< Terug

Van geen huis naar thuis en mondigheid

Na de aardbeving in nepal

Midden-Nepal, april 2015. Een enorme aardbeving met een kracht van 7,8 trof het land. Met als gevolg 8.000 doden, 22.000 gewonden en een miljoen verwoeste huizen. Een tweede beving in mei veroorzaakte, volgens de regering destijds, 37 doden. Hulp was geboden. Een kijkje in de keuken van een Amerikaans-Luthers wederopbouwproject.

De economie van Nepal zat al in het slop, en zou er met deze aardbevingsramp ook nog eens overheen niet meer uit komen, tenminste niet zonder enorme buitenlandse impulsen in de vorm van hulp. Een daarvan was een groot samenwerkingsproject van kerken, missieorganisaties en kerkelijk gerelateerde noodhulp. Zo zette en zet de Evangelical Lutheran Church in America (ELCA, Chicago) zich, samen met vele andere lutherse organisaties zoals de Lutherse Wereldfederatie, de oecumenische noodhulporganisatie ACT Alliance en lutherse missieorganisaties in onder meer Zweden, Australië, Duitsland en lokale organisaties, in om die noodhulp te bieden. Nadat de eerste opvang was geregeld, werden er duizend huizen gebouwd.

‘Dat bouwen van huizen lijkt wellicht wat vreemd als actie voor een kerkelijke organisatie, maar een thuis hebben, een veilige plek, is een mensenrecht. En een heel basaal mensenrecht. Dat begon al met de hof van Eden, dat was een veilig thuis’, zegt dr. Chandran Paul Martin van de ELCA. ‘Een thuis, wonen, is direct gerelateerd aan grond, en daarmee ook verbonden aan identiteit. Land en huisvesting is een kwestie van identiteit van mensen, het gaat principieel over menselijke waardigheid. Wie ben je als mens, als land en thuis is vernietigd? Waar hoor je thuis en hoe?’

Hulp uitbreiden

Bij een ramp als deze geldt een volgorde van handelen die hoort bij noodhulp. Het begint bij voorzien in de eerste levensbehoeften, opvang, eten en drinken, en veiligheid. Omdat er een regiokantoor van de Lutherse Wereldfederatie in Nepal zit en ELCA Global Mission daar al eerder mee samenwerkte, konden de mensen binnen enkele dagen worden bereikt. De contacten en de infrastructuur, ook al was dat laatste uiteraard enorm aangetast, zijn er al.

‘Het begon al met de hof van Eden, dat was een veilig thuis’

Daarna volgt de fase van wederopbouw. Die bestaat uit twee delen, de korte termijn en de lange. In de korte termijn wordt de initiële hulp uitgebreid naar zo snel mogelijk onderwijs realiseren, en mensen structureel toegang geven tot eten en drinken, schoon water, hygiëne middelen, psychische hulp en het creëren van mogelijkheden om inkomen te verwerven. Daarna volgt de structurele wederopbouw: puin ruimen, het bouwen van huizen en het ‘gewone leven’ weer oppakken.

‘Ik spreek niet graag van het bouwen van huizen. Ik spreek liever over het herbouwen van “huis”. Voor het oog lijkt het te gaan om de materiële herbouw. Zo wordt het door sommige hulporganisaties ook aangevlogen. Maar vanuit mijn perspectief, ook de basis waarop de Amerikaanse Lutherse Kerk het werk oppakt’, zegt Chandran Paul Martin, ‘is het verliezen van “thuis” niet alleen verlies van identiteit, maar ook van familie en van veiligheid. Een ramp als deze, met het verlies van “thuis”, zie je in de ogen van mensen. Hun gezichten en ogen zijn uitdrukkingsloos, de emotionele stress is enorm.

Denk maar aan jezelf en jouw thuis. Over het algemeen ben je trots om je huis te laten zien, want het is direct verbonden met jouw waardigheid. Het snel oppakken van de wederopbouw, van de bouw van huizen, geeft mensen veerkracht. Het zet mensen op het pad van duurzaamheid, van het waardig opbouwen van leven.’

Mét de mensen

Voor wederopbouw bestaat geen algemeen concept. Hoe een wederopbouwproject vorm moet worden gegeven, hangt van de plaatselijke omstandigheden af.

Martin werkte aan de noodhulp in Chennai (ook zijn huidige woonplaats) in India na de tsunami begin 2000. In Chennai was het relatief makkelijk om huizen te bouwen: het is er vlak, de bodem is nagenoeg overal hetzelfde en bouwmaterialen zijn makkelijk te transporteren.

Dat gold in het geheel niet voor de situatie in Nepal. Door de bergen is het land op veel plekken moeilijk begaanbaar en moet er overal op maat gewerkt worden. Door de enorme schade was alleen al het ruimen van puin een hele opgave. Er moest uitgebreid onderhandeld worden over grond met de overheid. Veel mensen hadden geen eigendom van grond of huis, de bouw van huizen was meestal niet volgens de regels en daar kwam al helemaal geen vergunning aan te pas. Architecten, bouwbegeleiders, technische mensen waren nodig om de wederopbouw te begeleiden. Vaak waren die in Nepal zelf niet te vinden, dus moesten ze van buiten komen.

‘Een ramp als deze zie je in de ogen van mensen’

Martin: ‘Hoe sneller je begint met de herbouw van huizen, hoe sneller mensen weer betekenis kunnen geven aan hun leven. We werken nadrukkelijk samen met de Nepalezen zelf. Als familie konden ze aangeven met hoeveel mensen ze in een huis wilden leven. Soms werden er voor een grote familie twee huizen gebouwd. Met de mensen zelf werden afspraken gemaakt: drie dagen werken, twee dagen meewerken aan de bouw. Of juist een week werken afgewisseld met een week bouwen. Of sommige leden van de familie fulltime in de bouw terwijl anderen elders geld verdienden, wat maar passend was.’

ELCA Global Mission (Disaster Response) deed al het coördinerende werk niet alleen. Ze werkten samen met de eerder genoemde grote organisaties, inclusief bestaande kerkstructuren. Voor het werk op de werkvloer werd met lokale partners samengewerkt. Die samenwerking begint met het gezamenlijk inventariseren wat nodig is, het plannen maken. Uiteraard worden lokale bedrijven, ook voor inkoop, zoveel mogelijk ingeschakeld.

Duizend huizen

In de afgelopen zes jaar werden duizend huizen in verschillende dorpen gebouwd. Alle huizen zijn aardbeving-bestendig. Dat was een voorwaarde. Niet eenvoudig om mensen te overtuigen dat dit de meest toekomstbestendige manier is om bij een volgende ramp minder schade te hebben. Verandering doet altijd zeer, ook als van de traditionele bouw vanwege de kwetsbaarheid, afstand moet worden gedaan.

Daarnaast gold het zeer principiële gebod om in het project niets met corruptie te doen. Soms leverde dat slepende onderhandelingen op, met name over vergunningen voor het eigendom van grond. In de hele periode stonden er politiek gezien ook nog eens vier verschillende regeringen aan het roer. Dat had alles te maken met de vernieuwing van de Grondwet (2015): van het laatste hindoe-koninkrijk op aarde werd Nepal een republiek met een grondwet waar hindoe uitgeschrapt is en daarmee ging er ook officieel een streep door het kastenstelsel.

Van de verwoeste bebouwing werd gerecycled wat kon

Dat betekende nog niet dat de voormalig kastelozen ook meteen een juridische positie hadden. Veel was in de oude situatie niet geregeld omtrent rechten en bezit van kastelozen. ‘Bezit’, ‘eigendom van land’ stond vaak nergens geregistreerd. En het feit dat mensen die tot voor de grondwetswijziging moeizaam aan rechten konden komen, nu wel ergens recht op hebben, was wennen voor de autoriteiten en politiek. Een hele uitdaging om alle vergunningen blijvend voor elkaar te krijgen.

Het was de bedoeling de woningen op dezelfde plek te herbouwen. Maar als dat niet kan, wie geeft dan de grond? Grond waar ‘bezit’ over het algemeen onduidelijk over is? Doordat het principe ‘geen smeergeld’ van kracht was, moesten mensen opkomen voor zichzelf. En dat deden ze, met vallen en opstaan. Zo ervoeren ze dat er wel degelijk wat kan, juist zonder geld.

Ook het bouwen van de woningen zelf was een hele toer. Na een ramp ontstaat er een ramp-economie. Iedereen koopt, iedereen heeft materialen nodig. Er was een gebrek aan bouwmateriaal. Waar mogelijk werd, vanuit duurzaamheidsperspectief én dat tekort aan bouwmaterialen, van de verwoeste bebouwing gerecycled wat kon. Veelal was het onmogelijk om materialen gemotoriseerd op de plaats van bestemming te krijgen. Mensen liepen met het materiaal bergopwaarts, ezels werden gebruikt en gelukkig kon zo’n vijftien procent van de materialen van de verwoeste huizen worden hergebruikt.

Het feest van de herstart

Door met de wederopbouw bezig te zijn, krijgen mensen meer veerkracht na de emotionele impact van de ramp. Families zijn letterlijk opbouwend bezig, en ook met het opbouwen van hun leven. Martin: ‘Toen de huizen werden opgeleverd, was het feest, het feest van de herstart van hun leven. Thuis is een van de belangrijkste uitgangspunten in het leven. Zeker in Nepal, met koude, natte winters en met aardverschuivingen.’ Het is een nieuwe start van gemeenschap, met ongekende kansen om mensen, een gemeenschap, meer coherent te maken, met meer capaciteiten. ‘Alleen al het feit dat mensen, meestal de Dalits, voor de aardbeving in armoede leefden en nu ineens “bezit” hebben, gaf een nieuwe dimensie aan hun leven.’

‘Het uiteindelijke werk, de verandering, doen de mensen zelf ’

Tegelijkertijd met de huizenbouw en de versterking van gemeenschap is het ziekenhuis in de regio opnieuw gebouwd. En ook een nieuwe school, met toiletten voor jongens én voor meisjes. Belangrijk? Jazeker, in de oude situatie gingen meisjes traditiegetrouw niet naar school tijdens hun menstruatie. Met aparte toiletgelegenheden voor meisjes kunnen ook zij altijd naar school. Die verandering was al in gang gezet in de beginperiode van de noodhulp. Sanitaire pakketten met maandverband leerden vrouwen omgaan met een omstandigheid die ze vroeger uitsloot van volledige deelname aan de maatschappij.

‘In al die ontwikkelingen, het bouwen van “thuis”, het vergroten van kennis en vaardigheden, lopen wij met de mensen mee. Het uiteindelijke werk, de verandering, doen de mensen zelf. Zo worden ze steeds zelfstandiger en mondiger.’

De verschillende gemeenschappen in de dorpen helpen ondertussen elkaar. Martin beschrijft dat zo ook een volksbeweging is ontstaan. Een beweging die opkomt voor de Dalits, alles gebaseerd op universele mensenrechten. Met een thuis als veilige basis worden ook zes jaar na de ramp mensen getraind op het gebied van politieke mondigheid: hoe doe je mee aan verkiezingen, hoe bevorder je gelijkheid van man en vrouw, hoe versterk je vrouwen die tot voor kort ondergeschikt waren in een patriarchale maatschappij? Dat is zelfs zover doorgedrongen dat op vele huizen die nieuw zijn gebouwd, een vrouwennaam prijkt.

Praxedis Bouwman is religiewetenschapper/ journalist, interim hoofdredacteur van TussenRuimte en bestuurlijk actief in binnen- en buitenlandse oecumene.

< Terug