< Terug

Tropenarts Mark Godeschalk in Congo: ‘Ik bewonder de veerkracht van mensen hier’

Wat brengt een Nederlandse arts ertoe om in een missieziekenhuis in Congo te gaan werken? Er komt nogal wat bij kijken om met je gezin juist daar te wonen: onveiligheid, een slechte infrastructuur, ebola en weinig medische middelen, om maar een paar zaken te noemen. Wat maakt het de moeite waard om daar te wonen en te werken? En hoe ziet de coronapandemie eruit vanuit Congo?

Mark Godeschalk is arts internationale gezondheidszorg en tropengeneeskunde (AIGT). Sinds 2016 is hij met zijn gezin uitgezonden via de GZB: tot begin 2018 in Rwanda en daarna in de Democratische Republiek Congo. Zijn vrouw Corine is medisch ingenieur en ze hebben drie kinderen: Thijmen (8 jaar), Aron (6 jaar) en Aimée (2 jaar). www.gzb.nl/ZorginCongo

Kun je iets over jezelf vertellen en over de plek waar je woont en werkt?

‘Ik woon in het noordoosten van de Democratische Republiek Congo (DRC), in het dorp Lolwa. Hoe verder je Congo intrekt, hoe dieper je je bevindt in tropisch regenwoud. Natuurlijk hebben de dorpelingen bomen gekapt om huizen te bouwen en te kunnen wonen, maar je voelt je midden in het oerwoud. Afstanden zijn groot, wegen slecht of afwezig. De bevolkingsdichtheid is laag en we hebben meer dan veertig procent oorspronkelijke bewoners, Pygmeeën, in onze omgeving wonen. Oost-Congo is al decennialang het terrein van conflicten. Het is een mengeling van stammenstrijd, politiek en controle over de rijkdommen, goud bijvoorbeeld, die de regio heeft.

Dit heeft zijn weerslag op de levensomstandigheden van de Congolezen. Veel mensen leven met moeite van wat ze op hun akker verbouwen, ze hebben geen stromend water of elektriciteit en kunnen nauwelijks hun kinderen naar school laten gaan. Velen zijn al meermaals gevlucht vanwege onveiligheid. Patiënten moeten lange afstanden afleggen voor een behandeling. Veiligheidsproblemen zorgen er ook voor dat de gezondheidszorg onder druk staat. De kerk wil helpen met goede medische zorg en heeft de verantwoordelijkheid over veel gezondheidszorgfaciliteiten. Wij werken samen met de Congolese kerk Communauté Emmanuel in het missieziekenhuis van Lolwa, dat een verwijsziekenhuis is voor het gebied.’

Wat was je motivatie om arts te worden?

‘Ik heb al vanaf mijn kindertijd de wens om arts te worden. Ik herinner me dat mijn basisschooljuffrouw een verhaal vertelde over de roeping van een zendingsarts. Dat ben ik nooit vergeten. Maar om eerlijk te zijn, wilde ik arts worden om het arts-zijn, om mensen te helpen. Pas gaandeweg, nadat ik tot geloof kwam, ben ik gaan nadenken over hoe mijn beroep een rol kan hebben in Gods grotere plaatje.’

Met welk idee ging je naar Congo?

‘Ik ging naar Congo met het verlangen om Gods liefde te laten zien aan de Congolezen door met elkaar te investeren in de lokale gezondheidszorg. Ik wil zorgen voor zieken op een plaats waar onvoldoende mensen zijn om dit te doen.’

Is je motivatie veranderd nu je aantal jaar in Afrika werkt?

‘Nee, wat dat betreft is dat niet veranderd. Na vier jaar werken in Afrika – eerst anderhalf jaar in Rwanda en daarna in Congo – zie ik nog meer dat er veel werk te doen is hier. Ik ben wijzer geworden, maak misschien andere keuzes in sommige situaties, maar de basis is hetzelfde gebleven.’

Hoe zie je de rol van medisch werk vanuit de kerk in Afrika?

‘Medisch werk is heel lang de verantwoordelijkheid van de kerk geweest in Oost-Afrikaanse landen. Langzaam zie je dat de overheid waar mogelijk die verantwoordelijkheid overneemt en dat juich ik toe. Maar Congo is daar absoluut nog niet toe in staat. De overheid is vaak afwezig, inadequaat of corrupt. We zien bijvoorbeeld dat het Ministerie van Gezondheid in de bestrijding van epidemieën vrijwel volledig afhankelijk is van buitenlandse steun als het gaat om expertise, personeel en materiaal. Programma’s voor hiv, tuberculose en malaria met buitenlands donorgeld komen moeilijk aan in afgelegen gebieden zoals waar wij wonen. En de reguliere gezondheidszorg kent nauwelijks een overheidsinjectie, maar draait op wat er lokaal wordt verdiend. De kerk in Congo is daarom de enige stabiele en betrouwbare motor van medisch werk op dit moment.’

‘De kerk is hier de enige stabiele motor van medisch werk’

Hoe is het om in een land te wonen waar onveiligheid en de dreiging van een epidemie steeds weer op de loer liggen?

‘In een regio waar gewapend conflict makkelijk kan ontvlammen zijn we voorbereid met evacuatieplannen en gezonde alertheid. Aan de rand van het ziekenhuisterrein is een landingsbaan waar de MAF, de Mission Aviation Fellowship, ons zo nodig kan ophalen. De dreiging van epidemie is natuurlijk altijd in elk land aanwezig. Maar we weten dat Congo extra kwetsbaar is vanwege het zwakke gezondheidszorgsysteem. Dat uit zich momenteel in een enorme mazelenepidemie, met méér sterfte dan door ebola. Terwijl de mazelen eenvoudig te voorkomen is met het tijdig en voldoende vaccineren van de populatie.

In de dagelijkse praktijk voelen we ons niet onveilig. Het leven gaat voor ons gewoon door zonder onheilspellende achtergrondmuziek of zo. We zien wel de gebrokenheid en moeite onder de Congolezen en dat raakt ons vaak. Elke hulp is welkom, maar het voelt soms als een druppel op de gloeiende plaat. Zeker als veel oorzaken van die gebrokenheid buiten onze macht liggen.’

Hoe gaan Congolezen in jouw omgeving om met de onzekerheden van het leven?

‘Congolezen lijken wel gewend aan de onzekerheden van het leven. Ze zijn ontzettend flexibel en christenen laten zich soms bijna willoos meevoeren met de stroom van het leven zoals God dat voor hen bedoeld heeft, zo zeggen ze zelf. Ik bewonder de veerkracht van mensen hier. Bijvoorbeeld onze verpleegkundige Richard, die een maand met zijn gezin gekidnapt is geweest door een islamitische militie. Hij is verhuisd, bouwt zijn leven weer van voren af aan op en heeft een soort vuur van vreugde in zijn hart dat nooit te blussen lijkt. Natuurlijk zijn er ook anderen die afhaken en zich bijvoorbeeld verliezen in alcoholisme en zo de situatie alleen maar erger maken. Maar veel vluchtelingen van conflictzones die ik hier zie, zetten de schouders eronder en proberen er wat van te maken.’

‘Congolezen lijken wel gewend aan de onzekerheden van het leven.’

Hoe kwam het nieuws over de dreiging van corona bij jullie binnen?

‘We hebben de ontwikkelingen van Covid-19 gevolgd en eerst bleef het op afstand. Maar zodra we zagen dat het virus zich buiten China ging verspreiden, wisten we dat we kans liepen het hier in Congo tegen te komen. Er is vrij veel reisverkeer tussen Congo en China, vanwege de handel en de verschillende mijnen. Uiteindelijk is het virus voornamelijk via Europa en de hoofdstad Kinshasa Congo binnengekomen. Direct werden grenzen, scholen en kerken gesloten. Hierdoor zijn wij in het oosten, ver van Kinshasa, nog gespaard gebleven voor een uitbraak. We weten niet zo goed hoe het verder zal gaan. We hebben in ieder geval het ziekenhuis voorbereid op mogelijke Covid-19-patiënten. Maar we weten dat we hier in onze setting erg beperkt zijn en bijvoorbeeld geen hoogwaardige IC-zorg met beademing en dergelijke hebben.’

Hoe kijken jullie naar het Westen waar nu ‘opeens’ de kwetsbaarheid gevoeld wordt?

‘Vanuit mijn artsenblik begrijp ik soms niet zo waarom men zich in high-income landen ineens kwetsbaar voelt. We weten al lang dat ziekten zich steeds sneller kunnen verspreiden en een pandemie als deze was ergens te verwachten. Toch lijkt het voor veel mensen als een schok te komen dat ziekte het hele leven op de kop kan zetten. Ergens hoop ik dat het mensen helpt te beseffen dat onze wereld nooit maakbaar wordt en dat we nooit alles in de hand kunnen houden. En dat het de basis mag zijn voor een zoektocht naar onze Heer, die onze Rots is en nooit verandert.’

Denk je dat er na corona iets gaat veranderen in de relaties tussen kerken en organisaties in het Westen en kerken in Afrika?

‘Enerzijds is duidelijk dat met de coronapandemie iedereen in hetzelfde schuitje zit, want het virus houdt geen rekening met afkomst of woonplaats. Maar het wordt helaas ook heel duidelijk hoe groot de verschillen zijn. In Nederland kunnen ernstig zieke patiënten tenminste hoogwaardig worden behandeld, in Congo niet. De meeste Nederlanders kunnen hamsteren als er een lockdown wordt afgekondigd, maar veel Congolezen moeten rondkomen met wat ze dagelijks verdienen en hebben zelden spaargeld. Ik ben bang dat de coronacrisis tot nu toe vooral heeft versterkt hoe groot het verschil is tussen kerken in high-income landen en kerken in Sub-Sahara Afrika en dat men hier nog steeds sterk afhankelijk is.

Ik hoop dat de relatie tussen kerken hiermee volwassener wordt

Ik hoop dat deze ouderwetse, paternalistische en afhankelijke houding gaat verdwijnen. Natuurlijk is hulp van levensbelang voor veel mensen in onze regio. Daar zien we nu gelukkig ook initiatieven van: voedseldistributie en het doorbetalen van salarissen ondanks weinig inkomsten. Maar kan de kerk hier die hulp ontvangen zonder in een afhankelijkheid te schieten? En kan de kerk die hulp geeft dit doen zonder de regels te willen bepalen? Ik waardeer het enorm dat mensen hier vanuit het wellicht gebrekkige dat ze hebben, zien wat ze wél kunnen doen, zoals bijvoorbeeld bidden voor de coronacrisis in Europa of Congolese ebola-experts laten uitwisselen met epidemiologen uit de Verenigde Staten. Ik hoop dat de relatie tussen kerken hiermee volwassener wordt. Zo heeft God zending ook bedoeld volgens mij: als een uitwisseling tussen christenen op verschillende plekken in een evenwichtige relatie.’

Wat helpt je om door te gaan als het tegenzit?

‘Het hangt af van de situatie. Soms helpt het om even rustig te zitten en een tegenslag anders te belichten en een andere insteek te kiezen. Soms helpt het om de emotie eruit te gooien en weer verder te gaan. Soms moeten we bepaalde situaties laten voor wat ze zijn en ons richten op iets wat wél kans van slagen heeft. Soms moeten we even weg uit onze werk- en woonomgeving om écht uit te kunnen rusten. Soms moeten we er dwars doorheen. Het was bijvoorbeeld moeilijk toen de veiligheidssituatie een poosje te onzeker was en we tijdelijk weg moesten uit Congo. Je kunt niets anders dan dit te accepteren op dat soort momenten. We zijn in Gods handen en Hij zet Zijn werk voort, ook als we er niet zijn.’

‘Zending is volgens mij bedoeld als uitwisseling tussen christenen in een evenwichtige relatie.’
Jaap Haasnoot is regiocoördinator voor Oostelijk Afrika bij zendingsorganisatie GZB en redactielid van TussenRuimte.

< Terug