< Terug

Springen en zingen

Luthers liefde voor muziek blijkt al uit de vele liederen die hij schreef. Maar de muziek klinkt ook door in zijn bijbelvertalingen en in de lutherse traditie sindsdien.

Verbijsterd nemen zijn medestudenten rechten op de avond van 15 juli 1505 afscheid van Maarten Luther. Nog maar twee maanden geleden was hij aan die studie begonnen, maar als een donderslag bij heldere hemel heeft hij hun verteld dat hij zich morgenochtend gaat aanmelden bij het Augustijner Klooster in Erfurt. Als een donderslag? Nee, een echt onweer had Luther kort tevoren overvallen. Als door een wonder was hij aan de dood ontsnapt. Trouwens zo ‘helder’ was de hemel ook helemaal niet. De angst voor God zat er goed in bij hem en veel van zijn tijdgenoten.

TENORSTEM

Eén ding zeiden de vrienden vooral te zullen missen: Maartens prachtige zangstem en zijn vaardigheid om de luit te bespelen. Vele jaren later, in 1546, noemt en roemt zijn grote vriend en collega Philippus Melanchthon in de gedachtenisrede aan de Universiteit van Wittenberg eveneens de heldere en muzikale tenorstem van Luther. Ook Johann Walter, de officiële musicus aan het hof van de keurvorst, die de Latijnse mis omzet in de Duitse taal en toon, is onder de indruk van Luthers grote muzikale kennis. Feilloos zoekt en vindt Luther de passende muzikale vormen, zowel voor de lezingen van de ernstige brieven van Paulus als voor de blije toonvormen voor de woorden van Christus.

Wie Luthers preken en geschriften leest, wordt telkens weer door die muzikaliteit geraakt. Zijn taal klinkt als een klok, ademt en zingt als een lieve lust. Geen wonder dat Luther ook liederen is gaan schrijven en componeren, teksten én bijna altijd perfect bijpassende melodieën. Neem een van zijn bijna veertig levendige liederen.

In het Nederlands: ‘Verheugt uw christenen, tesaam! Laat ons van vreugde springen en zegenen Gods grote naam; laat ons de Heer bezingen.’

In het Duits is dat laatste nog mooier: mit Lust und Liebe singen. Typisch voor Luther zo’n alliteratie. Daar was hij dol op: gloed en glans, huis en hof, raad en daad, zingen en zeggen (zingen voorop!).

SACRED DANCE

In het genoemde lied: springen en zingen. Beentjes van de vloer en monden open. Sacred Dance op zijn middeleeuws: boers en boertig, verre van verstild en ingetogen. Wittenberg was maar een kleine universiteitsstad met veel boerenland rondom. Op plaatjes van toen zie je de kerkgangers stáán. Alleen ouden van dagen en zwangere vrouwen konden zitten. Springen en zingen deed je in de kroeg en op de deel, zie Pieter Breugel en Jan Steen. Luther durft het aan om aan de christengemeente voor te stellen om de vreugde om het evangelie van Christus al springend en vooral zingend te beleven.

Onlangs zag ik het gebeuren bij de Surinaamse lutheranen. Zij vierden de 275ste verjaardag van hun kerkgenootschap met ook een feest in de schaduw van de bomen onder een snikhete zon. Zelfs de voetjes van de alleroudsten gingen voor een uurtje van de vloer. De band deed zijn best, net als bij de officiële viering in de kerk met een swingende versie van Luthers meest bekende lied: ‘Een vaste burcht is onze God.’

VOLOP MUZIEK IN DE KERK

Luther noemde muziek ‘de grootste gave van God naast de theologie’. Geen wonder dat Luthers enthousiasme voor de muziek een indrukwekkende muziekproductie op gang heeft gebracht. Volop muziek in de kerk: koren en cantorijen, ontelbaar veel liederen en instrumentale muziek, orgels, klein en groot, talloze variaties en bewerkingen van Luthers liederen. Luther stond er al zelf al verbaasd van: ‘Het grootste wonder van de schepping is dat geen twee mensen dezelfde stem hebben.’

Muziek: de grootste gave van God naast de theologie

Hans Mudde is emeritus luthers predikant en lieddichter.

< Terug