< Terug

Verdachte stukjes

Column

Vreemdelingen. Het woord zegt het al: we worden geacht ze met gezond wantrouwen tegemoet te treden. Vreemd is immers het tegendeel van vertrouwd. Het is als de eerste lepel uitheemse soep (in mijn geval uit het Tsjechische Reuzengebergte) die een kind te eten krijgt: er drijven verdachte stukjes in rond en die hebben de schijn tegen. Het is eigenlijk ondenkbaar dat de soep lekker smaakt.

Vertrouwde inheemse dorps-en landgenoten kunnen zich ook vreemd gedragen, want als je maar lang genoeg kijkt is álles een beetje vreemd, maar daarmee zijn ze nog geen vreemdeling. Gekken, maar wel ónze gekken. Nee, dan vreemdelingen: mensen uit andere dorpen, gewesten en landen. Uit den vreemde. Waar ze in het oude Griekenland nog de gastenstatus hadden, stuiten ze hier dus op dat gezonde wantrouwen. Je weet maar nooit wat ze in de zin hebben, ze hebben vaak geen eurocent te makken en er drijven verdachte stukjes rond in hun soep. O ja, en het zijn er de laatste tijd ook zo véél.

Zowel het Oude als het Nieuwe Testament besteedt veel aandacht aan het vreemdelingschap, van Abraham tot en met Paulus. Dat suggereert dat het niet vanzelfsprekend is om de vreemdeling hartelijk te ontvangen, laat staan te omhelzen. We hoeven ons niet te schamen dat we ermee worstelen. We hoeven het vreemde dan ook niet a priori te omhelzen, het is al mooi als we het vertrouwde niet meer a priori vinden deugen.

Opmerkelijk genoeg slaat ons gezonde wantrouwen jegens het vreemde om in enthousiasme als we er zelf eens op uit willen: vreemde landen bezoeken. Corona zet even een remmetje op die reislust, maar velen staan te popelen om uren te vliegen teneinde dertig lengte-of breedtegraden verderop de vreemdeling uit te hangen, zij het met een portemonnee vol euro’s, antimalariapillen en een niet-coronaverklaring in de binnenzak. Die vreemdelingen zijn in hun eigen omgeving blijkbaar wel vertrouwd en zolang wij die euro’s nog bij ons dragen, is dat vertrouwen wederzijds. En ineens maken de vreemde stukjes die ronddrijven in de Thaise, Syrische, Algerijnse of Maldivische soep ook niks meer uit. Heel vreemd.

< Terug