< Terug

Synodevoorzitter ds. Otto Matulessy: ‘Wonderen gebeuren nog steeds in de kerk’

Ds. Otto Matulessy is ondanks de drukke werkzaamheden zeer opgetogen als we elkaar ontmoeten in het Houtense kantoor van de Geredja Indjili Maluku (GIM), de Molukse Evangelische Kerk in Nederland. Tot drie jaar geleden stond hij midden in het gemeentewerk, nu richt hij zich op zijn taak als ketua, voorzitter, van het synodebestuur van de GIM. Enthousiast deelt hij zijn verhaal met het oog op het 70-jarig bestaan van zijn kerk. Hij aarzelt zichzelf te omschrijven – ‘ik ben niet zo van de oneliners over mijzelf’ – maar het interview verliep in de geest van: ‘Beta anak bangsa …’ – ‘Ik ben een kind van het volk…’

Hoe is het voor u als synodevoorzitter van de Molukse Evangelische Kerk om het 70-jarig bestaan te kunnen vieren?

‘Voor mij is het een groot wonder dat we als Molukse Evangelische Kerk, de Geredja Indjili Maluku (GIM), nog steeds bestaan. Vroeger kwamen er vanuit de Nederlandse kerken vragen over de Molukse kerk. Zou ze nog standhouden na vijf of tien jaar? Zo’n vijf jaar geleden kwamen die kritische opmerkingen over de houdbaarheid van de Molukse kerk in Nederland juist van Molukse kant.

Ik ben blij en dankbaar, dat we alles doen om de Molukse Evangelische Kerk te laten voortbestaan. Juist in een periode waarin alles lijkt tegen te zitten ten gevolge van de coronapandemie en de dreiging van een derde wereldoorlog, spannen we ons in om als GIM een levende kerk te zijn. Met vallen en opstaan tonen wij de waarde van de GIM voor de Molukse samenleving in Nederland. Met de bezuinigingen en subsidiestop van de Nederlandse overheid zijn aan het einde van de vorige eeuw de meeste Molukse instellingen verdwenen. De GIM staat daarentegen als kerk op eigen benen.

Op weg naar het 70-jarig bestaan is ds. Michael Pattawala begonnen met een project, waarbij hij het gesprek aangaat met gemeenteleden door het land. Wij zijn als bestuur blij met de voorlopige rapportages en kijken uit naar zijn presentatie tijdens de jubileumviering op 26 november in Drachten. In de ontmoetingen blijkt, dat de wens om binnen de Molukse kerk te blijven groot is. Onder de jongeren bestaat het sterke verlangen om als Molukker de eigen identiteit en cultuur in de kerk te behouden. Vanuit de gemeente en de jongeren klinkt de roep om meer aandacht te geven aan de eigen taal en cultuur. Een inspanningsverplichting zou niet verkeerd zijn om de taal en de Molukse spiritualiteit en geloofsgebruiken te handhaven.’

Wat is voor u als voorzitter de betekenis van de GIM in Nederland?

‘Als kerk gaat het om de onderlinge verbondenheid en de wijze waarop wij samen kunnen leven. Ik merk dat Molukse mensen zich niet zo thuis voelen in een Nederlandse kerk. Ik hoor ze meestal mopperen na een bezoek, ondanks hun kritiek ook op de eigen kerkelijke setting. De Molukse kerk de rug toekeren, nee, dat gaat niet, dat blijft voor hen een ongerieflijke kwestie. Wij hebben een nestgeur die wij telkens opnieuw doorleven bij speciale diensten waarbij het gezin betrokken is. Van huwelijk, doop en belijdenis tot de rituelen bij het sterven. Wij kennen mooie gebruiken zoals de malam penghiburan – de troostdienst – en de makburat – de uitvaart – waarbij wij als kerk en samenleving mensen nabij willen zijn in het verlies.

‘Wij hebben een nestgeur die wij telkens opnieuw doorleven. We zijn gewend God overal bij te betrekken’

Het bestaan van de GIM illustreert, dat je het christelijk geloof op eigen wijze mag beleven. Thuis bidden mensen nog bij de piring natzar, het huisaltaar. Bij alle levensgebeurtenissen komen we daar samen en we zijn gewend God overal bij te betrekken. Die opvoeding tekent ons. Constant ben je op zoek naar dat thuisgevoel, dat je binnen de GIM als Molukse kerk kunt vinden.’

Wat is de kracht van de prediking binnen een kerk als de GIM in Nederland?

‘Dicht bij huis blijven, de preek actualiseren. Daarbij komt niet alleen de context van de Bijbel in beeld, maar ook de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. In de kerk is preken één aspect van het kerkenwerk. Er is óók gemeenteopbouw en pastoraat. In het pastorale werk blijft het de kunst om de contacten met de mensen warm te houden. In de Nederlandse kerk heb je veel academici, maar dat geeft geen garantie voor het voortbestaan van de kerk.

Hoe ga je met elkaar om? Kijk je wel naar elkaar om? Dat is de gedachte van ‘laeng sajang laeng’: ‘de een heeft de ander lief ’. Deze gedachte heeft de inhoud van elkaar helpend nabij zijn. Als we dit in de praktijk brengen, voert dit ons naar een andere Molukse lijfspreuk ‘ale rasa beat rasa’: ‘wat jij voelt voel ik ook’. Het heeft te maken met solidariteit en verbondenheid. Dit zijn ook bijbelse zaken; hoe attenderen we mensen hierop? Hoe kunnen we dit uitbouwen? Vanuit de kerk mogen wij dit promoten, zodat mensen ook de verbinding zien tussen het christelijk geloof, de Molukse cultuur en de Molukse christelijke identiteit. Het een sluit het ander niet uit. Je merkt dat de Molukse gebruiken impact hebben op onze christelijke levenshouding, maar dat dit ook omgekeerd het geval is.’

‘Je merkt dat de Molukse gebruiken impact hebben op onze christelijke levenshouding, maar dat dit ook omgekeerd het geval is’

‘Evenals in de Nederlandse kerken kent de Molukse kerk het diaconaat: elkaar helpen en elkaar nabij zijn. Daarbij wordt nog volop gebruikgemaakt van de verbanden en bondgenootschappen die van oudsher de Molukse samenleving kenmerkten, de zogeheten pela-gandong, gebaseerd op gemeenschappelijke herkomst en stamverbanden. Jammer genoeg merk je de veranderingen in de Molukse wijk. Vroeger was het onbestaanbaar dat mensen na drie dagen dood in huis werden aangetroffen. Nu gebeurt het. Wij zijn ook aangetast door het do ut des-virus: je gaat niet meer bij iedereen langs met een kaart of envelop om je verbondenheid te onderstrepen.

Bij de eerste generatie kende je het gebruik van de muhabbat. Het woord betekent letterlijk liefde en staat symbool voor de onderlinge ondersteuning in goede en slechte tijden. Bij een sterfgeval stond je niet alleen om de nabestaanden heen, je droeg ook bij aan de kosten van de begrafenis via een gift. Maar nu merk je de veranderingen: heb jij ons niet geholpen dan helpen we jou de volgende keer ook niet. We moeten ervoor waken dat we deze traditionele ondersteuningsstructuur niet verwaarlozen. Niet iedereen heeft een overlijdensverzekering afgesloten. Hoe steunen we elkaar nu? In een grote wijk met een goed georganiseerde dorpsvereniging, de kumpulan negri, zie je de voordelen. Maar wat doe je met een familie zonder zulke banden in de wijk? Hoe kun je elkaar op een positieve manier helpen en nabij zijn? Dit stelt ons wel voor nieuwe uitdagingen: hoe gaan wij om met de ontwikkelingen van de afgelopen jaren in de GIM?

Tijdens de coronajaren hebben wij ingezien, dat het kerkenwerk ook anders ingericht kan worden. Als predikant leerden wij te preken voor een kleiner publiek, alsof je in de huiskamer preekte. Ook kwam de livestreamingsdienst. Aan het licht kwam dat mensen het een pré vinden om op hun eigen tijd de kerkdienst thuis te volgen. Het kerkenwerk kon ook op een hybride wijze plaatsvinden. We leerden op een andere wijze de kerkdienst te vieren, nadat de traditionele gemeenschapsvormen moesten worden opgeschort. Zo bleek hoe creatief wij kunnen zijn om God te blijven betrekken in ons leven en in de kerk.’

Hoe ziet u als kerkleider de solidariteit van de kerk met de politieke idealen van de Republik Maluku Selatan (RMS), de Republiek der Zuid-Molukken in ballingschap, sinds 1966 in Nederland gevestigd?

‘Als kerk bedienen we niet alleen RMS-aanhangers. Ik benoem die verbondenheid liever anders. De GIM is als kerk solidair met het lot van het Molukse volk. Die dienstbaarheid is inclusief. Je hebt te maken met mensen van verschillende pluimage, dat blijft de roeping van de kerk. Solidair zijn met het lot van het volk is in mijn ogen ruimer en beter geformuleerd dan dat de GIM solidair is met de RMS. Wie qua ideologie een stukje naar links of rechts wil gaan, kan zich in wezen blijven bekommeren om het lot van het volk. De bediening is gericht op de relatie tussen God en de mensen. Dit komt ook tot uitdrukking in het thema van de viering van 70 jaar GIM: ‘Indjil menghubungkan Geredja dan Maluku’ – ‘Het Woord verbindt de kerk met Maluku’.

‘We zullen ons persoonlijk leed een plek moeten geven. We laten ons niet belasten door het verleden, we moeten ons inspannen om vooruit te kijken’

Dus de rol van de kerk in die Molukse samenleving is van existentieel belang: kijkend naar de behoeften van de mensen en meeleven met de mensen, bedient zij in voor- en tegenspoed het volk. Het blijft een uitdaging om in zo’n gemeenschap te werken. Je zult het volk moeten dienen en bedienen. Je kunt in de kerk niet zeggen: je bent Indonesisch, dus we gaan niet naar je omkijken. We zijn nu verder dan de beginperiode waar gold: wie niet voor ons is, is tegen ons. Dat bracht en brengt veel conflict en versplintering. Er werden toen ramen ingegooid en bedreigingen waren aan de orde van de dag. We zijn geroepen om die tijd achter ons te laten. We moeten ons ervoor hoeden in het verleden te blijven steken, anders kunnen we de toekomst niet opbouwen. We zullen ondanks alle onenigheid moeten samenwerken.

Ik maak graag gebruik van de uitspraak van Xanana Gusmao van Oost-Timor, die probeerde het gesprek aan te gaan met voor- en tegenstanders waar het ging om de band met Indonesië: ‘Zonder samenwerking kunnen we het land nooit opbouwen.’ Dit geldt ook voor ons Molukkers … Een gezonde samenleving heeft mensen nodig met een gezond lichaam en dito geest. We zullen ons persoonlijk leed een plek moeten geven. Ook al hebben zij vroeger mijn vader of moeder slecht behandeld, we laten ons niet belasten door het verleden, we moeten ons inspannen om vooruit te kijken. Anders gezegd: hoe kunnen wij vanuit een verdeeld verleden samen stappen zetten naar een gezamenlijke toekomst?

In de Bijbel wordt gesproken over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Dat betekent niet dat er naast onze wereld een nieuwe wereld komt. Het nieuwe begint juist in de situatie, in de context, in de wereld waarin we ons nu bevinden. Je kunt dus niet blijven vastzitten aan het oude…

Onze roeping als kerk is samen werken aan een nieuwe hemel en een nieuwe aarde hier en nu. We hoeven niet te denken aan het hiernamaals. Als je in de wijk woont is het de vraag wat wij actueel kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het gemeenschapsleven. Hoe kunnen we er een mooie leefwereld van maken? Je mag je nooit onttrekken aan de wereld en de gemeenschap waar je leeft. Wat we nu ook zien, is dat ons leven beïnvloed wordt door leefpatronen vanuit de Nederlandse samenleving. Dat hoeft ons er niet van te weerhouden om te blijven voortbouwen aan een andere toekomst door samen te werken en samen te leven. Een revitalisatie van de normen en waarden van de eerste generatie Molukkers kan ons daarbij in de juiste richting duwen. Hoe kun je je identiteit als Molukse christen voeden via de culturele en spirituele waarden in de Nederlandse context?’

‘Word onafhankelijk, zeg wat je op je hart hebt en ga open het gesprek met elkaar aan’

De GIM heeft veel te delen in die Nederlandse context, zeker als het gaat om oecumenische samenwerking. Wij zijn ons niet of te weinig bewust van het feit dat we een kerkgemeenschap zijn met een rijke traditie. Hoe kunnen wij vanuit onze culturele setting de Nederlandse samenleving beïnvloeden, als het gaat om het samen leven op basis van de Molukse culturele omgangsvormen? Maak levensconcepten als ‘laeng sajang aeng’ – ‘de onderlinge liefdesband’ – en ‘ale rasa beta rasa’ – ‘wat jij voelt dat voel ik ook’, een uiting van saamhorigheid, troost en intens mededogen – concreet in kerk en samenleving. De wereld bestaat gelukkig niet alleen uit Molukkers. Als kerk kunnen we onze eigen mensen niet voortrekken. De GIM is uitgegroeid tot een plek waar mensen met verschillende geschiedenissen en achtergronden zich thuis voelen. Voor het aangezicht van God is iedereen gelijk.

Daarnaast merken we aan de vertegenwoordigers van de derde en vierde generatie, dat het geen zin heeft om in de slachtofferrol van de jaren vijftig van de vorige eeuw te blijven hangen en alles van de Nederlandse overheid te eisen. Word onafhankelijk en maak gebruik van de vrijheid, die je in Nederland hebt. Zeg wat je op je hart hebt en ga open het gesprek met elkaar aan. We komen van ver.

Eigenlijk kennen wij geen echte praatcultuur. In Nederland moeten wij als kerk de koloniale status van ons afschudden. Vroeger werden conflicten afgehandeld via het gebed. Alles werd afgewikkeld met ‘e, lupa sadja’ – ‘laten we het maar vergeten’. Conflictbeheersing geschiedde via het gebed. Alles werd afgesloten met het samen bidden. Vroeger was dat oké, maar nu gaat het niet meer… Je moet erover praten: wat kun je ervan leren? Durf je jezelf kritisch te onderzoeken om punten te vinden om het straks echt anders te doen?

Daarom zijn we blij met het landelijk project van ds. Michael Patawala dat ik eerder noemde: ‘Batjarita di rumah Hua’ – ‘Samen in gesprek in het huis van JHWH’. We hebben door de tijd heen geleerd om samen te praten en samen te werken. Dat zal niet alleen moeten gebeuren als personen, maar ook als kerken op oecumenisch gebied. De GIM kan ook aan de Nederlandse samenleving tonen hoe het kan als je met elkaar samenwerkt.’

Wat zou u nu als GIM wensen als het gaat om de samenwerking met Molukse kerken?

‘Als kerken zullen we contact met elkaar moeten houden en onder alle omstandigheden moet allereerst het gesprek gaande gehouden worden. Want samen worden wij uitgedaagd om met allerlei moeilijke kwesties voor de Molukse christenen in Nederland om te gaan. Wij zijn jammer genoeg gevangenen geworden van het verleden.

Laten we nu met elkaar gaan samenwerken in onze taak als kerk van Christus. Ik praat niet over een eenheid, maar wel over een samenwerking. We hebben dezelfde roeping en staan voor dezelfde uitdaging. Als het gesprek loopt, volgt de rest vanzelf. Neem de tijd en leer van de geschiedenis van de Protestantse Kerk in Nederland, waarvoor meer dan veertig jaar nodig was om van de fusiegedachte te komen tot een levende samenwerking in een nieuw kerkverband. Steek als Molukse kerkgenootschappen in Nederland de koppen bij elkaar en ga het gesprek aan om elkaar te ondersteunen in de uitvoering van de roeping van de kerk van Christus. We zijn feitelijk nog een jonge kerk. We hebben nog veel te leren.’

Wat wenst u de kerkleden van de GIM toe op weg naar de viering van hete 70-jarig bestaan op 26 november 2022 in Drachten?

‘Blijf geloven. Blijf vertrouwen. Blijf geloven in het wonder, zoals het verwoord is in het boek dat verscheen bij het 35-jarig bestaan van de GIM: ‘ Wonderen gebeuren nog steeds in deze kerk!’

Verry Patty is predikant in de Geredja Indjili Maluku, de Molukse Evangelische Kerk, in de gemeente Amsterdam. Hij is lid van de redactie van TussenRuimte.

< Terug