< Terug

Visie op pastoraat: uitgangspunten, motivatie en verwachtingen

Je wilt je gaan bezighouden met pastoraat. Dan is het goed om te beginnen bij het begin. Wat is de betekenis en bedoeling van het pastoraat in de gemeente?  Waar doen we het voor? Waarom bestaat er zoiets als pastoraat?

Waar doe je het voor?

Je wilt je gaan bezighouden met pastoraat. Dan is het goed om te beginnen bij het begin. Wat is de betekenis en bedoeling van het pastoraat in de gemeente? ‘Waar doen we het voor?’ ‘Waarom bestaat er zoiets als pastoraat?’
Dat geldt trouwens voor iedere activiteit. Als je je niet af en toe afvraagt waar het allemaal om draait, raak je op den duur je motivatie kwijt.

Een groep gemeenteleden bezoekt nieuw ingekomenen. Dat is geen gemakkelijke taak. Vaak blijkt dat mensen niets van de kerk willen weten. Anderen weten nauwelijks dat ze nog ingeschreven staan. Er wordt nogal eens afwerend of zelfs vijandig gereageerd.
Op een bijeenkomst van de groep vroegen de deelnemers zich opnieuw af: ‘Waar doen we het allemaal voor? Waar was het ook al weer om begonnen?’ Op een flap-overvel werd een hele lijst motivaties genoteerd. ‘Iets aardigs doen namens de kerk’, ‘mensen welkom heten’, ‘ervoor zorgen dat de eerste die komt, niet om geld komt vragen’, ‘een aardigheidje aanbieden’, etcetera.
‘Al pratend kwamen we erachter, dat we precies doen wat we ons hadden voorgenomen. We doen iets aardigs namens de kerk en heten mensen van harte welkom. Hoe ze daarop reageren, is niet onze verantwoordelijkheid.’
‘Ja, maar eigenlijk wil ik dat mensen weer naar de kerk gaan,’ zei iemand toen. Is dat dan onze motivatie? Onze wat meer verborgen agenda? Dan is het geen wonder dat we ons teleurgesteld voelen…
Wat wil ik nu eigenlijk? Waarom doe ik dit werk? Het is goed daar regelmatig bij stil te staan.

Beleidsplan

In veel gemeenten is een beleidsplan. Daarin is onder andere iets opgenomen over visie op gemeente zijn, visie op pastoraat ook. Die visie is vervolgens uitgewerkt in bepaalde beleidskeuzes, prioriteiten en een werkplan voor de komende jaren. Bestaat zoiets in uw gemeente? Als het gaat om visie op pastoraat kan het een goed idee zijn daar eens naar te vragen.
Er zijn natuurlijk ook gemeenten en kerkenraden, die geen beleidsplan kennen. Er is wellicht ook nooit bewust nagedacht over visie op gemeentez ijn, visie op pastoraat. Dat betekent niet, dat die visie er niet is. Er is altijd een gegroeide praktijk en daar zit een visie achter, al is die nooit op papier gezet.

Als je met gemeenteleden in gesprek gaat over ‘visie op pastoraat’ lopen altijd drie elementen door elkaar:

  1. De visie van de gemeente of de kerkenraad op pastoraat
  2. De visie en gaven en mogelijkheden van het gemeentelid of de bezoeker
  3. De verwachtingen van de bezochte

In een gesprek over visie is het van belang deze drie te onderscheiden.

1. De visie van de gemeente of de kerkenraad
Is er een beleidsplan? Staat er iets over op papier? Of is er een vanzelfsprekende praktijk? Wat leeft er in onze gemeente als het gaat om de visie op pastoraat?

Een aantal mogelijke visies en keuzes:

  • Pastoraat is een opdracht voor de hele gemeente. Dat betekent dat we gemeenteleden stimuleren om naar elkaar om te zien. Huiskringen spelen daarin een wezenlijke rol. Binnen de kringen kijken mensen ook pastoraal naar elkaar om.
  • In het pastoraat gaan we naar mensen toe, ook als ze er niet om hebben gevraagd. Dat is de reden dat we telefonisch of aan de deur tot afspraken proberen te komen. Zoals God naar mensen toekwam, zo vragen wij mensen of ze ons willen ontvangen voor een bezoek. We vertellen er vaak bij dat we die vraag na twee jaar herhalen.
  • Pastoraat kan op vele manieren. We zoeken naar wegen om mensen in te schakelen op een manier die bij hen past. Het pastoraat in onze gemeente is dan ook veelvormig. Dat vraagt om een goede organisatie en verslaglegging en open communicatie.
  • Bij pastoraat ligt het accent op luisteren. De ander bepaalt de agenda. We dwingen niemand tot iets.
  • In onze gemeente is de laatste jaren weer volop aandacht voor de rol van het gebed in het pastoraat. We stimuleren mensen voor elkaar te bidden en ook samen te bidden. Daar bieden we ook toerusting voor aan.
  • We willen er zijn voor de mensen in onze wijk, ons dorp. Dat betekent dat pastoraat zich niet beperkt tot onze eigen gemeente. Als mensen ‘van buiten’ (maar wat is dat eigenlijk?) een beroep op ons doen, proberen we er voor hen te zijn. We denken ook na over initiatieven die tegemoetkomen aan de behoeften van de mensen in onze directe omgeving.
  • Pastoraat is een antenne, die de signalen in de gemeente opvangt. Via het pastoraat komt de kerkenraad te weten wat er leeft. Daarom proberen we de signalen (natuurlijk anoniem) zo goed mogelijk door te geven.

Uiteraard sluiten de genoemde voorbeelden elkaar niet uit. Je hoeft niet te kiezen, je kunt wel bepaalde accenten leggen (voor een seizoen, een aantal jaren).

‘In onze gemeente is het niet langer haalbaar ieder adres met enige regelmaat georganiseerd te bezoeken. Het aantal pastorale medewerkers is gewoon te klein. Daarom kiezen we ieder jaar een bepaalde doelgroep: ouderen, veertigers, twintigers… We maken dat duidelijk in het kerkblad zodat iedereen weet waar hij aan toe is.’

‘Dit jaar zijn we begonnen een duidelijke taakomschrijving te maken voor de pastorale medewerkers. We willen niet dat het een keurslijf wordt, maar er is nu geen enkele idee over. Iedereen doet maar wat. In overleg met de huidige mensen én met de mensen die we nieuw vragen, zetten we een en ander op papier.’

2. De visie en gaven van het gemeentelid of de bezoeker
Als je als gemeentelid je wilt inzetten voor het pastoraat, neem je jezelf mee. Je hebt zo je eigen visie en verwachtingen, maar ook je eigen gaven en mogelijkheden. Ook daar moet je rekening mee houden in een gesprek over ‘visie op pastoraat’. Wat verwacht ik? Waar liggen mijn mogelijkheden en beperkingen? Wat zou ik willen leren? Een regelmatige bezinning over deze vragen kan je helpen je thuis te (blijven) voelen in een pastorale taak of activiteit.

Een aantal voorbeelden ter illustratie:

  • Er zijn mensen die pastoraal begaafd zijn, maar erg opzien tegen ‘het initiatief nemen namens de kerk’. Ze zijn het in principe wel eens met de visie die erachter zit (zie onder punt 1), maar ze willen dat liever zelf niet doen. In veel gemeenten is het pastoraat echter zo georganiseerd dat je in iedere pastorale taak die initiatieven hoort te nemen. Dan kan het handig zijn een nieuwe functie in het leven te roepen. De mensen die opzien tegen ‘het initiatief nemen’ zouden als ‘doorverwijsadres’ kunnen worden ingezet. Zo worden hun pastorale gaven toch benut.
  • Er zijn mensen die liever wat minder adressen bezoeken. Ze hebben weinig tijd. Het minimum aantal adressen in de organisatie van het pastorale werk in de gemeente is veel hoger dan zij zouden willen. Zijn er mogelijkheden voor hen?
  • Er zijn mensen, die graag langduriger met anderen optrekken in het pastoraat. Ze zijn goed in ‘procesbegeleiding’. Dat hebben ze bijvoorbeeld in hun werk geleerd. ‘Het is me zo tegengevallen, mijn werk als ouderling. De bezoeken zijn incidenteel. Ik had gehoopt wat langere tijd met mensen te kunnen optrekken. Maar dat soort dingen doet de dominee alleen.’ Kan zoiets anders worden opgelost?
  • Er zijn mensen die het liefst ‘rand- en buitenkerkelijken’ bezoeken. Ze zijn graag in gesprek met mensen die niet zoveel van kerk en geloof weten. Houden we rekening met mensen die zich aangetrokken voelen tot een bepaalde ‘doelgroep’? Ouderen? Jonge gezinnen? Of delen we de pastorale taken uitsluitend ‘wijksgewijs’ in?
  • ‘Ik ben pas begonnen met bezoekwerk. Een aantal adressen in een flat voor ouderen. Ik ben geschrokken van de eenzaamheid die ik daar tegenkom. Het liefst ging ik nu elke dag. Sommige van die mensen zou ik graag eens thuis uitnodigen om bij me te komen eten… maar daar zit de rest van het gezin niet op te wachten! Wat kan ik weinig doen!’
  • Gaandeweg kan de behoefte ontstaan meer te leren over pastoraat. Iemand ontdekt dat hij graag meedoet aan de pastorale zorg binnen de kring, maar eigenlijk niet zo goed in staat is om zorgvuldig te luisteren. Hij komt snel met kritische vragen of oplossingen en merkt, dat de ander dan ‘dichtslaat’. Daarom heeft hij zich opgegeven voor een training in luistervaardigheid. Zo kunnen ook vragen groeien rond allerlei thema’s. ‘Ik wil graag meer leren over pastoraat bij rouw, ik heb er nu zo vaak mee te maken,’ zegt een vrouw. ‘Bidden met mensen, ik heb zelf ervaren hoeveel dat kan betekenen, daar zou ik graag meer over willen leren, kan dat?’ vraagt iemand.

3. De verwachtingen van de ander, degene die bezocht wordt, degene die zorg nodig heeft
We kunnen met de beste bedoelingen en mooie visies op het pastorale pad gaan, altijd komen we de ander tegen. Hij zit helemaal niet op mijn zorg te wachten, zij blijkt eigenlijk geen deel van de gemeente te willen uitmaken. Als je probeert afspraken met mensen te maken, initiatieven neemt, zul je nogal eens je hoofd stoten. ‘Geen behoefte,’ zeggen mensen dan.

Wat bedoelen ze eigenlijk? Heeft niet iedereen behoefte aan een luisterend oor? Hebben ze al genoeg mensen om zich heen? Of zijn mensen bang voor bemoeizucht, voor prekerigheid, voor moeilijke vragen over geloof en kerk? Soms kom je daar nooit achter. Weer anderen zitten als het ware te wachten op wat aandacht, een bezoekje van iemand ‘van de kerk’. Ze rekenen erop dat je met hen uit de bijbel leest en bidt. Gaandeweg merk je dat de verwachtingen en verlangens van gemeenteleden uiteenlopend zijn. Het is niet altijd gemakkelijk daar een weg in te vinden.
Het kan helpen de verwachtingen bespreekbaar te maken.

Opnieuw een aantal voorbeelden:

  • Er was een vragenlijstje rondgestuurd in de wijk. ‘Hebt u behoefte aan huisbezoek?’ stond erop. Je kon ja of nee invullen. Een vrouw had heel duidelijk het ‘ja’ doorgestreept. Geen huisbezoek dus. Toch kom ik al jaren bij haar, ze heeft namelijk nogal wat te verstouwen in haar leven. Ik heb haar opgebeld. ‘Wil je geen bezoek meer?’ ‘Natuurlijk wel,’ zei ze, ‘alleen geen huisbezoek.’ ‘Wat bedoel je daar dan mee?’ ‘Nou, niet twee mannen in een zwart pak die wel even komen vertellen hoe het moet. Dat is toch huisbezoek?’ Ik ben er erg van geschrokken. Wat een misverstanden. Zo’n vragenlijst is ook niet alles, je moet er erg mee oppassen, denk ik nu.
  • Een vrouw in onze gesprekskring vindt het erg moeilijk om iets over zichzelf te vertellen. Ze voelt zich snel bedreigd. Dat heeft te maken met haar opvoeding, heeft ze ons wel eens toevertrouwd. Ik zou graag meer voor haar willen betekenen, ik had eigenlijk gehoopt dat ze haar verhaal eens aan me zou vertellen. Nu hoor ik dat ze in gesprek is met iemand anders, een gemeentelid dat veel ervaring heeft in het pastoraat. Natuurlijk vind ik dat oké, maar tegelijk voel ik me wat teleurgesteld.
  • ‘Ik had de hele avond met een alleenwonende man over “koetjes en kalfjes” zitten praten. “Wat zit ik mijn tijd hier te verdoen,” dacht ik nog. “Hier doe ik het niet voor!” Een paar weken later kwam ik die meneer nog een keer tegen. Hij had het zo gezellig gevonden, zei hij. “Ik was zo bang dat u over God en zo zou beginnen. En daar zag ik zo tegenop. Dat het ook gewoon gezellig kan zijn met iemand uit de kerk, dat vond ik heel apart.” Nou vraag ik je…’
  • ‘Er is iemand van de kerk bij ons geweest,’ vertelt een jonge vrouw. ‘Ik vond het erg interessant. Mijn vriend en ik hebben veel vragen over geloven en over God, we zijn er erg mee bezig. Maar het ging er helemaal niet over! Die man is wel anderhalf uur bij ons geweest, maar het ging alleen maar over ons werk en over de studie van mijn vriend. Ik vond dat achteraf heel jammer.’ ‘Je kon er toch zelf naar vragen?’ vroeg ik. ‘Nee, hoor, dat durf ik niet, die man is veel ouder dan wij. Ik weet toch ook niet precies wat de bedoeling is? Misschien had hij dat wel raar gevonden.’ Tja, zo draaien we om elkaar heen. Wie vat de koe bij de horens?
  • ‘Zal ik langskomen?’ vroeg de dominee. Mijn zoontje was in het ziekenhuis opgenomen. Het bleek allemaal mee te vallen, hij mocht al bijna weer naar huis. ‘Het hoeft niet hoor,’ zei ik dus, ‘het gaat echt goed met hem.’ Die middag was ik een spelletje aan het doen met mijn zoon. Toen ging de deur van de ziekenhuiskamer open. De dominee. Hij kwam toch even langs. Het ontroerde me. Voor mij, voor mijn zoontje. Speciaal bezoek van de kerk. Ik had nooit gedacht dat dat zo belangrijk voor me zou zijn…
  • ‘Het lijkt wel of niemand in de wijk op bezoek zit te wachten. Veel gemeenteleden geven aan dat ze heus wel meedoen, naar de kerk gaan, af en toe een kring bezoeken, maar geen behoefte hebben aan bezoek namens de kerk. “Als er echt wat is, zeggen we het wel; dan verwachten we eerlijk gezegd de dominee.”’ Wat moet je daar nu mee? Daar gaan onze mooie visies en ideeën. Moet ik nu toch initiatieven blijven nemen? Wat stellen mensen zich voor bij de gemeente als gemeenschap? Vinden ze de kerkdienst en de kring voldoende?

Visie op pastoraat. Wat vindt de kerkenraad? Wat is het beleid in de gemeente? Hoe sta je er zelf in? Wat verwachten en hopen anderen? Het is een ingewikkeld samenspel.

< Terug