te zetten?’ vraagt Sara. ‘Het is al zo lang geleden.’

‘Wat is verdrietiger’. zegt tante Marloes. ‘Dat heel veel mensen elk jaar nog een keer aan haar denken? Of dat niemand meer aan haar denkt?’

Sara denkt even na.

‘Dat niemand meer aan haar denkt’, zegt ze. ‘Dat is erger. Want je bent pas echt dood als iedereen je is vergeten. Dat staat op een tegeltje bij oma thuis.’

‘Haha, zo is het’, zegt tante Marloes.

Sara plukt een madeliefje uit het gras en legt het bij het steentje.

‘Dag Sara’, zegt ze. ‘Vandaag denk ik even aan jou.’

‘Zullen we nu een ijsje gaan eten?’ vraagt tante Marloes.

‘Yes’, zegt Sara.

Iris Boter, schrijver en illustrator (zie www.irisboter.nl).

< Terug