< Terug

Verlangen belicht vanuit de pastorie en het kantoor

In het spoor van Shoppen in advent wordt ons dagelijks leven – op kantoor – wel vergeleken met ons geloofs- en kerkelijk leven. Of ook wel: ons hier en nu met Gods toekomst. Zijn de contrasten zo scherp als we denken of aannemen?

Shoppen in advent en adventsverlangen. Dat gaat over ons. Ondergetekende heeft ook kasten die uitpuilen, houdt van uit eten gaan en van nog wat dingen. Tegelijk horen we in de kerk een boodschap die we zelf niet hebben bedacht: advent, dat ons verlangen wekt.

Reactie op de preek?

Het boek begint met de frustratie van menig dominee:

De gemeente heeft aandachtig geluisterd en goed meegezongen. Maar als ik dan hoor waar het gesprek onder de koffie over gaat! Nieuwe carrièrekansen, een huis van zes ton, een vakantie op Bali, de zoektocht naar een nieuwe nanny… Ik begrijp het allemaal wel. Maar dat mensen er zo vól van zijn, een luttele minuut nadat ik hen heb mogen verkondigen dat de Heer zijn aanschijn over hen zal laten lichten… (p.7)

Als dominee zien we graag direct resultaat van een dienst. Begrijpelijk. Maar het luisteren naar een preek, en het goed meezingen betekent niet dat de kerkganger zelf ook de taal en vrijmoedigheid heeft om te verwoorden wat hij gelooft. De kerkgangers praten met elkaar over carrièrekansen, een groot huis, een mooie vakantie en de zoektocht naar een nanny. De dominee heeft het net gehad over de Heer die Zijn aanschijn over hen zal lichten. Dus zeer concrete zaken staan tegenover iets wat toch op zijn minst enigszins abstract is. Wij doen als kerk een groot beroep op het abstracte denkvermogen van de kerkganger.

Er is wel iets nodig om het geloof in de mythe van het geluk in deze wereld te breken

En is dat niet wat veel gevraagd? Vergt het niet een grotere mate van concretisering in onze preken? Een concretisering die wel het lijfelijke benoemt, ook in de Bijbel en in ons leven, zonder ordinair te worden. Een concretisering die wel man en paard noemt op het gebied van levensstijl en keuzes, zonder moraliserend te worden. Een concretisering die ons verlangen wekt naar het Koninkrijk van God.

Mythe en verlangen

De dominee vervolgt:

Niet dat de koffiegesprekjes over mijn preken zouden moeten gaan. Maar laten ze alsjeblieft eens gaan over Jezus Christus, het vleesgeworden Woord, het heil van de wereld, óók het heil van al die vrome, serieuze, oppassende gemeenteleden die met hun hoofd bij zoveel andere dingen zitten… (p.8)

Maar gaan we het heil van de wereld, van het vleesgeworden Woord wel begrijpen zolang we niet op de een of andere manier nood hebben meegemaakt? Moeten we dan eerst zelf hoogstpersoonlijk allemaal zoveel ellende meemaken? Nee, dank God als je daarvoor bewaard blijft. Maar ik geloof wel dat mensen iets nodig hebben om het contrast te beseffen tussen wat deze wereld ons aanreikt en wat God ons aanreikt.

Onze welvaart en ons gebrek aan nood zitten ons danig in de weg. Ons probleem is dat we nog steeds teveel van dit leven verwachten. Blijkbaar hebben we tegengas nodig om daarvan afgeholpen te worden. Dat tegengas kan een goede preek zijn. Het kan ook tegenslag zijn: ervaringen van verlies, falen, ziekte, dood, van onrecht, achterstelling en armoede. Als dat niet in ons eigen leven is, kan dat ook zijn in het leven van een ander met wie we ons verbonden weten. Eén van de redenen waarom het leven in christelijke gemeenschap zo belangrijk is, om in elk geval een beetje verlost te worden van onszelf. Om in het leven van die ander te zien wat heil van Christus betekent. Vaak is er wel iets voor nodig om het geloof in de mythe van het geluk in deze wereld te breken en het verlangen naar God en Zijn Koninkrijk aan te wakkeren.

Vorming van het ik

Paul schrijft over de vorming van onze ‘zelven’ en het modelleren van ons “ik”. Hij stelt de vraag of de ‘vorming van het ‘ik’ in de zondagse kerkdienst veel effect sorteert op het leven dat mensen leiden op kantoor.’ (p. 13/14) ‘Wat doen 36 wekelijkse uren op kantoor met een mens?’ (p. 125) Goede vraag!

Christelijke ‘ik’-vorming gebeurt gelukkig in de kerk – maar daar niet alleen…

Over het modelleren van ons ‘ik’: op je werk wordt daar vaak meer concrete aandacht aan besteed dan in de kerk. Er worden assessments gedaan, ontwikkelplannen opgesteld, feedback gevraagd, beoordelingen gegeven en trainingen gevolgd. Daarin krijgen we meer feedback en concrete handvatten voor gedragsverandering dan in de kerk. Trainingen in seculiere sfeer over gedrag zijn vaak praktischer in het benoemen van gedrag en het ontwikkelen ervan dan onze uitleg van de Bijbel voor het dagelijks leven.

Wat ik geregeld merk in de kerkelijke wereld: dat er een tegenstelling wordt gezien tussen de wereld van de kerk en de wereld van het kantoor. Er is het idee dat het bedrijfsleven vooral hard is, zakelijk en niets ontziend. Natuurlijk zijn daar genoeg voorbeelden van te geven. Natuurlijk kunnen het bedrijfsleven of andere seculiere organisaties allerlei naars in de mens naar boven brengen: streven naar geld, streven naar macht, streven naar aanzien.

Maar ik denk dat die tegenstelling tussen de kerk en het kantoor niet zo groot en niet zo absoluut is, zeker als het gaat om gedrag. In de kerk gebeurt ook genoeg wat moeiteloos voldoet aan de hierboven genoemde kwalificaties voor het kantoor. Ik ben in het bedrijfsleven over het algemeen behandeld met groot respect voor mijn christen-zijn. Met meer respect en openheid dan ik wel eens ervaren heb in kerkelijke gremia.

Eerst teleurstelling in het hier en nu – om uit te zien naar de toekomst?

Natuurlijk: 36 wekelijkse uren op kantoor kunnen een hoop onwenselijk gedrag stimuleren en een christelijke houding belemmeren. Dat heb ik ook ervaren. Maar er is ook een andere kant. Op kantoor heb ik situaties meegemaakt waarin zoveel goedheid en naastenliefde naar voren kwam, ook van niet-christenen – die mij als christen beschaamden. Collega’s die met elkaar meeleefden tijdens ziekte, niet even, maar maand in, maand uit. Tijdens reorganisaties: iemand die niet weg hoeft maar aanbiedt om te gaan in plaats van een ander. Niet omdat dat hem zoveel geld zou opleveren. Maar omdat hij beseft: ‘mijn collega kan het er nu niet bij hebben in zijn leven, ik wel’. Iemand weer een kans geven nadat het fout gegaan is. De credits voor een prestatie geven aan je teamlid in plaats van aan jezelf. Collega’s die een aanzienlijk deel van hun salaris gaven aan familieleden of goede doelen in het land van herkomst – vaak veel meer dan de 10% die wij al zo ingewikkeld vinden.

Die 36 uren dragen er ook aan bij dat die seculiere ‘heiden’ een gezicht krijgt, en een naam. De naam van degene met wie je dag in dag uit optrekt. Met wie je hoogtepunten en dieptepunten beleeft. En die soms ook degene is, die jou helpt – als jij op de grond ligt. Die ander die voor jou de barmhartige Samaritaan blijkt te zijn. De barmhartige Samaritaan komt niet alleen voor op de weg naar Jericho. Die kun je namelijk ook ontmoeten op dat seculiere kantoor op de Amsterdamse Zuidas.

Kortom, christelijke ‘ik’-vorming gebeurt gelukkig ook in de kerk. Maar daar niet alleen. De Heilige Geest is veel breder te vinden.

Wat maakt de kerk uniek?

Paul stelt: ‘De prangende vraag is niet meer, zoals in de jaren zestig en zeventig, waarom mensen de kerk verlaten, maar veeleer: Welke tegenkrachten zorgen ervoor dat mensen ondanks secularisatie op de kerk betrokken blijven?’ (p. 83) Kortom: Wat maakt de kerk uniek? Het unieke van de kerk is de liturgie: dat haalt Paul duidelijk naar voren. Het belang van de liturgie, Woord en Sacrament, het zingen van Gods lof. Het vormt ons en helpt met het toe-eigenen van het verlangen naar God. (p. 63/64)

We slepen elkaar mee het Koninkrijk in…!

We hadden het hierboven over de vorming van ons ‘ik’. De liturgie vormt ons. Waartoe? Niet zozeer tot ons allerchristelijkste ik, maar de liturgie wakkert in ons het verlangen aan naar Gods nieuwe wereld. Het vormt ons om te gaan op Jezus’ weg van dood en opstanding. Het gaat in de kerk niet om ethiek of moraal, daar gaan we het niet op winnen. Het gaat over dood en opstanding. Die van Christus. En die van ons: hoe we zelf aan het eind van ons latijn komen, ons geloof verliezen en wonder boven wonder merken dat de Heilige Geest het geloof in ons hart laat groeien en hoe Christus ons meesleept Zijn Koninkrijk in.

Het unieke van de kerk is niet het hier en nu, maar de toekomst. De verwachting van Christus’ komst is een belangrijk onderscheidend kenmerk van het christelijk geloof (p. 115). Oftewel: de focus op advent, op verwachten, op de grote toekomst van God. Dat vergt nog wel een aanpassing in hoe we vaak spreken over discipelschap. We benadrukken vaak wat ons christen-zijn betekent voor mijn relatie en gezin, voor mijn werk, voor mijn vrije tijd; in het hier en nu. Allemaal heel belangrijk. Maar als we al die levensterreinen plaatsen in het licht van de grote toekomst van God, geeft dat een ander perspectief op het hier en nu. Misschien vergt het teleurstelling in het hier en nu om uit te zien naar de toekomst. Toekomst en hoop zijn cruciale thema’s in de kerk.

Het unieke van de kerk is ook de gemeenschap. Hoe vinden mensen de weg naar de kerk? Vaak meegetrokken door anderen. Kinderen uit de gemeente trekken kinderen van school mee naar een koortje in de kerk; en daardoor worden ouders meegetrokken de kerk in. Mensen komen via iemand die hen uitnodigt, en ze denken: laat ik het eens doen. Kortom, via de gemeenschap. We slepen elkaar mee het Koninkrijk in. En ook: door nood, persoonlijke nood (familieproblemen, relatieproblemen etc). Juist in nood worden mensen getrokken tot de gemeenschap; ook al begrijpen ze niet half waar de boodschap over gaat; net of wij die boodschap wel zo goed begrijpen. En zo bouwt Christus Zijn kerk.

Mw. drs. B. Lamain is predikant van de Protestantse Gemeente ’t Woudt – Den Hoorn. Eerder was ze HR directeur bij GlaxoSmithKline, farmaceut en vaccinfabrikant.

< Terug