< Terug

Van ketters en scheurmakers

Het lezen en interpreteren van het Oude Testament gebeurt al vele eeuwen. Telkens komt het dan aan op de toepassing van de Schrift in de geloofsgemeenschap. Wat gebeurt er in die toe-eigening? Hoe leest men in het vroegchristelijk Syrië het boek Numeri? De Didascalia Apostolorum houdt de lezers het verhaal van Korach, Datan en Abiram voor als een actuele waarschuwing tegen scheurmakers.

De Didascalia Apostolorum is een vroegchristelijk geschrift dat enigszins door raadselen omgeven is. Zo zijn de auteur en de doelgroep onbekend. Het geschrift is oorspronkelijk in het Grieks geschreven, maar is alleen in een vroege Syrische vertaling bewaard gebleven. De titel van de Syrische versie luidt: ‘Didascalia, dat is het katholieke onderricht van de twaalf apostelen en de heilige discipelen van onze Verlosser’. Daaruit blijkt meteen de aanspraak op apostolisch auteurschap. In de tekst lezen we vervolgens dat de twaalf apostelen dit onderwijs op schrift gesteld zouden hebben na het apostelconvent in Handelingen 15. Toch blijkt al gauw dat de Didascalia niet in deze vroege periode geschreven kan zijn. Uit het geschrift komt het beeld naar voren van een kerk die al redelijk ontwikkeld is, compleet met ambtelijke hiërarchie.

Rebekka Sijtsma heeft een BA in Religiewetenschap & Theologie.

Uit het geschrift komt het beeld naar voren van een kerk die al redelijk ontwikkeld is.

De precieze datering is lastiger. Een ontstaan halverwege de derde eeuw is mogelijk gezien de gebruikte bronnen en omdat verwijzingen naar vervolging of bepaalde ketterijen ontbreken. Discussies rondom Pasen en het onderhouden van de joodse wet kunnen ook op de vierde eeuw wijzen. In ieder geval moet de Didascalia aan het begin van die eeuw een feit zijn, want zij is als basis gebruikt voor de eerste zes boeken van de Apostolische Constitutie, een verzameling voorschriften voor het christelijk en kerkelijk leven die omstreeks het jaar 375 samengesteld is.

Vaak wordt de Didascalia in het rijtje van kerkordes gezet. Zo zou het beeld kunnen ontstaan dat we te maken hebben met een juridisch document vol wetten en regels. De Didascalia is echter veel meer een geschrift dat blijk geeft van een levendige dialoog met de eigen context en met de Bijbel. Zoals we zullen zien neemt juist de interpretatie en de toepassing van het Oude Testament een belangrijke plaats in.

Syrië

Wat betreft het ontstaansgebied van de Didascalia wijst alles in de richting van Syrië. Daar was het document in eerste instantie bekend en al vrij snel ontstond er een Syrische vertaling. De manier waarop de bediening van de doop in de Didascalia beschreven wordt, komt overeen met wat we weten over de riten in vroege Syrische kerken. Het Syrië van de derde en vierde eeuw was een smeltkroes van culturen en religies. Er liepen belangrijke handelsroutes door de regio, waardoor ideeën zich makkelijk konden verspreiden. In deze periode is nog nauwelijks te spreken van ‘het christendom’ in Syrië. Er ontstonden allerlei stromingen, vaak met radicale overtuigingen en praktijken. De meeste religieuze groeperingen hadden een sterk dualistische tendens, met uitgesproken opvattingen over goed en kwaad, doorvertaald in voorschriften met betrekking tot voedsel en seksualiteit. Het idee begon te ontstaan dat de ware gelovige zich onthoudt van lichamelijke genoegens. In de Didascalia zien we een heel andere lijn. De auteur gaat over het algemeen niet mee in de radicale ideeën van zijn tijd. Om het met zijn eigen woorden te zeggen, hij brengt juist de orthodoxe leer van de twaalf apostelen om meer dwalingen en ketterijen te voorkomen.

Daarnaast treedt de Didascalia in dialoog met het jodendom. Syrië kende een joodse gemeenschap en waarschijnlijk zullen joden en christenen samen geleefd en gediscussieerd hebben. Beide groepen putten uit het Oude Testament en zochten, vaak met soortgelijke technieken, naar de interpretatie van deze traditie voor de eigen gemeenschap. De manier waarop de Didascalia het verhaal uit Numeri leest en toepast, is daarvan een goed voorbeeld.

De Didascalia in het kort

In 26 hoofdstukken geeft de Didascalia aanwijzingen voor het leven in de christelijke gemeente. Het geschrift heeft een overwegend praktische inslag. De auteur zet uiteen hoe zowel mannen als vrouwen in gehoorzaamheid aan God kunnen leven. Een groot deel van de Didascalia bestaat uit instructies voor de geestelijkheid.

De bisschop neemt een centrale plaats in in de gemeente, zoals de Didascalia die kent. Er is dan ook uitgebreide aandacht voor de voorwaarden waaraan een man moet voldoen om bisschop te kunnen worden, en vervolgens voor de manier waarop hij zich als bisschop moet gedragen. Hij krijgt te horen hoe hij moet omgaan met zondaars, met armen en met weduwen. Deze weduwen hebben ook een bijzondere plaats. Samen met de wezen worden zij gezien als het ‘altaar’ waarop de offers van de gelovigen gebracht worden. Ze hebben echt hun eigen plek en taak in de gemeente.

Naast de bisschop zijn er nog diakenen en diaconessen die ervoor moeten zorgen dat iedereen de juiste steun ontvangt. De Didascalia heeft veel oog voor een zorgvuldige omgang met aalmoezen. Het is de taak van de bisschop te zorgen dat er alleen giften binnenkomen van goede mensen met oprechte bedoelingen, en dat die vervolgens naar behoefte verdeeld worden. Ook op andere gebieden geeft de auteur praktische aanwijzingen, zoals over eerlijke rechtspraak zonder aanzien des persoons, het onderricht aan kinderen en het vasten in de lijdenstijd.

De laatste hoofdstukken zijn gewijd aan problemen in en rond de gemeente. Hoofdstuk 23 opent met een waarschuwing tegen scheuringen in de gemeenschap. Dit hoofdstuk zullen we hierna in detail bekijken. Vervolgens waarschuwt de auteur zijn lezers uitgebreid voor het gevaar van ketterijen. Het laatste hoofdstuk is volledig gewijd aan de zogenaamde ‘tweede wetgeving’. Hiermee bedoelt de auteur alle wetten en regels die het volk Israël na de zonde met het gouden kalf opgelegd kreeg. Hij betoogt dat christenen zich nog wel aan de wet moeten houden, maar bevrijd zijn van deze extra wetten. Zo ontstaat er een duidelijk onderscheid met joodse gelovigen die al deze wetten nog steeds als geldend beschouwen.

Didascalia 23

Pas vooral op voor alle gruwelijke, kwaadaardige en bittere ketterijen en vlucht weg van dit laaiend vuur, en van hun aanhangers. Als iemand een schisma veroorzaakt, veroordeelt hij zichzelf tot vuur samen met hen die met hem afdwalen, maar hoeveel te meer als iemand zich onderdompelt in ketterijen. Als iemand van jullie aast op het bisschopsambt en het bestaat een scheuring te maken, weet dan dat hij en de zijnen de plaats van Korach, Datan en Abiram erven en met hen veroordeeld worden tot het vuur. De aanhangers van Korach waren Levieten en deden dienst in de tabernakel, maar zij begeerden de eerste plaats en aasden op het ambt van hogepriester. Zij begonnen kwaad te spreken van de grote Mozes, want, zeiden ze, hij is getrouwd met een heidense vrouw – ‘Hij is met een Nubische getrouwd!’ (12,1) – en heeft zich aan haar verontreinigd. Vele anderen horen bij hem, net als de volgelingen van Zimri, die ontucht pleegden met de Midjanitische vrouwen (25,1-8), en ook zij, zeiden ze, zijn verontreinigd. En dan Aäron, de instigator van afgoderij, die dat afgodsbeeld goot voor zijn volk. […] Zij spraken kwaad van de vriend en goede dienaar van de Heer God, als mensen die roemen op eigen rechtvaardigheid, bogen op heiligheid, een show maken van eigen reinheid of een hypocritisch vertoon van dienstbaarheid. Daarom zeiden ze, die puriteinen en observanten van heiligheid: ‘Laat ons niet bezoedeld worden met Mozes en de zijnen, want zij zijn verontreinigd’. Tweehonderdvijftig man stond op en Korach liet ze afdwalen in verzet tegen de grote Mozes. Men zou kunnen denken dat zij God meer eer gaven dan anderen en hem met meer ijver dienden. Gewoonlijk werd de Heer God één wierookvat geofferd, maar de schismatieken, die tweehonderdvijftig met hun leiders, brachten ieder een eigen wierookvat, tweehonderdvijftig wierookvaten, alsof ze, jazeker, veel religieuzer en zuiverder en ijveriger waren dan Mozes en Aäron en het volk dat bij hen hoorde. Toch hielp het hen niet, de overdreven dienst van de scheurmakers, want ‘Er kwam vuur van bij de Heer en verslond hen. De tweehonderdvijftig mannen verbrandden met het wierookvat in de hand’. (16,35) ‘De aarde opende haar mond en slokte Korach, Datan en Abiram op, met hun tenten en vaten, en met allen die bij hen hoorden. Zij daalden levend af in het dodenrijk’ (16,32-33) hun straf tegemoet. […] Laat ons daarom toezien, geliefden, en het lot van de schismatieken beschouwen. Ze leken zuiver en heilig en kuis, maar hun lot is vuur, eeuwig brandend vuur. Moge dit jullie bezielen met vrees. […]

Zie dan in de Schriften met de ogen van het geloof de koperen platen die men over het altaar aanbracht. Zo werden de aanhangers van Korach, Datan en Abiram gemaakt tot een gedenkteken, een voorbeeld van de vernietiging van scheurmakers. Wel, houd je als mensen van geloof en kennis ver van de schismatieken, zoals Mozes zei tot het volk: ‘Verwijder je van deze eigenwijze mensen en kom niet in de buurt van wat van hen is, anders kom je om met hen in al hun zonden’. (16,26) En, inderdaad, het volk vluchtte van hen weg, met de woorden: ‘Anders slokt de aarde ons op’ (16,34) met hen. Nu dan, houd je als mensen die strijden voor hun leven, ver dan de scheurmakers!

Als dit oordeel gelegd werd op de scheurmakers die dachten dat ze God eerden, wat zal dan niet gebeuren met de ketters die Hem lasteren?! […] Luister niet eens naar hun namen en verontreinig je oren niet! Niet alleen eren ze God op geen enkele manier, ze lasteren hem zelfs. De heidenen worden geoordeeld omdat ze geen kennis hebben, maar de ketters worden veroordeeld omdat ze God weerstaan, zoals onze Heer en Redder Jezus zei: ‘Er zullen ketterijen en schisma’s zijn’ (1 Korintiërs 11,19), en: ‘Wee de wereld met haar schandalen. Het is onvermijdelijk dat er schandalen en schisma’s komen, maar wee de mens die ze veroorzaakt’. (Matteüs 18,7)

Drie verhalen uit Numeri worden gebruikt om te waarschuwen voor het gevaar van schisma’s en ketterijen in de kerk.

Hoofdstuk 23

Hoe leest de Didascalia Numeri? Het geschrift citeert diverse keren losse zinnen uit dit bijbelboek. Twee hoofdstukken zijn grotendeels op Numeri gebaseerd. In hoofdstuk 8 wordt Numeri 18 integraal weergegeven. De voorschriften voor priesters en levieten worden als model neergezet voor bisschoppen en diakenen. De eerste helft van hoofdstuk 23 gebruikt drie verhalen uit Numeri om te waarschuwen voor het gevaar van schisma’s en ketterijen in de kerk. In de tweede helft gaat de auteur uitvoeriger in op het probleem van ketterij. We concentreren ons op het eerste deel van het hoofdstuk, omdat Numeri daar een belangrijke rol speelt.

Het gedeelte begint en eindigt met een oproep bij ketterijen uit de buurt te blijven. In dat raamwerk komt vervolgens het probleem van schisma’s aan de orde. Hoewel ketterijen als ‘des te erger’ bestempeld worden en de rest van het hoofdstuk daaraan gewijd is, is de les over scheuringen even serieus. De auteur koppelt het veroorzaken van een breuk aan het begeren van de hoogste positie. Hij stelt dat het degene die dat doet zal vergaan als Korach, Datan en Abiram. De aarde slokte hen op en vuur verteerde hun volgelingen, omdat ze tegen Mozes in opstand kwamen.

De Didascalia gebruikt teksten uit Numeri 12, 16 en 25 om het Bijbelse verhaal na te vertellen. Daaruit blijkt dat de scheurmakers commentaar hadden op Mozes, maar dat was niet het enige. De Didascalia legt uit dat ze ook dachten dat ze heiliger en religieuzer waren. Alle 250 opstandelingen hadden hun eigen vuurbak met reukwerk om God te dienen, in plaats van de ene van hogepriester Aäron. Ze beschouwden dit vuur als heilig, maar dat bleek niet het geval. Het vuur had niet mogen ontbranden en daarom werden zowel het vuur als de scheurmakers met vuur gestraft. De leiders Korach, Datan en Abiram werden door de aarde verzwolgen. Het volk werd gespaard, hoewel ook onder hen zondaars waren. Zo waarschuwt de Didascalia om niet in de buurt van scheurmakers of ketters te komen en samen met hen verloren te gaan.

In detail

De schrijver van de Didascalia introduceert Korach, Datan en Abiram en begint met een parafrase van het verhaal. Hij verwerkt hierin twee andere geschiedenissen uit Numeri. Korach heeft kritiek op de hoge positie van Mozes, omdat die met een heidense vrouw getrouwd was (Numeri 12). Bovendien hadden vele Israëlieten dat voorbeeld gevolgd (Numeri 25). Deze laatste gebeurtenis had op het moment van de opstand van Korach nog niet plaatsgevonden. De Didascalia koppelt deze situaties echter aan elkaar om het argument van Korach invulling te geven: wie zich verontreinigt, sleept anderen met zich mee. Hierna citeert de schrijver achtereenvolgens de verzen 35, 32-33, 36-38, 26 en 34 uit Numeri 16 vrijwel letterlijk. Tussendoor geeft hij steeds een uitleg of toelichting. Zo biedt de Didascalia een hervertelling van het verhaal met een toepassing voor de eigen tijd.

Groepsvorming

Twee thema’s verdienen extra aandacht: scheuringen en groepsvorming, en vervolgens heiligheid. Korach beschouwde Mozes en het volk dat bij hem hoorde als verontreinigd. Daarom roept hij op om uit hun buurt te blijven en al snel heeft hij 250 aanhangers. We zien hier de kracht van een leider die kritiek heeft op autoriteit en zichzelf beter waant dan de eigenlijke machthebbers. Het zijn bekende taferelen. Op het moment dat de ontevredenheid hoog is, is het volk sneller bereid een sterke leider met uitdagende ideeën te gaan volgen. De Didascalia legt nadruk op de groepsvorming aan beide kanten door te spreken over ‘Mozes en het volk dat bij hem was’ en ‘Korach en iedereen die bij hem was’. Zo wordt duidelijk dat er echt een scheuring in de gemeenschap ontstond. Vervolgens zien we dat Mozes de retoriek van Korach overneemt. Hij gebiedt het volk om uit de buurt van de opstandelingen te blijven en de Israëlieten nemen inderdaad afstand omdat ‘de aarde ons anders ook opslokt’ (Numeri 16,34). Zo komt de waarschuwing van Korach op zijn eigen hoofd neer. Dat is aanleiding voor de auteur van de Didascalia om een directe toepassing te maken. Hij spreekt zijn lezers aan als mensen die strijden voor het leven. Met het verhaal van Korach weet hij dit helder te maken: doe zoals het volk en vlucht bij scheurmakers vandaan om niet de ondergang tegemoet te gaan.

Heiligheid

De Didascalia vergroot het thema ‘heiligheid’ in Numeri 16 behoorlijk uit. In de bijbeltekst zien we dat Korach beweert dat het hele volk heilig is, en later lezen we dat de vuurbakken heilig geworden zijn. Volgens de auteur van de Didascalia was de kern van het probleem dat Korach en zijn volgelingen zichzelf heiliger achtten dan Mozes en de rest van het volk. Hier komt de Didascalia met een eigen interpretatie van het verhaal. In Numeri 16,5-7 lezen we dat Mozes de opstandelingen opdraagt om elk met een eigen vuurbak voor de gevaar gebracht werd Heer te verschijnen, zodat door concurrerend zal blijken wie werkelijk leiderschap. heilig is. De Didascalia ziet in deze 250 vuurbakken een aanwijzing dat de opstandelingen overdreven religieuze ijver aan de dag legden. Dat blijkt ook uit het vervolg. Volgens de Didascalia zijn de vuurbakken geheiligd doordat de opstandelingen deze als heilig beschouwden. Numeri 17,3 geeft echter als verklaring dat de bakken aan de Heer zijn aangeboden en daardoor heilig geworden zijn. Daarna vinden tekst en uitleg elkaar weer. Van de vuurbakken maakt men platen om er het altaar mee te overtrekken. Ze moeten de Israëlieten aan deze geschiedenis herinneren. De Didascalia trekt de voorbeeldfunctie door. De schrijver roept zijn lezers op om met de ogen van het geloof te kijken en te zien hoe de platen een gedenkteken vormen dat waarschuwt tegen schisma’s. Zo presenteert hij het verhaal uit Numeri als een gezaghebbende les voor zijn eigen gemeenschap.

Toepassing

We mogen aannemen dat de auteur van de Didascalia niet zomaar voor het verhaal van Korach, Datan en Abiram kiest. Heeft hij met zijn toepassing een bepaalde groep op het oog? Uit de tekst valt daarover weinig af te leiden. De schrijver verbindt de geschiedenis van Korach aan zijn eigen realiteit, omdat de aanhangers van een scheuring tot het vuur veroordeeld zullen worden, precies zoals Numeri 16 dat vermeldt. Van degene die een schisma veroorzaakt, wordt gezegd dat hij de hoogste positie verlangt. Dat is de enige concrete aanwijzing over een mogelijk probleem in de gemeenschap van de Didascalia. Het is denkbaar dat de positie van de bisschop in gevaar gebracht werd door concurrerend leiderschap. Dit past goed in de lijn van de Didascalia, waar de bisschop zo’n centrale rol in de gemeente heeft. Waar de dreiging precies vandaan kwam is niet duidelijk. Vanwege de nadruk op overdreven heiligheid kunnen we denken aan gelovigen die de joodse wetten wilden naleven of aan gelovigen met een strenge ascetische levenswandel. In het kader van ketterijen worden beide groepen genoemd, maar op het gebied van schisma’s wordt het niet concreter dan de illustratie van Korach, Datan en Abiram. De schrijver weet deze geschiedenis echter zo levendig neer te zetten dat de waarschuwing haar uitwerking op de lezers niet gemist zal hebben.

Het is denkbaar dat de positie van de bisschop in positie van de bisschop in gevaar gebracht werd door concurrerend leiderschap.

Literatuur

• R. Hugh Connolly, Didascalia Apostolorum: The Syriac version translated and accompanied by the Verona Latin fragments (Oxford: Clarendon Press, 1929).

• Charlotte Elisheva Fonrobert, “The Didascalia Apostolorum: A Mishnah for the Disciples of Jesus,” Journal of Early Christian Studies 9 (2001): 483-509.

• Alistair Stewart-Sykes, The Didascalia Apostolorum: An English version with introduction and annotation (Turnhout: Brepols, 2009).

< Terug