Van dood naar leven

Als alles gezegd en gedaan was bij het afscheid, herinneringen waren opgehaald, liederen hadden geklonken, gebeden waren gezegd, het kleine verhaal van een mensenleven verbonden was met het grote verhaal van de Eeuwige en de overledene gezegend, dan gebeurde het.

De organist zette in, de cantorij stond zo stil mogelijk op en hun ogen waren gericht op de kist die uitgedragen zou worden. Dit lied kenden zij niet uit hun hoofd, maar uit hun hart: het slotkoor uit de Johannespassion.

Ach Herr, laß dein lieb Engelein
am letzten End die Seele mein
in Abrahams Schoß tragen.

Vaak was de overledene een dierbaar gemeentelid, die trouw zondags naar de vieringen was gekomen en met wie door de jaren een band was ontstaan. Daardoor voelde het ook werkelijk of er een zus of broer werd uitgedragen. Soms was de overledene zelf lid geweest van de cantorij. Dan ervoeren wij bijna nog sterker hoezeer dit slotkoraal, waarmee diegene de kerk uit werd uitgedragen, het moment van loslaten markeerde. De stemmen smeekten niet alleen voor de overledene, maar al bij voorbaat ook voor zichzelf: Ach Heer, laat uw engelen toch komen en mijn ziel meenemen.

Laat mij niet naar het graf, niet naar dat gat in de aarde gaan. Niet naar de oven, niet naar het verterende vuur. Maar laat mijn ziel in de schoot van Abraham mogen rusten totdat Uw dag aanbreekt. In hun stemmen klonk hoop en vertrouwen bij de middelste regels:

Als denn vom Tod erwecke mich daß meine Augen sehen dich in aller Freud, o Gottes Sohn

Met bijna bovenmenselijke verwachting werd er gezongen van wat nog geen oor heeft gehoord en geen oog heeft gezien. Om daarna weer zacht te vragen:

Herr Jesu Christ, erhöre mich, erhöre mich…

Verhoor ons, o Christus, verhoor toch ons gebed, onze diepste wens, dat waar wij op dit moment het meest naar verlangen. Om na een kleine pauze en een ademtocht voluit te zingen:

Ich will dich preisen ewiglich!

Dit loven en prijzen van de Eeuwige was het laatste dat in een afscheidsdienst te horen was. Gezongen tegen de bierkaai van de dood, tegen het harde van het afscheid voorgoed, tegen alle soms onvermijdelijke twijfel of onvermogen om nog te geloven in. Het overlijden van een dierbare wordt ervaren als een transitie van leven naar dood. Maar voor de familie en de gemeenschap, die samenkwam bij dit afscheid, was dit slotkoraal uit de Johannespassion niets minder dan de hoop en vurige verwachting op een transitie van dood naar een – zij het onvoorstelbaar – nieuw leven.

Keer op keer was ik bijna ademloos getuige van dit afsluitende en onder deze omstandigheden transformerende slotkoraal, gezongen door hen die zich verbonden voelden met de overledene en met God en Christus, de Opgestane Heer.

Neely Kok is emeritus predikant, contextueel pastor, begeleider van meditatiegroepen en kloosterweekenden en redacteur van Herademing.

Meer Spiritualiteit