< Terug

Tree voor tree

Het water van een mikwe, het joodse rituele bad, reinigt en zuivert. Vrouwen gaan er aan het begin van een nieuwe menstruatiecyclus of aan de vooravond van hun huwelijk heen om zich onder te dompelen. Het water in het mikwe moet ‘levend’ zijn – spontaan opwellen. Soms betekent dat dat er diep gegraven moet worden om een mikwe aan te leggen en dat je diep moet afdalen om erin te baden. In een museum zie ik een prent van een middeleeuws mikwe. Een dwarsdoorsnede. Een schacht van 25 meter diep, met een trap langs de wanden. 25 meter!

Dat diepe bad treft me als een beeld voor mijzelf. In mij, diep verscholen onder allerlei lagen, draag ik ook een mikwe mee. Een bron van levend water dat zuivert en reinigt en een nieuw begin mogelijk maakt. Wil ik die bron vinden, dan moet ik diep afdalen.

Maar 25 meter een mikwe in is een makkie vergeleken bij de tocht naar binnen die ik zal moeten afleggen. Want wat krijg ik allemaal te zien? Allerlei dingen waarvoor ik liever mijn ogen sluit. Overtuigingen die hun beste tijd gehad hebben, maar waar ik me aan vastklamp. Mijn eigen verwachtingen waar ik niet aan kan voldoen. Oordelen die de vrije omgang met anderen belemmeren. Beelden van God die me in de weg zitten om God te zien zoals Hij is. Trots, eigenwilligheid, prestatiedrang. Stap voor stap daal ik af, maar mooier wordt het er niet op.

Toch ga ik dapper door. Want ik ruik het water al, het zoete water dat in mij opwelt en leven geeft. Het heldere water dat mij zuivert van al dat bezoedelende dat ik op weg naar beneden tegenkom. Het frisse water dat mijn dorst lest en me tegelijkertijd doet verlangen naar méér. Kom, ik neem nog een trede.

< Terug