< Terug

Troost als kompas

Onderscheiding van de geesten bij ignatius van loyola

Reeds in de oudste christelijke tradititie kende men de onderscheiding van de geesten. Paulus vernoemt ze uitdrukkelijk in 1 Kor 12, 10. Bij ‘onderscheiding’ kijkt men tegenwoordig al snel richting ignatiaanse spiritualiteit. Aan de oorsprong hiervan ligt Ignatius van Loyola (1491 – 1556). Zijn verdienste is dat hij de onderscheiding van de geesten heeft gesystematiseerd.

Dagdromen

Ignatius van Loyola wordt geboren in 1491 in een adellijke Baskische familie. Hij maakt succesvol carrière als bestuurder, legeraanvoerder en rokkenjager. Aan deze successtory komt een einde als hij op 20 mei 1521 zwaar gewond raakt in de slag van Pamplona. Er wacht hem een ziekbed van een volledig jaar.

Kenmerkend voor Ignatius is zijn verbeeldingsvermogen. Hij kan zich gedetailleerd ervaringen voor de geest halen en ze als het ware opnieuw beleven. Bovendien heeft hij een sterk analytisch vermogen. Hij weet haarfijn te reconstrueren welke ervaring welk gevoel in hem teweegbrengt en welke de de rode draden zijn, geweven tussen deze gevoelens. Deze verbeelding en reflectie gaat hij oefenen op zijn ziekbed.

Tijdens de lange uren van rust gaat Ignatius dagdromen. Nu eens gaat hij zich inbeelden dat hij zijn wereldse leventje weer opneemt. Hij voelt zich hier heerlijk bij. Andere keren voert zijn verbeelding hem in een heel andere richting. Van zijn schoonzus krijgt hij vrome boeken. Als hij hierin heeft gelezen, gaat hij zich voorstellen dat hij leeft zoals Jezus of de heiligen en gaat hij daarop reflecteren. Ook hierbij voelt hij zich heerlijk.

Funderende ervaring

Na verloop van tijd komt hij tot het inzicht dat beide perspectieven toch iets verschillends teweegbrengen. Hieronder vertelt Ignatius het zelf in zijn autobiografie.

Was hij met zijn gedachten bij dat van de wereld, dan vond hij daar wel veel behagen in; maar liet hij het ten slotte vermoeid los, dan voelde hij zich dor en ontevreden. Bedacht hij daarentegen hoe het zou zijn om barrevoets naar Jeruzalem te trekken, en hoe het zou zijn om enkel plantaardig voedsel te eten en om ook al die overige gestrengheden te verrichten waarvan hij gezien had dat de heiligen die hadden gedaan, dan vond hij niet alleen vreugde zolang hij daar in gedachten mee bezig was, maar bleef hij ook tevreden en opgewekt nadat hij ze had losgelaten.

Maar hij schonk daar geen aandacht aan en kwam er niet toe dieper in te gaan op dat verschil, totdat hem op een keer de ogen een beetje opengingen en hij zich over dat onderscheid begon te verwonderen. Toen begon hij erover na te denken en op grond van zijn ervaringen kwam hij tot het inzicht dat sommige gedachten in hem droefheid achterlieten, andere daarentegen blijdschap. Zo leerde hij beetje bij beetje de verschillende aard kennen van de geesten waardoor hij bewogen werd: de een van de duivel, de ander van God.

Anders gezegd, het vooruitzicht om weer ridder Ignatius te worden verschaft hem wel even plezier. Na afloop valt hij echter in een gat en voelt hij zich ongelukkig. Het perspectief om te leven zoals Jezus geeft hem ook vreugde. Maar een vreugde die achteraf blijft duren. Geleidelijk aan groeit er een inzicht bij Ignatius. God verlangt voor de mens dat hij een vreugdevol leven leidt. Niet enkel af en toe, maar doorlopend. Duurzame vreugde (het werk van de goede geest van God) is een teken van groeiende nabijheid bij God en een bevestiging dat je de juiste richting ingaat. Daarentegen zijn angst, leegte, droefheid of vreugde die overgaat in dorheid na de ervaring die er aanleiding toe gaf (het werk van de boze geest), veeleer een teken van de verwijdering van God.

Duurzame vreugde is een teken van groeiende nabijheid bij God

Dit is het begin van de bekering van Ignatius van Loyola. Het inzicht groeit dat, voor hem, een heel directe navolging van Jezus meer een weg naar vreugde is dan een werelds leven. Hij besluit om voortaan zijn leven helemaal toe te wijden aan God, bron van de grootste vreugde. De komende jaren gaat hij zich oefenen in dit onderscheiden. Wat geeft ware, duurzame vreugde en wat lijkt weliswaar leuk en aantrekkelijk, maar leidt ten slotte tot een impasse? Hoe onderscheid maken tussen gedachten of handelingen die worden ingegeven door de goede geest van God en diegene die worden ingefluisterd door de boze geest? Zo leert Ignatius geleidelijk aan onderscheidend omgaan met zijn eigen ervaring. Ook, en in het bijzonder, met de affectieve dimensie daarvan.

Cruciale beslissing

In 1546 wordt Francisco de Borja jezu-iet. Deze jonge weduwnaar was hertog van Gandía, een man met een enorme bestuurservaring. Onder meer om deze reden willen in 1552 paus Julius III en keizer Karel dat hij kardinaal wordt. Zij vragen daartoe de toestemming van Ignatius, de algemene overste van de jezuïeten. Deze wordt hierdoor voor een moeilijke keuze geplaatst. Eerst gaat Ignatius overleggen en onderzoeken. Onderstaande brief stuurt hij achteraf aan Francisco de Borja. Ignatius legt erin uit waarom hij uiteindelijk ‘nee’ zei.

… Van zodra ik verwittigd was dat de keizer u had voorgedragen en dat het de paus vergenoegde u tot kardinaal te verheffen, heb ik onmiddellijk een neiging of een beweging gevoeld om dit met al mijn kracht tegen te werken. Desalniettemin, evenwel, was ik, ten gevolge van de talrijke argumenten voor en tegen, niet zeker van de goddelijke wil.

… Gedurende deze periode voelde ik in mezelf bepaalde angsten als ik op bepaalde ogenblikken nadacht en de zaak overwoog in mijn geest. Het ontbrak me aan inwendige vrijheid om een standpunt in te nemen en de zaak tegen te houden. Ik zei tegen mezelf: weet ik echt wat God onze Heer verlangt te doen? En ik vond in mezelf geen volledige zekerheid om mij te verzetten. Op andere ogenblikken, als ik mijn gebruikelijke gebed hernam, voelde ik de angst verdwijnen. Ik herhaalde mijn vraag meerdere malen, nu eens met die angst, de andere keer met het tegenovergestelde.

De derde dag, uiteindelijk, gedurende mijn gebruikelijke gebed, en sindsdien voortdurend, nam ik bij mezelf zo’n duidelijk oordeel waar en zo’n rustig en vrij voornemen om mij te verzetten tegen de paus en de kardinalen zo veel als ik kon dat, mocht ik het niet doen, ik er zeker van was en ik nu nog steeds zeker ben dat ik me niet op een ernstige manier voor God onze Heer zou kunnen rechtvaardigen…

Ignatius

Ignatius geeft geen inhoudelijke, rationele argumenten. Hoe belangrijk ook, uiteindelijk is het niet op grond daarvan dat hij beslist. Ignatius noemt enkel zijn gevoelsbewegingen. Wij zijn er dus getuige van hoe Ignatius, onderscheidend, een cruciale beslissing neemt. Hij zoekt het antwoord door terug te blikken op wat er zich in zijn biddend hart afspeelt als hij ‘het dossier’ aan God voorlegt. Hierbij is hij steeds op zoek naar wat hij troost noemt, het tegenovergestelde van troosteloosheid.

In zijn Geestelijke Oefeningen omschrijft Ignatius beide begrippen.

Ten slotte noem ik vertroosting elke vermeerdering van hoop, geloof en liefde en elke innerlijke blijdschap die een oproep en aantrekking inhoudt tot het hemelse en het eigen heil van de ziel en haar aldus rust en vrede geeft in haar Schepper en Heer. (G.O. nr. 316)

Ik noem troosteloosheid al het tegen-overgestelde… Bijvoorbeeld: duisternis en verwarring in de ziel, een beweging naar wat laag en aards is, onrust vanwege verschillende beroeringen en bekoringen, een neiging tot wantrouwen, de ziel die zonder hoop is, zonder liefde, geheel lui, lauw, droevig en als het ware gescheiden van haar Schepper en Heer. (G.O. nr. 317)

Echte en valse troost

In essentie gaat troost over positieve gevoelens als blijdschap, rust en vrede, tekenen van groeiende nabijheid bij God. Troosteloosheid gaat over het tegenovergestelde.

Onderscheiding vraagt ook dat je ware van valse troost leert onderscheiden. Roddelen, bijvoorbeeld, geeft een leuk gevoel. Maar als je er achteraf aan terugdenkt, zul je er doorgaans geen goed gevoel meer bij hebben. Echte troost kun je doorgaans hieraan herkennen, dat zij blijft voortduren, ook na de feiten die ertoe aanleiding hebben gegeven. Omgekeerd kunnen sommige onaangename gevoelens net wel van de goede geest komen. Als je, bijvoorbeeld, flink uit de bocht bent gegaan, dan kan het zijn dat je hier achteraf berouw over voelt. Niet leuk.

Maar berouw komt doorgaans wel van de goede geest. Het betekent dat je je fout inziet en het voornemen hebt om het voortaan anders aan te pakken.

Voorwaarden

Hoe kan je nu concreet onderscheiden? Eerst zal ik twee voorafgaande voorwaarden noemen. Vervolgens zal ik twee aandachtpunten geven voor het eigenlijk onderscheiden.

Een degelijk gevormde affectiviteit

In zijn brief verwijst Ignatius voortdurend naar zijn affectieve ervaring. De voorwaarde om zo’n gewicht toe te kennen aan je affecten, is dat je gevoelsleven gevormd en gevoed wordt. Menselijke gevoelens zijn niet per definitie betrouwbaar. Ze kunnen verwrongen zijn. Voor christenen betekent dit in het bijzonder dat het hart geënt dient te zijn op Jezus, dé affectieve leermeester. Het is maar naarmate het hart doorlopend verfijnd en uitgezuiverd wordt dat het vindplaats wordt voor wat echt goed is.

Het rationeel voorbereiden van het dossier

Onderscheiden is geen magie. Er wordt binnen de onderscheiding een doorslaggevende rol toebedeeld aan de affectiviteit. Dit belet niet dat ook de ratio een belangrijke plaats inneemt. In het bijzonder bij het voorbereiden van het ‘dossier’ waarin dient onderscheiden te worden. Het rationeel/intellectueel onderzoeken van de vraag maakt deel uit van de voorbereidende fase van de onderscheiding. Het hart dient door de ratio geïnformeerd te worden, wil de gevoelsmatige info die vervolgens kan gegenereerd worden relevant zijn.

Dit blijkt ook uit de brief van Ignatius. Al gaat hij ze niet specifiëren, hij verwijst naar de inhoudelijke argumenten die hij vooraf onderzocht heeft.

Het hart dient door de ratio geïnformeerd te worden

Het eigenlijk onderscheiden

Innerlijke vrijheid: vertrouwen versus angst

In het verslag over zijn onderscheiding schrijft Ignatius dat deze aanvankelijk niet wilde vlotten. Hij stelt vast dat het hem ‘ontbrak aan inwendige vrijheid om een standpunt in te nemen’. Met die inwendige vrijheid verwijst hij naar een sleutelvoorwaarde voor onderscheiding: het staan in een luisterende houding waarin de verschillende mogelijke antwoorden in volle openheid kunnen worden overwogen. Reflexief als hij is, stelt Ignatius vast dat hij bij het begin van zijn onderscheiding eerst nog moest werken aan die inwendige vrijheid. Hier knelt meer dan eens het schoentje. We willen wel op zoek gaan naar wat God verlangt. Maar eigenlijk staat de uitkomst van de onderscheiding meer dan eens reeds van tevoren vast. Meer in het bijzonder, is de concrete drijfveer vaak angst. Immers, de uitkomst van een al te open zoekproces zou wel eens een onvoorziene richting kunnen uitgaan, verschillend van wat ik, om welke reden dan ook, zelf wil.

Hier ligt een fundamenteel verschil met de ignatiaanse, christelijke onderscheiding. Die gaat uit van vertrouwen: van het geloof dat het onbevangen luisteren naar Gods stem de richting zal wijzen van de beste oplossing. Dit geeft meteen ook een bijkomende, beperkende voorwaarde aan waarover onderscheiden kan worden. Het dient te gaan over een context waarbinnen het zoeken naar een hoger goed zijn plaats heeft. God laat zich niet voor de kar spannen van strikt persoonlijke belangen.

Het kompas voor de onderscheiding is de troost

In zijn brief aan Francisco de Borja lezen we hoe Ignatius onderscheidt. Hij probeert te achterhalen welk van beide alternatieven hem duurzame troost biedt. In casu omschrijft hij zijn uiteindelijke gemoedsgesteldheid als ‘duidelijk, rustig en vrij’.

Belangrijk om vast te stellen is dat dit inzicht niet meteen komt. Het is wel het eindpunt van een proces dat, in casu, drie dagen duurt. Ignatius beschrijft die onderscheiding als een innerlijk gebeuren dat hem, vertrekkend van niet-weten doorheen twijfel en angst doet trekken, om uiteindelijk uit te komen bij een blijvende ervaring van rust en vertrouwen. Het is een combinatie van activiteit en passiviteit. Hij produceert het antwoord niet. Hij ontvangt het. De bijdrage van Ignatius bestaat in het aandachtig, onbevooroordeeld biddend onderscheiden – van wat er zich in zijn hart afspeelt. Het kompas hierbij is de troost.

< Terug