< Terug

Varianten van religieus dromen?

Een descriptieve verkenning

Dromen zijn van alle tijden. Niet alleen in bijbelverhalen, maar ook nu, anno 2021, kunnen dromers geraakt worden door boodschappen die zij in hun dromen ontvangen; afkomstig van een mysterieuze bron van ‘een ander weten’. In dit artikel kijken we vanuit de empirische godsdienstpsychologie naar de verbanden tussen geloofsleven en droomleven.

In hedendaagse begeleidingspraktijken worden herinnerde dromen overwegend gezien als signaal van voor de persoon belangrijke, maar wellicht nog niet zo goed onderkende, gevoelens. Bij de verkenning ervan ligt de eerste focus dan – vanzelfsprekend – op de, in droombeelden verpakte en geuite, gevoelens en gevoelslagen. Of er daarbij tegelijkertijd aandacht zal zijn voor de levensoriëntatie van de dromer, dus voor de zingevende en/of belijdende kaders van waaruit deze zijn of haar levenskeuzes maakt (en zich tot uiteenlopende gevoelslagen heeft te verhouden), valt te betwijfelen.

In dit artikel ligt de nadruk andersom. We erkennen weliswaar dat het emotionele centrum in de hersenen een belangrijke rol speelt bij het dromen, maar laten dit thema rusten. We onderzoeken welbewust enkele mogelijke raakvlakken tussen geloofsleven van dromers aan de ene kant, en hun droomleven aan de andere kant. Het onderwerp wordt uitgewerkt vanuit het perspectief van de beschrijvende empirische godsdienstpsychologie. Achtereenvolgens staan we stil bij:

  1. godsdienst in de inhoud van een droom;
  2. invloeden van godsdienstige visies en praktijken op het droomleven;
  3. de uitleg van dromen toegepast op het geestelijke leven.

Voorbeelden zullen we steeds zowel geven van hedendaagse dromers als van dromers uit de Bijbel.

Godsdienst in de inhoud van een droom

Als eerste invalshoek staan we stil bij de inhoud van een enkele droom die wordt verteld. Hierin kunnen elementen van godsdienstige aard voorkomen. In de droom figureren bijvoorbeeld personages als priester, monnik, dominee of goeroe; iemands bekenden uit de geloofsgemeenschap; een engel of heilige. Of de dromer vermeldt een omgeving, gebouw of voorwerp dat in het waakleven behoort bij een godsdienstige activiteit, zoals kerkgebouw, doopvont, kaars, kruis, liedboek, enzovoort. Soms doen droomsymbolen meer impliciet ook wel wat denken aan elementen uit bijbelverhalen – neem beelden van een tuin, een boom, het op weg zijn, geroepen worden. Of er kan verwantschap herkend worden met uitingen uit de rijke (kunst-)geschiedenis van de kerk – denk aan een adelaar, kleuren (Maria’s gewaad: roze en blauw), enzovoort.

Casuïstische voorbeelden

In mijn droom zit ik in een kring van mensen om onze dominee heen, terwijl hij een viering leidt. Plotseling geeft hij mij een soort muziekinstrument in mijn handen. Ik begrijp dat het de bedoeling is dat ik de zang zal begeleiden. Maar het instrument is wat kapot en werkt niet naar behoren. Ik kan de aan mij gevraagde taak niet vervullen. Ik geneer me daar wel wat voor. (vrouw, 47 jaar)

In mijn droom ben ik in India en kom daar een oosterse monnik tegen. Ik voel me niet waardig; want ik weet dat dit een heilige man is. Hij spreekt me aan en zegt me: ‘Dat wat je nodig hebt, zul je ook krijgen. Weet ook: wanneer je iets niet ontvangt, betekent dat dat je het niet nodig hebt’. (man, 50 jaar)

In Genesis 28 lezen we over een droom van Jakob, waarin ‘een ladder op de aarde is opgericht, waarvan de top tot aan de hemel reikt, en engelen Gods klimmen daarlangs op en dalen neder’. Niet alleen ziet Jakob engelen in zijn droom, maar ook ziet hij God bovenaan de ladder staan, die een belangrijke voorzegging tot hem spreekt. Van de jonge Salomo wordt een vergelijkbare initiatie-droom beschreven (1 Koningen 3,5). Nadat hij overdag te Gibeon op een altaar duizend brandoffers heeft gebracht, verschijnt de Heer ’s nachts aan hem in een droom en spreekt met Salomo. In het gesprek dat dan plaatsvindt, worden aan Salomo belangrijke gaven geschonken en beloften gedaan.

Invloeden van godsdienstige visies en praktijken op droomleven

In een tweede invalshoek nemen we effecten in ogenschouw van het geleefde geloof op (het omgaan met) dromen. Wie bijvoorbeeld achtergrondkennis heeft van de Bijbel of kerkgeschiedenis, kent overgeleverde verhalen over dromen waarin leiding werd gegeven die is toegeschreven aan God of een engel. Een hedendaagse gelovige kan er zodoende toe komen positie te kiezen met betrekking tot vragen als: kunnen dromen een kanaal zijn waarlangs God ook nu, anno 2021, tot een individuele gelovige spreekt? Dat vraagt wel om een nadere bepaling: gaat dit dan op voor alle dromen of alleen voor sommige? En hoe kunnen we het verschil weten?

Binnen de hedendaagse christelijke wereld bestaat een groot spectrum aan visies dat mede invloed kan hebben op de omgang met dromen; visies met betrekking tot het gezag en geïnspireerde karakter van de Bijbel als Woord van God; de inwoning van God in mensen; de basiscondities van de menselijke natuur; het theologisch verstaan en duiden van de seculiere cultuur; en de realiteit van gevallen engelen en de duivel als Gods tegenspelers. Duidelijk zal zijn dat een door geloofsvisie gesteunde zingeving aan nachtelijke dromen de aandacht voor dromen zal bevorderen. En de praktijk wijst uit dat positieve toeleg op dromen concreet doorwerkt in het droomleven. Naar de mate dat mensen hun dromen meer ‘eren’, gaan zij zich hun dromen beter herinneren en krijgen zij ook meer betekenisvolle dromen.

Ook specifieke religieuze praktijken (nauw verbonden met religieuze overtuigingen) kunnen effect uitoefenen op het droomleven. Als mensen bijvoorbeeld een avondgebed uitspreken voor het slapen, kan dit dromen opwekken over de gebedsonderwerpen. Mensen die zich in de vastentijd onthouden van sommige soorten voedsel en drank (bijvoorbeeld minderen in consumptie van alcohol en cafeïne), blijken opeens meer dromen te onthouden. Dat Salomo – zie het voorbeeld hierboven – de dag voor zijn droom duizend brandoffers heeft gebracht, kunnen we vanuit dit besef opnieuw in ogenschouw nemen. Is zijn aandacht door de praktijk van het offeren wellicht meer voorbereid geraakt voor het ontvangen van deze bijzondere droom?

Al met al houdt deze configuratie voor ons betoog in, dat we de blik kunnen verscherpen hoe religieuze kennis, ideeën en overtuigingen, en religieuze praktijken, gevolgen kunnen hebben voor ideeën over, sensibiliteit voor, en praktijken ten aanzien van (het omgaan met) dromen.

Casuïstische voorbeelden

In de literatuur kunnen we een verscheidenheid van posities vinden ten aanzien van de mogelijk goddelijke bron van dromen. De evangelische auteur Greg Cynaumon bijvoorbeeld, die werkte in het kernteam van een mainstream evangelische Bijbel-geïnspireerde kerk, meldt dat hij ongeveer 5% tot 10% van zijn pastorale droomcasussen als voorbeelden beschouwt van interventies van Godswege. De resterende dromen komen weliswaar voort uit het menselijke onbewuste, maar evenzogoed beschouwt hij ze als de moeite waard om aandacht aan te schenken, ter bevordering van psychische gezondheid. Heel anders benadert de Rooms-Katholieke Benedictijnse geestelijk leider en auteur Anselm Grün ditzelfde thema, wanneer hij stelt:

Er zijn drie sferen waarlangs God ons ontmoet en tot ons spreekt: onze gedachten en gevoelens; ons lichaam; en onze dromen. Boven alles dienen we op onze spirituele weg deze aandacht te schenken aan deze drie sferen om daarmee Gods Woord voor ons persoonlijk te ontvangen. (Anselm Gün, 1993)

Grün suggereert dat we over élke droom kunnen spreken met God in ons gebed en ons aldus bezinnen op de vraag wat het is dat God ons in deze droom zou willen laten zien. Voor sommige pinkstergroeperingen ligt dit heel anders. De kans dat de duivel dromen ingeeft maakt het tot een gebied waarvoor je beter niet zomaar de deur open kan zetten. In de vroegste bronnen van de Bijbelse tradities lijkt het vrij vanzelfsprekend dat God spreekt door dromen en visoenen. Pakkend wordt deze visie verwoord in Job 33,15-18, waar we lezen:

In een droom, in een nachtgezicht, wanneer diepe slaap op de mensen valt, in sluimering op de legerstede – dan opent Hij het oor der mensen en drukt het zegel op de vermaningen, tot hen gericht, om de mens van zijn doen af te brengen, om hoogmoed van de man te weren, om zijn ziel van de groeve te redden. (NBG 1951)

Het droomdilemma hoe we kunnen weten wélke dromen van God komen, kwam echter ook in de Bijbelse traditie al op. Eerder in dit nummer ging Bart Koet al hier dieper op in en vertelt hij welk criterium destijds werd aangehouden voor het onderscheiden van geloofwaardig dromen.

De uitleg van dromen toegepast op het geestelijke leven

Als derde invalshoek staan we erbij stil dat de interpretatie van dromen toegepast kan worden op het geloofsleven van de dromer. Veel dromen hebben een ‘verhaal-achtige’ structuur. In deze invalshoek verscherpen we de blik door de verhaallijn en metaforiek van een droom als het ware te bekloppen als een ‘spiegelverhaal’ over het leven van de ziel met God.

Casuïstische voorbeelden

De Joodse auteur Vanessa Ochs beschrijft de volgende herhalende droom:

In mijn droom ben ik in een zeker huis. Het is mijn woning. Als ik erdoor loop ontdek ik een vleugel van de woning die ik nog nooit eerder heb gezien. Het is er prachtig en maakt werkelijk deel uit van mijn eigendom … ik ben er erg blij mee!

Over haar interpretatie schrijft zij:

Ik herken in deze droom de leringen van de Chassidische leraar Baal Shem Tov toen hij schreef dat elke dag op zijn minst honderdmaal gelegenheid geeft om ons dankbaar te voelen voor wat we hebben en deze ook te uiten. En hoe weinig we eigenlijk te wensen over hebben als het meest kostbare al in ons bezit is … zoals de kwaliteiten van ons karakter, de gave van het lichaam, de vele mensen om ons heen, en de vele materiële voorzieningen die in orde zijn en ons dragen en vreugde geven. Mijn droom brengt me in contact met een belangrijk spiritueel streven, om wakker te zijn wat betreft het opmerken van mijn vele zegeningen en om mijn dankbaarheid daarvoor uit te spreken.

De Episcopaalse pastor Bob Haden deelt een droom van zichzelf waarin twee monniken aan een tafel zitten te kijken naar elkaar. Verder gebeurt er niets. Een paar uur na het wakker worden uit deze droom drong de clou ervan plotseling tot hem door: er was helemaal ‘niets gaande’ in zijn geestelijke leven. Een duidelijk signaal voor hem om een weg uit deze lethargie te gaan zoeken. Ogenschijnlijk lijken toepassingen als deze genoemde niet voor te komen in het Oude Testament. Maar dat ligt anders wanneer we eerst twee denkstappen zetten om enkele wezenlijke verschillen te overbruggen. Waar we als hedendaagse Westerse mensen in een individu-georiënteerde cultuur leven, ligt dat voor culturen in het Midden-Oosten heel anders. Daar ligt het zwaartepunt van de identiteit bij het deel-uitmaken van de stam.

En in een tweede denkstap kunnen we ons openstellen voor het belangrijke accent op doen van de Tora, als belangrijke kern van de Joodse geloofsweg. Na het zetten van deze twee denkstappen kunnen we in het Oude Testament véél dromen herkennen waarvan de uitleg toegepast wordt op het geloofsleven; echter niet zozeer ‘individueel’ en ‘innerlijk’ gezien als wel gericht op het juiste handelen van het volk van God. Het zijn in deze traditie de profeten en zieners aan wie God zich rechtstreeks openbaart in dromen en visioenen en aan wie God aanwijzingen doorgeeft voor het juiste handelen – van het gehele volk.

Ter afronding

Veel inhoudelijke thematieken zijn nog onbesproken gebleven. Uit de fenomenologie moge echter verduidelijkt zijn hoezeer dromen op veelzijdige wijzen gerelateerd kunnen zijn aan existentievragen en aan geestelijk en moreel leven. Als ‘gelijkenissen in de nacht’ verdienen dromen dan ook alleszins de warme belangstelling van beoefenaren van godsdienst en hun pastores. Als kenners van heilige verhalen zijn pastores niet alleen bekwaam, maar zelfs uniek gekwalificeerd om, luisterend naar dromen, via de droom een stukje heilige grond in de tuin van de ziel op te merken, en tot leven te helpen wekken. Uit hoofde van hun professie kunnen psychologen deze weg niet inslaan. Het gesprek over dromen geheel overlaten aan psychologen is als het ongeopend laten van de ‘brieven’ die God – aldus de Talmoed – aan mensen zendt.

Barbara Koning is godsdienstpsycholoog en voert te Baarn een praktijk als counselor en droomconsulent.

Literatuur

Kate Adams, Bart Koet en Barbara Koning, Dreams and Spirituality: A Handbook for Ministry, Spiritual Direction and Counselling (London: Canterbury Press, 2015).

Anselm Grün, Dromen zijn géén bedrog (Kampen-Gent: Kok-Carmelitana, 1993).

John A. Sanford, Dreams: God’s Forgotten Language (New York: Harper San Francisco, 1968/1989).

Voor veelzijdige literatuurreferenties en documentatie over dromen in godsdiensten: www.droompelgrims.com.

< Terug