< Terug

Snoeien

Bij Johannes 15,1-8

Papa was in de tuin aan het werk. Hij knipte de struiken met een snoeischaar. De takken vlogen in het rond. Van de wijnrank die langs het balkon groeide, was bijna niets meer over. Alleen een berg dooie takken. ‘Wat doe je?’ zei Mosje. ‘Ik snoei,’ zei papa. ‘Dan gaan ze toch dood,’ zei Mosje. ‘Nee, dan gaan ze juist beter groeien.’ ‘Echt waar?’ ‘Kijk maar naar de heg, die is alweer twee keer zo dik.’ Mama kwam ook naar buiten. Ze plukte viooltjes om het binnen wat gezellig te maken. ‘Er blijft niks meer over,’ zei Mosje. ‘Nee hoor,’ zei ze, ‘dan komen er juist meer nieuwe bloemen.’ Mosje snapt er niets van. ‘Let maar op, daar zie de knopjes al.’ ‘Is dat altijd zo?’ vroeg Mosje. ‘Nee, niet altijd. Sommige planten kunnen er niet tegen. Je moet het goed weten. Rozen moet je ook snoeien, kijk maar.’ Mosje zag het. Hij wilde het ook wel leren.
Jaapje kwam ook even naar buiten. ‘Help je even?’ vroeg papa. ‘Waarom?’ zei hij. ‘Ik heb geen zin.’ ‘Jij wilt toch ook wel een mooie tuin,’ zei mama. ‘Doe mij maar zo’n tuin als de buurman,’ zei Jaapje. ‘Lekker van steen, ben je vlug klaar.’ ‘Ga jij maar even tafeldekken, we gaan zo eten.’ ‘Waarom moet ik altijd helpen,’ bromde Jaapje. Z’n zusje had het al gedaan. ‘Kom je eten?’ vroeg mama. ‘Of heb je daar ook geen zin in?’ ‘Tuurlijk wel,’ zei Jaapje, ‘anders ga ik dood.’
Mosje zat te teuten met het eten. Hij moest alsmaar denken hoe raar het was. Als je snoeide ging het groeien, maar als je geen eten kreeg ging je dood. ‘Je moet goed eten,’ zei mama, ‘anders groei je niet.’ ‘Dan moet je me snoeien,’ zei hij. Iedereen lachte, ook Jaapje, die het hardste groeide van allemaal.
Na het eten moest er nog even opgeruimd worden. Het was teveel voor de kliko. ‘Gooi maar op een hoop, achter in de tuin.’ ‘Kunnen we geen vuur maken?’ vroeg Jaapje. ‘Dat is nou jammer, maar dat mag niet.’

Bij Johannes 15:1-8

< Terug