< Terug

Tijd voor een nieuwe economie

Bij Lucas 16,1-(8)17

Rentmeester

Een vreemd verhaal… een rentmeester die vlak voordat hij ontslagen wordt met het geld van zijn heer nog even vrienden probeert te maken en daar door zijn heer nog om geprezen wordt ook. Een verhaal met een moraal die je de wenkbrauwen doet fronsen: ‘maak vrienden met behulp van de valse mammon’ (Lucas 16,9 – NBV).

Al uit het voorafgaande (Lucas 15) werd weliswaar duidelijk dat Jezus zondaars en tollenaars ontvangt, dat Hij de voorkeur geeft aan een verloren schaap, een verloren geldstuk en een verloren zoon die alles heeft verkwist. Maar dat Hij het opneemt voor deze verkwistende rentmeester gaat wel erg ver. Wat heeft Jezus hiermee op het oog? Of beter gezegd: wie?

Een scheefgegroeid huishouden

Het is de heer ter ore gekomen dat de rentmeester (Gr.: oikonomos) zijn geld verkwist. Wellicht heeft hij het geld gebruikt voor zijn eigen plezier. In elk geval is het geld niet gebruikt waarvoor het bedoeld was. De Naardense Bijbel kiest in plaats van ‘rentmeester’ het woord ‘huismeester’, waardoor duidelijker naar voren komt dat het hier om het huis(houden) van de heer gaat. Het huismeesterschap (Gr.: oikonomia) deugt niet, het huishouden is scheefgegroeid en moet rechtgezet worden. De heer roept de huismeester ter verantwoording.

Interessant is dat de huismeester geen excuses maakt en ook niet probeert zichzelf te rechtvaardigen. Hij vraagt zich daarentegen af: ‘Wat moet ik doen…?’ Hij neemt het heft in eigen hand en gaat tot actie over. Eén voor één spreekt hij de schuldigen aan. De een is de heer honderd vaten olijfolie schuldig, de ander honderd balen graan. Olijfolie en graan doen denken aan het verhaal van Elia en de weduwe in Sarefat (1 Koningen 17,10-16), waarbij de weduwe uiteindelijk olijfolie en graan had in overvloed, onuitputtelijk. De beide schuldigen hebben ook het honderdvoudige ontvangen: de overvloed die je als mens van God krijgt om vanuit te leven. Wie kan dat volledig terugbetalen? De een zal tot vijftig kunnen komen, de ander wellicht tot tachtig. Vijftig en tachtig zijn een meer menselijke maat. Op de valreep maakt de huismeester het huishouden tot een huishouden met een menselijk gezicht, een huishouden waarin te leven valt. Ook al handelt hij alleen maar uit eigenbelang…

Geld goed gebruiken

Ondanks de dubieuze motieven van de huismeester wordt hij door de heer geprezen. Blijkbaar is de heer blij met de draai die de huismeester op de valreep aan het huishouden geeft. Jezus roept zijn leerlingen zelfs op een voorbeeld aan de man te nemen: ‘Maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is’ (Lucas 16,9). Met deze woorden wil Jezus de leerlingen in elk geval leren de macht van de mammon te relativeren: de macht van de mammon is beperkt, want deze gaat voorbij. Je kunt je geld beter goed inzetten zolang het er is, en zo het zicht op de hemel iets dichterbij brengen.

Dit sluit aan bij andere gedachten die Jezus uit over gehecht zijn aan geld, zoals de oproep van Jezus om geen schatten op aarde te verzamelen, want ‘waar je schat is, daar zal ook je hart zijn’ (Matteüs 6,19-20). Het gaat om de kunst zo met geld om te gaan dat je het goed gebruikt, zonder je er te veel door te laten leiden. Wie zo met geld kan omgaan, die zal ook belangrijkere dingen worden toevertrouwd (Lucas 16,11). Wie de verleiding kan weerstaan om alles voor zichzelf te willen hebben, die zal ontvangen wat hem toekomt (Lucas 16,12). In een goede omgang met geld blijft God bovengeschikt. Het lijkt erop dat het de huismeester op het laatste moment nog lukt om geld de plek te geven die het hoort te hebben: het niet te gebruiken voor eigen doeleinden, maar het naar de huizen van de mensen te laten vloeien. Het niet te verkwisten, maar het te gebruiken volgens de wil van de heer.

Andere huismeesters

Terwijl Jezus tegen zijn leerlingen spreekt, horen ook de farizeeën het aan en ze halen hun neus voor Hem op. Van hen wordt gezegd dat ze op geld belust waren (Lucas 16,14). Wellicht zijn deze farizeeën wel meer dan de leerlingen degenen die Jezus op het oog had. Wellicht staan zij op één lijn met de schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen, terwijl een arme weduwe vanuit haar armoede alles geeft wat ze nodig had voor haar levensonderhoud (Lucas 20,45-21,4). Zijn zij niet gelijk aan die verkwistende huismeester die het geld alleen voor eigen doeleinden gebruikt?

Met deze gelijkenis laat Jezus zien dat het tijd is dat deze farizeeën uit hun huismeesterschap worden gezet. Dat er een nieuw soort huismeesterschap komt, waarbij het geld in menselijke maat naar de huizen van de mensen vloeit. Dat het huishouden weer een huishouden wordt dat het leven dient. Het is tijd voor huismeesters die de wil van God weer stellen boven de macht en verleiding van het geld.

Een meer menselijke maat

De stap naar het heden is gemakkelijk gemaakt. In de huidige financiële wereld zijn helaas ook veel huismeesters in dienst die verkwistend te werk gaan. Hoge bonussen uit eigenbelang. Bovendien leven we in een tijd waarin weinigen bezitten wat allen toebehoort. Het is tijd voor een nieuwe economie met een menselijke maat, waarbij niet het belang van enkelen, maar het belang van allen wordt gediend. Het is tijd voor huismeesters die door hun omgang met geld het zicht op de hemel weer dichterbij brengen. Het is tijd dat geld weer gebruikt wordt om dat wat goed en mooi is te laten groeien. Op de valreep koos de huismeester voor een andere koers. Welke koers kiezen wij… op de valreep?

< Terug