< Terug

U kent mij

Probeer je psalm 139 samen te vatten in één kort zinnetje, dan krijg je dit: God kent mij door en door. Of: God ziet alles wat ik doe. Of: God is overal waar ik ben. Kijkt God door ieder masker heen?

Is God Iemand die alles ziet wat je doet en zelfs je geheime gedachten leest? Voor wie je je niet kunt verstoppen, ook al doe je de deur van je kamer op slot en de gordijnen dicht?

Een Alziend Oog dat nooit eens een oogje toeknijpt? En je tot in alle vezels kent? Dat is wel wat benauwend.

IK ZIE U GRAAG

Er is iets aan de hand met het woordje ‘kennen’ in de psalm. In het Hebreeuws staat daar ‘yada’. Het is de sleutel om de psalm te verstaan. Het betekent niet alleen ‘kennen’, maar ook ‘liefhebben’. Op een lichamelijke manier, zinnelijk, met alle zintuigen. Hoe mooi is dat. En wat mooi dat de dichter van de psalm het zien, kennen en liefhebben met elkaar verbindt. Vlamingen zeggen ‘Ik zie u graag, ik zie oe geire’ en dan bedoelen ze ‘Ik houd van je’. Ik geloof graag dat dat de manier is waarop God naar ons kijkt. Niet met een streng alziend oog, maar met een liefdevolle blik. Als een ander/Ander die ons doorheeft in de goede zin van het woord.

Want soms wil je je helemaal niet laten zien en kennen. Juist als je je kwetsbaar voelt, houd je dat vaak het liefst voor jezelf. Wat kan het dan toch goed doen als iemand weet heeft van wat er van binnen in je omgaat. Iemand die je onzekerheden, gemopper, angsten verdraagt en je niet laat vallen. Van je houdt zoals je bent.

HET WONDER VAN MIJN BESTAAN

Zo verschuift het beeld van God met een streng alziend oog naar een God die ons graag ziet en die zich met ons verbindt. Al van vóór onze geboorte. Precies in het midden van de psalm staat het: ‘U was het die mijn nieren vormde, u weefde mij in de buik van mijn moeder.’ Ik lees het als poëzie. Natuurlijk kennen we de biologische feiten van eitje en zaadje, maar het blijft een groot wonder dat daar een uniek mensje uit groeit. Altijd bij de geboorte van een kind besef je weer: het moet wel van God komen! En zo is het ook bij het sterven van een mens. Het kan toch niet zo zijn dat dit leven zomaar afgelopen is… Het leven van deze mens moet wel ergens opgevangen worden. De psalm zegt het: ‘Lig ik neer in het dodenrijk, ook daar is God.’ God staat aan het begin en God komt aan het einde.

OM ONS HEEN

En zo komt ten slotte het beeld in zicht van God die is als de ruimte om ons heen. En ik vermoed dat Sint Patrick, de patroonheilige van Ierland, zich heeft laten inspireren door psalm 139 in zijn zegen:

‘Mag God vóór ons zijn, om ons de juiste weg te wijzen, achter ons als een steun in de rug, mag God onder ons zijn, om ons op te vangen als we bijna vallen en in ons, om ons te troosten als wij verdriet hebben, mag God om ons heen zijn als een beschermende mantel en boven ons, om ons te zegenen.’ In die ruimte en in de tijd van God, daarin leven wij, sterven wij.

Karen van Huisstede is geestelijk verzorger en predikant bij Amphia in Breda en Oosterhout.

< Terug