< Terug

Vier samen het leven als geschenk

De wereld beweegt. Steeds meer. Van heinde en verre komen mensen naar onze streken. Van overal. Uit de landen van Afrika of Azië of Midden-en Oost-Europa. Uit lijfsbehoud. Of op zoek naar werk en inkomen. Naar een leven met meer perspectief en uitzicht.

In de stad waar ik woon, zie ik op straten en pleinen steeds meer vreemde gezichten. Ik hoor vreemde talen, die ik niet of nauwelijks kan verstaan. Al die vreemdelingen verstoren mijn orde. Gewoon door er te zijn. Zo voelt het. Steeds weer duwen zij mij uit de comfortzone waarin ik dacht mijn leven te kunnen leiden. Zoiets geldt vast ook voor de alleenstaande werkende moeder, die ploetert om rond te komen met haar drie kinderen. Te veel om dood te gaan. Te weinig om van te leven. In de steek gelaten. Een vreemde in haar eigen samenleving. En tegelijk voelt dat gevoel niet lekker. Comfortzone of niet: ik moet iets met deze mensen, met ‘al dat vreemde’. Ik kan toch niet doen alsof zij lucht zijn. Heb ik niet geleerd, dat je in je huis aan tafel altijd een stoel moet vrijlaten? Voor de profeet Elia of voor Jezus. Voor de vreemdeling, de verstoorder van mijn orde, die tot gast wordt?

GASTVRIJHEID

Dat knagende, dubbele gevoel zit ook in de Bijbel. Ook daar is volop de vraag aan de orde hoe om te gaan met de vreemdeling. Onder de mensen in Oude en Nieuwe Testament komen we dezelfde angst en reserve tegenover vreemdelingen tegen als nu in Nederland. In het Oude Testament ook allerlei voorbeelden van ‘eigen volk eerst’. En toch. De diepere bijbelse rode draad is een andere. Die zet in op iets veel ruimers. Een tegenbeweging van gastvrijheid. Zie Rachab, zie Ruth. Twee vrouwen die de normale orde doorbreken. En iets aangeven van een begaanbare weg uit de dilemma’s rond vreemdelingen.

 

NIETS IS VAN MIJ

Waarom is dat? Waarom zet de bijbel in op iets dat veel verder reikt dan dat bekrompen ‘eigen volk eerst’? En veel hoger dan ‘wij willen de expats in ons land die iets kunnen betekenen voor onze kenniseconomie. Die zijn okay, de armoedzaaiers niet’. Wat zit er achter die herhaalde oproep in dat oude boek Leviticus: ‘Want jullie zijn zelf ook vreemdelingen geweest, toen jullie in Egypte waren’? Wat helpt het mij dat ik besef, dat ik zelf (ook) een vreemdeling ben?

Onze normale, gevestigde orde gaat uit van het basisidee dat alles wat ik in het leven vergaar van mij is. Mijn huis, mijn bedrijf, mijn patenten, kortom: mijn eigendommen. Bijna geen recht is bij ons zo zwaar beschermd als dat op eigendom. Ik heb er voor gewerkt, het is mijn prestatie en da armee is iets van mij. Niet van een ander. Dus zetten mensen hekken met camera’s om hun huizen. Afblijven. Dus zetten Europeanen een hek om fort Europa. Wegblijven.

Zet dus een stoel klaar voor de vreemdeling, gewenst of ongewenst

‘Want jullie zijn zelf ook vreemdelingen ge weest, toen jullie in Egypte waren’ breekt met dat idee. Niet een beetje. Radicaal. Niets van wat ik in dit leven vergaar, behoort mij absoluut toe. Mijn leven hangt uiteindelijk niet af van wat ik heb. Ik ben niet wat ik heb. Ik ben veel meer dan dat, althans dat zit in mij. De vreemdeling is degene die mij daaraan herinnert. Hij of zij is de blessing in disguise, die mij uit mijn comfortzone en dicht bij de werkelijke les van leven houdt. Zet dus een stoel klaar voor de vreemdeling, gewenst of ongewenst. En vier samen het leven zonder hekken en camera’s. Vier samen, dat samen het leven vieren het echte werk is. Het leven niet als privé bezit maar als collectief geschenk. Veel meer dan krampachtig vastzitten in je eigen, eenzame hebben en houen.

Dick Couvée is predikant/directeur van de Pauluskerk in Rotterdam, waar veel vreemdelingen hun heil zoeken: vluchtelingen, arbeidsmigranten uit Midden-en Oost-Europa, alleenstaande moeders. En zo goed mogelijk worden geholpen.

HET BIJBELVERHAAL OVER RACHAB IS TE VINDEN IN JOZUA 2 EN 6, HET VERHAAL VAN RUTH IN HET BIJBELBOEK RUTH.

< Terug