< Terug

Van binnenuit open

Bij Marcus 1:9-13

Toelichting

In Marcus 1: 9-13 wordt beschreven hoe Jezus de weg van de gerechtigheid gaat, door zich te laten dopen. God redt ons niet ‘van bovenaf’, door een bovenmenselijk ingrijpen, maar hij redt ons ‘van binnenuit’, door de menswording van Christus. God maakt zich klein, komt in ons bestaan, dat ‘op slot’ zit, en opent vanuit ‘onze kant’ de deur naar het Koninkrijk van God. Wij stonden daar buiten, zonder toegang (Genesis 3: 24). Alleen Christus is ‘klein genoeg’, nederig genoeg, om binnen te gaan. In de laatste regel van het verhaal ligt een aanknopingspunt om te kunnen verbinden met de stem uit de hemel (vers 11).

Het tussenstuk van het onderstaande verhaal, met de aangeboden pogingen van de buren om te helpen, geeft ruimte aan de onmogelijkheid en onwenselijkheid van het zelf heropenen van de weg naar het Koninkrijk. Waar wij met grof geweld de toegang tot het verloren gegane paradijs willen heropenen, richten we enkel schade aan. Ideologieën als het nationalisme of liberalisme houden een ideaal voor aan allen, maar gaan gepaard met schade voor velen. Voor de eenvoud kan dit tussengedeelte ook weggelaten worden.

Verhaal: Van binnenuit open

Tim komt aangelopen. Hij was even spelen bij een vriendje. Als hij bij zijn huis komt, ziet hij iets vreemds. Sophie en zijn ouders staan voor de deur van hun huis, zonder jas aan. Zijn vader staat wat aan de deur te voelen.

‘Wat is er gebeurd?’ vraagt Tim.

Sophie vertelt: ‘Opa kwam even langs, we zwaaiden hem uit. Mama trok de deur achter zich dicht, maar we hebben geen sleutels bij ons. Toen opa weg was en we naar binnen wilden, kwamen we erachter. Nu staan we buiten en kan de deur niet meer open. Stom hè?’

Op dat moment komt de overbuurman aangelopen met een schroevendraaier in zijn handen. ‘Hé, staan jullie voor een dichte deur! Dat is me wat! Als ik nou eens de pinnen uit de scharnieren tik, gaat de deur vast wel open.’

‘Nee, dat kan niet, want de deur is zo beveiligd dat hij dan niet loskomt,’ zegt hun vader terwijl hij naar de deur kijkt.

Hij is nog niet uitgesproken of er komt een tweede buurman aan. Hij komt net in de auto aangereden, samen met zijn vrouw, stapt snel uit en komt met een oplossing: ‘Je kunt een ruitje intikken. Dan kun je gewoon de deur opendoen. Hier, met deze steen bijvoorbeeld.’ De buurman doet zijn arm naar achteren om te gooien.

Hun vader maakt snel een stopteken, net als een politieagent. ‘Ho! Doe dat maar niet, daar komt nog meer schade van.’ Terwijl hij dat zegt, is de buurvrouw ook uit hun auto gekomen, met een telefoon aan haar oor. Ze zegt: ‘Ik bel 112, want dit gaat natuurlijk zo niet. Dan kunnen de brandweer en de politie even komen. Die krijgen dat meteen voor elkaar. Weet je wat? Ik bel ook nog even de krant. Misschien komen we wel op het nieuws!’ Ze kijkt haar man aan: ‘Zit mijn haar eigenlijk wel goed voor de foto?’

‘Ho, niet bellen. Even wachten.’ De buurvrouw verbreekt enigszins teleurgesteld de verbinding.

Sophie bibbert een beetje. ‘Papa en mama, ik heb het koud.’

De vader van Tim loopt rond het huis. Even later is hij terug. ‘Tim, er staat achter een klein raampje open. Als jij daardoor naar binnen gaat, ben jij in het huis en kun je van binnenuit de deur open doen.’ Samen lopen ze naar het raampje. Met de schroevendraaier van de overbuurman maken ze het raampje verder open. Heel voorzichtig helpen ze Tim erdoor.

Het lukt! Hij is binnen!

Zodra Tim binnen op de grond staat, loopt hij naar de voordeur en draait de sleutel om. Hij gaat open! Zijn vader was alweer omgelopen en staat nu voor hem. ‘Goed gedaan, jongen’, zegt hij. ‘Ik ben trots op je.’

Vraag

Met oudere kinderen en tieners kan ook de Bijbeltekst gelezen worden, en daarna de vraag worden gesteld: Vergelijk de doop van de Heere Jezus in de Jordaan eens met het verhaal van Tim. Wat gebeurt er tussen Hem en zijn Vader als Hij gedoopt wordt?

< Terug