< Terug

Van Amos tot Zacharia

Lijken alle profeten in de bijbel op elkaar? Komen alleen in het Oude Testament profeten voor? Wat is het verschil tussen een ware en een valse profeet? Een klein lexicon over profeten in de bijbel.
PROFETEN IN HET OUDE TESTAMENT

Wat is nu eigenlijk een profeet, volgens de boeken van het Oude Testament? Dat is lastig om te zeggen. Er waren politiek geëngageerde profeten die de koning en de rijken bekritiseerden (Natan, Amos), wonderdoeners (Elia), extatische profeten (Ezechiël), profeten die magie bedreven (Bileam), profeten die een hoopvolle toekomst verkondigden (Jesaja) of juist onheil aankondigden (ook weer Jesaja). Wat ze gemeen hadden, was dit: de profeten opereerden vanuit een diep geloof in de rechtvaardigheid van de God van Israël. Zij gaven uiting aan Gods – soms zorgzame, soms geschokte – betrokkenheid op de wereld.

PROFETEN IN HET NIEUWE TESTAMENT

Ook de eerste christelijke gemeenten kenden profeten. Ze verschilden echter van de oudtestamentische. De nieuwtestamentische profeten beschouwden hun gave als een bijzondere gave van de Heilige Geest aan de kerk. Deze profetische gave was er één, naast bijvoorbeeld de gave van onderwijs, verkondiging, genezing, geloof, wonderen verrichten of spreken in tongentaal. De kerkelijke profeten onthulden ‘Gods geheimenissen’, daarnaast bemoedigden en troostten zij hun geloofsgenoten.

PROFETISCHE BIJBELBOEKEN

Volgens de joodse traditie bestaat wat christenen het Oude Testament noemen, uit drie delen. Een van die delen zijn de ‘Neviiem’, de profeten. Het gaat om historische boeken (zie hieronder bij ‘profetische geschiedschrijving’) en zestien boeken die alle naar een profeet genoemd zijn; vier ‘grote profeten’ (Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Daniël) en twaalf kleine (waaronder Hosea, Joël, Amos, Jona, Micha, Zacharia). Het boek Jesaja telt zesenzestig hoofdstukken, gevuld met allerlei soorten teksten: beschrijvingen van gebeurtenissen, profetieën van heil of van onheil – soms gericht tegen het eigen volk, dan weer tegen buitenlandse volken –, poëtische teksten, prozaïsche teksten, gebeden, liederen. Deze teksten stammen uit diverse periodes, met een verschil ertussen van soms meer dan tweehonderd jaar. Het boek Jesaja vormt dus een veelkleurige verzameling, ontstaan in een lang proces van schrijven, verzamelen en redigeren. Je zou het boek als een profetisch archief kunnen bestempelen. Wat voor het boek Jesaja geldt, geldt in meer of mindere mate ook voor de andere profetenboeken.

PROFETISCHE GESCHIEDSCHRIJVING

Het eerste deel van het Oude Testament – zeg maar Genesis tot en met 2 Koningen – lijkt geschiedschrijving te bieden. Is dat zo? Waarom wordt een deel ervan, Jozua tot en met 2 Koningen, dan aangeduid als de ‘Vroege profeten’? Omdat de geschiedschrijving in het Oude Testament profetisch van aard is. Dat wil zeggen dat deze boeken niet zijn geschreven om kennis van het verleden te onderwijzen, maar kennis van het leven. Het gaat niet zozeer om feiten, maar om ethiek, geloof, voorbeeldfiguren. Niet om leren óver het verleden maar ván het verleden.

PROFETISCH STRAATTHEATER

De profeet Jesaja nam ooit een groot kleitablet en schreef er een tekst op: ‘Haastige roof, spoedige buit’. Dat sloeg op de komst van vijandige legers als straf voor het feit dat het volk Israël afgoden aanbeden had. Later liep Jesaja drie jaar naakt rond. Zo verwees hij naar de beschamende toekomst van de Egyptenaren. De profeet Ezechiël moest een gerstekoek op menselijke uitwerpselen bakken; uiterst onrein voor joden! Dit was dan ook een teken voor een beschamende toekomst voor het volk van Jeruzalem. De profeten van Israël uitten zich dus niet alleen met woorden, maar soms ook door straattheater.

WARE EN VALSE PROFETEN

In het Oude Testament waren de ware profeten niet zozeer degenen die de ware toekomst voorspelden, maar profeten die anderen de waarheid durfden te zeggen. Vooral over onrecht of afgoderij. Valse profeten praatten anderen naar de mond.

PROFETISCHE LEVENSSTIJL

Sommige oudtestamentische profeten opereerden alleen, anderen leefden in groepen. Mogelijk waren er profeten die knechten hadden, bijvoorbeeld Elia. Er waren profeten die rondtrokken, anderen bleven ergens wonen. Typische profetenkleding was de ‘harige mantel’, gemaakt van dierenvel. Volgens sommige teksten waren profeten herkenbaar aan een teken op het voorhoofd. Mogelijk waren zij kaal of hadden een tonsuur (een geschoren kruin).

Stephan de Jong is predikant in de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur.

< Terug