< Terug

Waar komt die stank vandaan?

Op je oude dag in je poep en plas liggen, is een schrikbeeld voor velen. Incontinentie zorgt voor angst, schaamte, onmacht en frustratie. Die gevoelens behoeven aandacht: luisteren naar wat het met een mens doet als die het (weer) in zijn broek heeft gedaan.

Marinus van den Berg was tot zijn pensioen (begin 2017) geestelijk verzorger; hij schreef vele boeken, o.a. over pastoraat en rouwverwerking.

Iedere twee weken op donderdagochtend bracht ik drie katholieke dames de communie, in een klein spreekkamertje in het verpleeghuis waar ze woonden. Op een van die donderdagen hing er een stank in de kamer. Ik zei: ‘Waar komt die stank vandaan?’ en rook aan de wasbak. Maar die was het niet.

Misschien wel een jaar later vertelde een van hen in een gespreksgroep dat ik haar die keer in grote verlegenheid had gebracht. Wat bleek? De boosdoener was haar kunstmatige uitgang die was volgelopen met haar darminhoud. Het viel haar niet mee om dit te zeggen. Ik liep rood aan van schaamte. Het deed me zeer.

In de gespreksgroep was een veilige sfeer en ook anderen vertelden van hun verdriet en pijn als ze het bed hadden bevuild, als ze niet op tijd het toilet hadden bereikt, als er gezegd werd: ‘U bent een uur geleden ook al geweest.’ Het heeft me geholpen om meer te begrijpen van wat met een geleerd woord ‘incontinentieproblematiek’ heet.

ALS EEN BABY

In pauzes tijdens mijn lezingen over rouw ben ik regelmatig door volwassen mannen aangeklampt. Zij spraken over hun incontinentie als een rouw-en verlieservaring en over hun angst: de angst om hun werk te verliezen – een vertegenwoordiger had altijd vijf reservepakken in zijn auto – en de angst om door hun partner verlaten te worden.

Een man (55) die meerdere keren per dag in zijn poep lag omdat hij de prikkel van zijn sluitspieren niet meer voelde, vertelde dat hij de verzorgenden zeer waardeerde. Maar hij had er moeite mee had als ze zeiden: ‘Het is niet erg.’ Voor hem was het wél erg. Het was vernederend. ‘Ik voel me als een baby’, zei hij. Ik leerde van hem om vragen te stellen als: ‘Hoe is dat voor u?’ Ik leerde van hem te luisteren naar plas en poep.

WAT NAAR VOOR U

Geestelijke en pastorale zorg is voor mij óók luisteren naar de pijn, het lijden, de schaamte die incontinentie teweeg kan brengen in een mens. Overigens is dat niet alleen de taak van geestelijk verzorgers. Een verzorgende die zegt: ‘Wat naar voor u, maar ik ga u helpen’ doet ook aan geestelijke zorg. Zij of hij wimpelt de schaamte en het verdriet niet weg.

‘U bent een uur geleden ook al geweest.’

Er is werk aan de winkel voor ieder die een ander verzorgt, van geestelijk verzorger tot vrijwilliger: Hoe luister ik naar de pijn over poepen en plassen? Wat kan ik bijdragen aan het verlichten ervan? Zorgmanagers en bestuurders hebben een organisatorische en politieke taak. Er moet ook oplossingsgericht gedacht worden. Veel mensen kwetst het diep als ze ’s nachts als een baby een luier moeten dragen vanwege personeelstekort.

Ik hoor nogal eens zeggen ‘dat het leven niet meer hoeft’ als mensen hun plas niet meer kunnen ophouden en in de poep moeten zitten. Dat is een signaal om zorgvuldig te decoderen. ‘Voltooid leven’ is daarbij een misleidend woord. De hoogste tijd om een congres te organiseren met verschillende professionals over poepen en plassen.

DIT IS EEN INGEKORTE EN BEWERKTE VERSIE VAN EEN BLOG DAT EERDER GEPUBLICEERD WERD OP WWW.DEBEZIELING.NL.

< Terug