< Terug

Veelkleurig leren, een terugblik

In diverse bijdragen in dit nummer komen verschillende thema’s naar voren die een bredere reikwijdte hebben naar het denken over diversiteit in onze samenleving. Een overzicht in vijf categorieën.

Terugblikkend op dit nummer valt allereerst te constateren dat het nog niet meeviel om recht te doen aan de religieuze diversiteit in het KPV-leren. Verschillende oud-trainees met een andere levensbeschouwelijke achtergrond dan de christelijke, zijn gevraagd een bijdrage te leveren, echter zonder resultaat. Nog net op tijd vonden we de collega die in het interview Mohamed heet, bereid. Toch valt achteraf te betreuren dat er maar minimaal stemmen uit andere tradities en religies klinken in dit blad.

Dit gezegd hebbend, ga ik in op een aantal thema’s dat in de bijdragen naar voren komt en die een bredere reikwijdte hebben naar het denken over diversiteit in onze samenleving. Ik breng dat samen in vijf categorieën: begripsverheldering, differentiatie, ontmoeting, vieren en leven.

Begripsverheldering

Het woord diversiteit is een breed begrip. Vroom en Van Dijk wijzen op de verschillende dimensies van diversiteit. Religie is daarvan slechts één dimensie. In de KPV-bijdragen komen Wuijster, Rogier en Mohamed dat existentieel op het spoor. Soms is diversiteit ingewikkelder te hanteren binnen de eigen religie dan in de interreligieuze communicatie. Vaak ook gaat het dan om andere dingen. Persoonlijke allergieën, een beeld dat men wil ophouden vanwege een vermeende achterban. Het machtsaspect, waar Vroom op wijst, dat zich kan afspelen juist op één van de andere dimensies, is een belangrijk gezichtspunt dat niet over het hoofd gezien moet worden en ook verhelderend kan werken in de communicatie. Diversiteit is naast dit alles ook een intra-persoonlijk gegeven, zo merkt één van de trainees op.

Moeite van de differentiatie

Zowel de trainees als de opleiders, vanuit de theorie van de groepsdynamica, wijzen op de aanvankelijke moeite van mensen om zich te differentiëren binnen een groep. Je werkelijk uitspreken, ‘anders’ durven zijn, brengt het risico mee van er buiten komen te staan, uit te vallen.

Van Hell & Erwich wijzen op de angst de eigen identiteit te verliezen in een werkelijke ontmoeting met de ander. Van Dijk signaleert de handelingsverlegenheid van docenten om een ‘inter-gelovige’ ontmoeting te faciliteren en wijst erop dat ook docenten goed moet weten vanuit welke waarden en overtuigingen zij zelf leven en spreken.

Tegelijk wordt, zowel in een al te harmonieus klimaat met nadruk op dat het ten diepste toch allemaal om hetzelfde gaat, als in een vooringenomen positie dat de ander ernstig anders is en een bedreiging vormt voor de eigen identiteit, niemand echt wijzer. Pas in de differentiatie, in het verschil, wordt er geleerd van en aan elkaar. Dan ook worden wezenlijke overeenkomsten gevonden.

De kracht van de ontmoeting en … de grens

In het verlengde daarvan benadrukken vrijwel alle auteurs de kracht van de levende ontmoeting. In het klaslokaal, waar niet alleen gesproken wordt over verschillende religies, of over de invloed van religie op het leven, maar juist vanuit de geleefde religie van leerlingen en docenten zelf.

Van Hell & Erwich pleiten ervoor om in de opleiding een langdurige exposure aan de ‘vreemde ander’ op te nemen, bij voorkeur in de vorm van een buitenlandstage. Dat is een aparte parallel met een van de grondgedachten van de oorspronkelijke KPV, die onder het residentiële karakter en het werken in de psychiatrische setting lag. Het was juist de ontmoeting met deze voor vele pastores ‘vreemde’ wereld die het leren zou bevorderen.

Hoezeer ook aan te moedigen, verblijven in een ‘vreemde context’ op zich brengt naar mijn idee onvoldoende leerrendement als dat niet vergezeld gaat met een reflectieve leersituatie waarin de professional eigen gedrag gespiegeld en bevraagd krijgt. Het is overigens een van de verdiensten van de urbane exposuretrainingen, dat ze het belang van de reflectieve leergroep hebben laten zien voor dit proces van verblijven en zich openen voor en laten ontvangen in een vreemde context.

Naast de kracht van de ontmoeting brengen KPV-processen echter ook de bijzondere moeite in beeld die verbonden is met werkelijke ontmoeting. Wuijster beschrijft dat authentiek als ze weliswaar een wereld gewonnen heeft, maar niet zonder eerst ‘ontmaskerd’ te zijn. De werkelijke ontmoeting brengt ook aspecten van persoonlijkheid en functioneren aan het licht waarvan het niet makkelijk is deze onder ogen te zien. Werkelijke ontmoeting heeft ook een kant in zich van ontluistering en verlies.

De trainees geven hoog op van de effecten van een training voor hun persoon en werk. Toch is in enkele passages iets te lezen van wat niet bereikt is, waar grenzen zijn ervaren. Van ‘t Slot en Rogier verwoorden dat zuiver. Soms stokt het gesprek, niet omdat er geen woorden zijn, maar omdat ze niet gesproken willen of moeten worden.

Daar waar je raakt aan wat je voelt dat de heilige grond is van de ander. Daar waar theologische kloven manifest worden en geen bruggen gevonden worden. Of waar in het dagelijkse leven dat wat datzelfde leven brengt, niet door gesprekspartners nog op een gemeenschappelijke noemer kan worden gebracht. Daar ontstaat, wat te vaak te gemakkelijk klinkt, het werkelijk leren uithouden. Dat is, in het kader van diversiteit, ook het leren leven met, het zich verhouden tot dat werkelijke andere van de ander. Dat bij alle bruggen en gezamenlijkheid, mij toch vreemd blijft.

Dat ook dat zijn parallel heeft in de praktijk van elke dag, ook na de KPV, komt in de bijdragen minder voor het voetlicht.

Vieren

Het is hoopvol en mooi te lezen over de spirituele oefeningen in de KPV. De vieringen in de KPV zijn de plekken waar gezamenlijkheid wordt beleefd en het verschil kan bestaan. Mij valt op dat het daarbij niet gaat om vieringen die in gezamenlijkheid zijn geconstrueerd in een poging voor iedereen iets herkenbaars te bieden. Maar dat het juist gaat om genodigd te worden in de heilige ruimte van de ander en daar aanwezig te zijn.

Ook is het opmerkelijk dat de trainees die daar iets over zeggen, dat niet doen vanuit het perspectief van vormgever van de viering, maar vanuit het perspectief van de gast. Zij weten zich gast, zij weten zich genodigd en ontvangen in de spirituele ruimte van de ander.

En tot slot: het leven

De KPV is een van de weinige trainingen die zich uitstrekt in de tijd en een residentieel karakter heeft. Dat brengt hoge kosten met zich mee en een moeilijke inpasbaarheid in een bestaand dienstverband. Samen met de tendens om permanente educatie van professionals vooral vorm te geven in korte cursussen, vormen dat serieuze drempels voor deelname.

Toch heeft dit specifieke karakter een uitgesproken voordeel. Het is hierdoor dat niet alleen de programmatische trainingsonderdelen de inhoud vormen van deze leerroute, maar ook het leven zelf: samen eten, boodschappen doen, wandelen. De contingente gebeurtenissen in elkaars leven meemaken. Ervaren hoe in de vreugde, maar ook in de moeite van het leven de diepste eigen spirituele bronnen worden geactiveerd.

Dat brengt tot verwondering, vervreemding maar ook verbondenheid, zo getuigen de trainees. Het is door dit samen leren over langere tijd en het delen van leefruimte, dat diversiteit niet alleen wordt beleefd, maar ook geleefd.

Theo (drs. T.T.) van Leeuwen is docent pastoraat bij de Hogeschool Windesheim, promovendusonderzoeker bij de Protestantse Theologische Universiteit, pastoraal supervisor en oud-kpv opleider. 

tips bij het thema

Materialen

Caleidoscopia: een spel met kaarten over diversiteit, ontwikkeld en geproduceerd door Netwerk Caleidoscopia. Het doel van dit spel is mensen met elkaar in gesprek te brengen: over zichzelf, hun geschiedenis, het heden en de toekomst en daardoor meer begrip en respect voor elkaar te ontwikkelen. Het gaat er daarbij om de overeenkomsten en verschillen tussen mensen en hun individuele en maatschappelijke kansen en beperkingen te herkennen en te erkennen. Samengevat gaat het om:

– diversiteit gemeenschappelijk zichtbaar en bespreekbaar maken.

– spelenderwijs leren omgaan met diversiteit in al haar dimensies.

– elkaar duidelijk maken wat de eigen betekenisgeving aan de dimensies van diversiteit is. caleidoscopia.nl

< Terug