< Terug

Stilstaan en vooruitkijken

Stilstaan en vooruitkijken

De oudejaarsavond heeft op de liturgische kalender geen specifieke betekenis. Toch wordt er dan in veel plaatsen een kerkdienst gehouden. Veel mensen vinden het prettig om op die avond naar de kerk te gaan, om stil te staan bij het afgelopen jaar en vooruit te kijken.

Het (bijna) voorbije jaar wordt voor Gods aangezicht herdacht en er wordt om een zegen gevraagd voor het nieuwe jaar. Dit alles vanuit het vertrouwen dat onze tijden in Gods hand zijn. In sommige gemeentes worden op die avond de namen genoemd van hen die het afgelopen jaar zijn gestorven. Vaak wordt Psalm 90 gelezen, waarin God wordt bezongen als een toevlucht van generatie op generatie.

Liturgiehandreiking

De liturgische gegevens voor oudjaarsavond worden ons aangereikt door het Dienstboek van de Evangelisch-Lutherse kerk. Ze zijn ook terug te vinden in het Dienstboek van de PKN. Bovenaan staat: ‘preekdienst of vesper’. Het ligt inderdaad niet voor de hand om op oudejaarsavond een complete dienst van Schrift en Tafel te houden. Toch worden er wel drie schriftlezingen aangereikt, zoals die ook in een hoofddienst worden gelezen (profeten, epistel, en evangelie). Een preekdienst roept op een avond als deze misschien de gedachte op van ‘nog een jaaroverzicht’. Ik zou zelf voor een vesper kiezen, met eventueel een beknopte inleiding op de lezingen. In een vesper zijn drie lezingen wellicht te veel van het goede. Ik zou dan ook de keuze beperken tot één of hoogstens twee lezingen. Een model van een orde voor een vesper is bijvoorbeeld te vinden in het Dienstboek (PKN) op p. 968-970.

De evangelielezing uit Lucas 12 roept op tot waakzaamheid en wakkerheid. Het voelt misschien wat onwennig om op oudejaarsavond deze woorden over voleinding en wederkomst te lezen. Aan de andere kant halen ze ons meteen weg uit de sfeer van vuurwerk en oliebollen, en worden we bepaald bij waar het in ons geloven om gaat: sta klaar en doe je gordel om en houd je lampen brandend. Een licht te zijn voor de wereld, reisvaardig en alert. Dat is het tegendeel van een ingedut en vastgeroest. Woorden die een appèl op ons doen.

De introïtusantifoon is Psalm 121. Een prachtige psalm om de toon te zetten op oudejaarsavond. Eventueel kan de psalm omlijst worden door de antifoon, Psalm 121,8: ‘De Heer houdt de wacht over je gaan en komen, van nu tot in eeuwigheid.’ Een toonzetting van de antifoon is te vinden in het Luthers Antifonenboek of in het Liedboek (121b, Antifoon B).

In de profetenlezing (Jes. 51,1-6) wordt de Heer de rechtvaardige genoemd die Jeruzalem troost. Zijn recht zal een licht zijn voor alle volkeren. De epistellezing (Rom. 8,31-39) bestaat uit de bekende woorden van de apostel dat niets of niemand ons kan scheiden van de liefde van Christus. Woorden om de toekomst mee in te gaan. De epistellezing kan daarom ook voorafgaand aan de zegenbede worden gelezen, als heenzending.

Tussen profeten en epistel draagt het Luthers rooster als gradualepsalm Psalm 90 aan. Deze psalm is een lezing op zich; het zijn voor velen vertrouwde woorden op oudejaarsavond.

Als avondlied kan het lied ‘Von Guten Mächten’ (LB 511) een plaats krijgen. Dietrich Bonhoeffer schreef dit lied voor zijn dierbaren (zijn verloofde en zijn ouders) op 28 december 1944, vanuit zijn cel in de gevangenis van Tegel. De bede om de ‘bittere beker’ zelf uit Gods hand aan te nemen zullen we hem misschien niet zo gemakkelijk nazeggen. Vers 3 kan daarom ook als orgelvers worden uitgevoerd, zodat we deze bijzondere woorden van Bonhoeffer kunnen overwegen.

In de liturgie van de vespers klinkt na de schriftlezing als canticum (Bijbelse lofzang) het Magnificat, de lofzang van Maria (LB 157). In de kersttijd zou ik deze in ieder geval opnemen. Wie kiest voor twee schriftlezingen kan ook in de stijl van de Anglicaanse Evensong na de tweede lezing het Nunc Dimittis laten zingen (de lofzang van Simeon, LB 159). De woorden uit de lofzang ‘een licht is opgegaan’ sluiten prachtig aan op de evangelielezing uit Lucas 12.

In het psalmgebed (een vast onderdeel van de vespers) kunnen meerdere psalmen gelezen en gezongen worden: in ieder geval Psalm 90, maar daarnaast ook Psalm 121 en Psalm 8. De stilte na de evangelielezing kan besloten worden met LB 196.

Alternatieve evangelielezing

De context van de oudejaarsavonddienst is de Kersttijd. De liturgische kleur is dan ook wit. ‘Oudejaar ligt onder de glans van Kerstmis’ (Van der Leeuw). De volgende dag, 1 januari, is het octaaf van Kerst (de achtste dag), ook wel de ‘Naamgeving en besnijdenis van onze Heer Jezus Christus’. Vooruitlopend op 1 januari – dit jaar op een zondag – kan men er ook voor kiezen om aan te sluiten bij het evangelie van die dag. Men leest dan Lucas 2,21-32 (eventueel vanaf vers 16).

Suggesties voor gebeden

– Gebeden uit de rubriek ‘Avondgebeden’ in het Dienstboek PKN (deel I, p. 1124-1133).

– Jan de Jongh, ‘Gebed voor de oudejaarsavond’, uit: Rond de langste nacht. Liturgie maken in herfst en winter, Zoetermeer (1996), p. 141-142.

– Luthers Avondgebed, al dan niet gezongen volgens de toonzetting uit het Liedboek (LB 202).

– Onderstaand gebed afkomstig van het Bisdom Breda (uit: In Gebed. De mooiste gebeden uit de traditie, Brepols, 1988):

Wij zijn van U, eeuwige God,

en onze tijd behoort U toe.

Mensen komen en mensen gaan,

de tijd slaat wonden en heelt ze weer,

lief en leed gaan hand in hand.

Maar Gij, Heer, blijft dezelfde,

uw jaren kennen geen einde,

want Gij zijt de levende God.

Wij danken U voor alles wat ons

in het afgelopen jaar is gegeven

en wij vragen U:

Laat ons met vertrouwen

het nieuwe jaar tegemoet zien.

Stel ons open voor

alles wat komen gaat.

Vervul onze dagen

met vreugde en voorspoed,

en vergeet ons niet.

Onze namen staan toch geschreven

in de palm van uw hand?

Uw goedheid prijzen wij,

vandaag en alle dagen die komen

tot in eeuwigheid.

Maarten Diepenbroek

< Terug