< Terug

Veerkrachtig en uitdagend

Corona en de kerken in Amsterdam-Zuidoost

In de coronatijd sloten kerken en scholen, waardoor bestaande activiteiten ook ineens stopten. Er lag een uitdaging op andere manieren hulp te bieden. Wat in Amsterdam-Zuidoost gebeurde, kan ook anderen inspireren.

Inleiding

Kerken in Amsterdam Zuidoost—de Bijlmer—reageerden snel op de coronacrisis en verleenden hulp. Dit getuigt van veerkracht en inspiratie: de kerk ging dicht, de keuken bleef open—en verkondigde het evangelie. Nadere beschouwing laat zien hoe waardevol zulke hulp is voor maatschappij en kerk. En hoe deze inzet schrijnende problemen blootlegt waar kerk en maatschappij ook na de crisis aan zullen moeten werken.

Dit artikel presenteert onderzoek naar de voedselhulp vanuit internationale pinksterkerken en de Diaconie van de Evangelisch-Lutherse Gemeente Amsterdam (hierna: Lutherse Diaconie) in Amsterdam-Zuidoost. Het laat zien hoe kerken vanuit het evangelie hun diaconale verantwoordelijkheid nemen en in het bieden van hulp zelf verdere zin en inspiratie vinden. Hulp helpt ook de hulpverlener. Bovendien zijn voor de ontvanger het sociale contact en de aandacht vaak net zo belangrijk als de voedselhulp op zich. Daarbij komt ook aan bod dat kerkelijke hulp juist in samenwerking met partners uit de zorg van meerwaarde kan zijn. De samenwerking hiermee in Amsterdam Zuidoost is een voorbeeld voor partnerschappen elders.

Voor de ontvanger zijn contact en aandacht net zo belangrijk als voedselhulp

Naast het sociaal kapitaal van kerken dat zo voor het voetlicht verschijnt, besteden we ook aandacht aan welke nood deze hulpverlening blootlegt. Die nood bleef tot de crisis vaak onzichtbaar, maar vormt nu een duidelijke uitdaging aan kerk en maatschappij. Is het werkelijk te verdragen dat mensen dakloos in parken slapen te midden van al onze welvaart? Of dat kinderen zonder ontbijt naar school gaan en onderweg van een kerk wat te eten mee moeten krijgen? En hoe is het uit te leggen dat er mensen in Nederland zijn die structureel te weinig te eten hebben en eenzaam zijn?

Kerkelijke noodhulp is prachtig: als gave én als opgave. Wie de eerste nood helpt lenigen, ontdekt hoe groot de honger naar hulp eigenlijk is. Het voorbeeld van kerkelijke veerkracht bevraagt de veerkracht van de Nederlandse samenleving: kan die de nood van deze mensen serieus nemen en erop antwoorden? In het vervolg presenteren we in alle beknoptheid twee hulpprojecten en belichten er een paar in het oog springende dimensies van, voordat we een aantal bredere conclusies formuleren.

De projecten in Amsterdam

Maaltijdproject

De Nieuwe Stad is een kerkcentrum in het hart van Zuidoost waar 13 verschillende kerken van zeer diverse signatuur thuis zijn. Ze houden er kerkdiensten, organiseren er activiteiten en het kerkelijk centrum is een groot gedeelte van de week open voor voorbijgangers.

Voor de coronacrisis werden er elke maandag activiteiten georganiseerd door de Lutherse Diaconie, zoals opvang voor kinderen wier ouders werkten en geen kinderopvang konden betalen. Op de maandagavond werd door de Soup Kitchen, georganiseerd door de internationale pinksterkerk Treasures International Ministries (hierna: Treasures), eten uitgedeeld en werd er met allemaal verschillende mensen uit de buurt samen gegeten. Iedereen had zijn aandeel: oudere mensen op zoek naar gezelschap vonden er goede contacten en een voedzame maaltijd, maar zorgden tegelijkertijd ook voor de kinderen en hielpen asielzoekers met het leren van de Nederlandse taal. Deze asielzoekers leerden Nederlands en kregen een maaltijd, maar hielpen tegelijkertijd ook met de zorg voor de kinderen en andere activiteiten.

In maart moest deze plek—net als vele andere plekken—vanwege corona haar deuren sluiten. De diaconaal werker van de Lutherse Diaconie, Elianne Schultz, en de pastor van Treasures, Raffic Osman, waren ervan overtuigd dat de mensen die op maandag voor een praatje en een maaltijd naar de Nieuwe Stad kwamen, daar nog altijd behoefte aan hadden. Daarom werd er in hele korte tijd een bezorgdienst opgezet. Er werden WhatsAppberichten gestuurd naar mensen in het eigen netwerk, waardoor de eerste aanmeldingen voor het ontvangen van maaltijden binnenkwamen. Na verloop van tijd ontvingen de Lutherse Diaconie en Treasures ook aanmeldingen vanuit verschillende zorgorganisaties, omdat zij via via hoorden van het bestaan van het project of omdat zij werden gecontacteerd door de kerken. Zij meldden verschillende cliënten aan bij het maaltijdproject. De internationale pinksterkerk Maranatha Community Transformation Centre (hierna: Maranatha) besloot ook aan te haken bij het maaltijdproject en de maaltijdbezorging op donderdagen voor haar rekening te nemen. De Lutherse Diaconie en Treasures besloten om zelf op maandagen en vrijdagen te gaan bezorgen. Zo groeide het project naar ongeveer 300 maaltijden die iedere week bij mensen bezorgd werden. Die gingen bijvoorbeeld naar oudere mensen, die vanwege corona de deur niet meer uit durfden en waar het boodschappenmaatje ineens niet meer langs kwam, naar zieke mensen die niet in staat waren om zelf te koken, naar mensen in financiële nood, al dan niet verergerd door de coronacrisis en ook naar ongedocumenteerde mensen die zich eerder prima konden redden, maar van wie het werk nu wegviel en voor wie er geen sociaal vangnet is. Deze mensen bestaan immers niet echt…

Allemaal verschillende mensen uit de buurt, iedereen had zijn aandeel

Vrijwilligers, die eerst hielpen met de activiteiten op maandag, stonden nu klaar om op de fiets de maaltijden rond te brengen. Ook ontmoette de diaconaal werker verschillende ongedocumenteerde jonge mannen in het park, die ook bereid waren te helpen met bezorgen en werd er via social media nog een extra kok gevonden en ingeschakeld.

Ontbijtproject

Maranatha, geleid door pastor Moses Alagbe, de gemeenschap die later aanhaakte bij het maaltijdproject, had zelf voor de coronacrisis een ontbijtproject, waarbij zij kinderen onderweg naar school uitnodigden om een broodje gezond en wat fruit mee te nemen. Op deze manier konden deze kinderen toch met een volle buik naar school en zich daar beter concentreren. Toen dit project vanwege de sluiting van de scholen niet langer kon doorgaan, besloten ook zij om niet stil te gaan zitten, maar om op een andere manier voedselhulp te gaan bieden aan de buurt.

Wat betekent overtuigende verkondiging nu eigenlijk…?

Sinds september is Maranatha gestopt met het maaltijdproject en weer gestart met het ontbijtproject. Elke dinsdag- en donderdagochtend staan er weer twee gepassioneerde kerkleden klaar met broodjes en fruit voor de basisschoolkinderen. Dit bleek, toen de scholen weer opengingen, van net zo’n groot belang als het verzorgen van maaltijden zoals hierboven beschreven.

Wederkerigheid

Het maaltijdproject en het ontbijtproject zijn mooie projecten met enthousiaste vrijwilligers. Daarnaast is het bijzonder hoe in het maaltijdproject mensen die hulp nodig hebben, zoals de ongedocumenteerde jonge mannen, ook zelf hulp gaan geven. Naast ontvangers van hulp zijn ze nu ook hulpverleners. Op deze manier worden vanzelfsprekende patronen doorbroken en krijgen verschillende mensen de mogelijkheid om iets van zichzelf te laten zien en anderen te helpen. De typische ‘bubbel’ zul je hier dan ook niet vinden. Mensen uit verschillende culturen, uit verschillende lagen van de samenleving en vanuit verschillende religieuze achtergronden werken samen en helpen net zo’n diverse groep mensen aan een maaltijd.

Kerkelijke noodhulp die nood blootlegt

Het zijn krachtige projecten die door deze kerken worden vormgegeven. Het laat iets zien van de vitaliteit van deze gemeenschappen en hun daadkracht. De overtuiging dat kerk-zijn gelijk staat aan ‘er zijn voor de mensen om je heen’ is hier diepgeworteld. Het evangelie is dan geloofwaardig wanneer het vorm krijgt in concrete daden. In die zin daagt het project kerken enerzijds uit om op soortgelijke wijze actief te worden én het stelt de vraag wat overtuigende verkondiging nu eigenlijk betekent. Is niet alleen het woord dat in daden vlees wordt geloofwaardig?

Tegelijkertijd is het schrijnend dat dit project überhaupt moet bestaan. Door de warmte en gezelligheid van dit project vergeet je soms bijna hoe bizar het is dat er mensen zijn die geen eten kunnen kopen, kinderen die zonder eten naar bed gaan, mensen die net buiten de criteria van de formele voedselbank vallen, maar ondertussen met enorme schulden hebben te kampen. Daarnaast zijn er nog heel wat mensen, die in Nederland wonen, maar helemaal nergens recht op hebben en afhankelijk zijn van een slaapplek in het park of de goedheid van anderen, omdat ze ongedocumenteerd zijn.

Toen de viering in de kerkzaal niet meer kon, begon een nieuw soort liturgie in de keuken

Waar dit project is opgezet als noodhulp in tijden van corona, blijkt ondertussen dat het voor een groot deel om structurele problemen gaat. Hier ligt een duidelijke taak voor de kerk, om er te zijn voor degenen die haar nodig hebben, maar zeker ook voor de overheid. Voor de kerk is het wellicht aangenaam om zich weer zo relevant en nodig te voelen, in de praktijk van onze Nederlandse maatschappij zou deze vorm van hulp eigenlijk niet nodig hoeven zijn.

De Lutherse Diaconie, Treasures en Maranatha laten het er in ieder geval niet bij zitten. Samen met nog een internationale pinksterkerk delen zij nu voedselpakketten uit aan ongedocumenteerden en mensen die net buiten de criteria van de formele voedselbank vallen. Zo bedienen ze nu een doelgroep die in de Nederlandse samenleving buiten de boot valt en die door het maaltijdproject bij hen in beeld is gekomen.

Slot

Deze bijdrage heeft laten zien hoe een onverwachte coalitie van kerken en maatschappelijke instellingen in Amsterdam Zuidoost voedselhulp bood en biedt in de Coronacrisis. Hij laat zien hoe kerken al snel veerkrachtig reageerden en bijdroegen aan de veerkracht van een heel stadsdeel. Ook wie eraan deelnam werd geïnspireerd en daardoor veerkrachtiger.

Het project werd snel opgezet—toen de viering in de kerkzaal niet meer kon, begon een nieuw soort liturgie in de keuken. Deze hulp betekent brood op de plank voor mensen zonder eten én meer dan brood alleen. Medewerkers vinden (nog) meer inspiratie en zin in het werk zelf, ontvangers hebben aan het sociale contact soms net zoveel als aan het eten. Het sociaal kapitaal van kerken blijkt hieruit en vergroot zijn waarde door samenwerking met maatschappelijke partners, zoals zorgverleners. Tegelijkertijd stelt dit alles de theologische vraag naar wat nu een overtuigende vorm van verkondiging is: woorden moeten blijkbaar vlees worden in concrete daden.

Daarom is al dit moois ook een uitdaging; deze gave is ook een opgave, theologisch en praktisch. Want wat we ontdekten bleek nog maar het topje van een ijsberg. Daarom sluiten we af met de volgende vragen en oproep: De noodhulp legt ook veel structurele problemen bloot die kerk en maatschappij uitdagen. Want hoe vallen dakloosheid, eenzaamheid, voedselgebrek, hongerige kinderen op school zo aan te pakken dat ze niet eventjes verzacht, maar werkelijk opgelost worden? Welke rol kunnen kerken daarin spelen? Die uitdaging staat—wie pakt hem op?

Kirsten van der Ham, Marjolein Hekman, Mirella Klomp, Thijs Tromp en Peter-Ben Smit. Deze bijdrage kwam tot stand in het kader van het onderzoeksproject ‘Maaltijden als opmaat voor zorg’, dat in samenwerking met kerken en ideële fondsen in het najaar van 2020 werd uitgevoerd vanuit de Protestantse Theologische Universiteit. Het onderzoeksrapport is onder deze link te vinden: https://www.aniseamsterdam.nl/projects/.

< Terug