< Terug

Wat een plezier!

Een volwassen man die zijn wekelijkse rondje hardloopt – is die aan het spelen? Ja. Als die man tenminste hardloopt omdat hij er plezier aan beleeft en er zich goed bij voelt, zegt dokter Stuart Brown, een Amerikaanse deskundige op het gebied van spelen.

Esther van der Panne is theoloog en eindredacteur van Open Deur.

Hardlopen is geen spelen als je hardloopt om af te vallen of om steeds betere tijden te lopen. Spelen heeft niet in de eerste plaats te maken met wat je doet maar met hoe en waarom je dat doet. Spelen doe je omdat het je vreugde geeft. Het heeft niet direct nut en het heeft geen doel dat buiten het spel zelf ligt. Je vergeet de tijd als je aan het spelen bent, je vergeet jezelf eigenlijk ook. Het kan je even in een andere wereld brengen, met andere regels en gewoontes. Op die manier tilt het je weg uit de alledaagse werkelijkheid. Zo herinner ik me hoe ik vroeger totaal verzonken kon zijn in een boek en als het ware rondliep tussen de personages uit het verhaal.

DEPRESSIE

Met elkaar spelen, met z’n tweeën of in een groep, schept verbindingen tussen mensen. Kinderen en jonge dieren leren zo de reacties en emoties van anderen kennen en situaties beoordelen. Door te spelen simuleren ze situaties die in het leven kunnen voorkomen en oefenen ze daarmee. Dat blijft ook voor volwassenen van belang. Zo gezien heeft spelen dus wél een bedoe-ling. Maar die is meer indirect. Het belangrijkste blijft dat mensen spelen omdat het plezier brengt. Het tegenovergestelde van spelen is niet werken, maar depressie, volgens Stuart Brown. Als spelen uit je leven verdwenen is, dan is het alsof het leven zijn glans verloren heeft. Je vraagt je af: is dit nou alles? Ook dat waar je helemaal in opging, geeft niet meer zoveel vreugde als eerst.

TERUG NAAR JE JEUGD

Wil je als volwassene weer meer spelen? Ga dan eerst eens rustig zitten en probeer je te herinneren wat je als kind het liefste deed. Wat gaf je het meeste plezier? Waar ging je helemaal in op? Strips lezen, een hut bouwen, fietsen, fantasiespel? Waren het dingen die je alleen deed of samen met anderen, of allebei? Activiteiten meer met je lijf of met je hoofd? Probeer het voor je te zien en vooral het gevoel terug te brengen dat je toen had. Welke activiteiten die je nu kunt doen, zouden je dat gevoel terug kunnen geven? Zoek in je geheugen ook naar momenten later in je leven, waarop je je op je best voelde. Vaak zijn dat ‘speelse’ momenten, die je de weg kunnen wijzen naar manieren van spelen die bij je passen. Om een manier van spelen te vinden die goed bij je past, kun je kijken tot welk speltype je behoort. Stuart Brown onderscheidt er acht – zijn lijstje staat onder dit artikel. De meeste mensen zijn combinaties van die types.

BEWEEG

Maak het niet te ingewikkeld. Eigenlijk zijn er overal en elke dag mogelijkheden om even te spelen. Al is het een kort moment: luisteren naar een vogel, een bal weggooien voor een hond, een omweggetje maken, even een boekhandel inlopen om daar te snuffelen. Het is ook een kwestie van de humor, lichtheid en schoonheid zien in wat er om je heen is en wat er om je heen gebeurt. Maak een wandeling, een sprongetje -beweeg! Bewegen is misschien wel de meest basale manier van spelen. Spelen is een ontdekkingsreis; het brengt je waarschijnlijk ergens waar je nog niet geweest bent. Sta jezelf dus toe om een beginner te zijn, om te improviseren. En vooral: wees niet bang om er gek, kinderachtig of klungelig uit te zien.

Acht speltypes

  1. Het spel van de grappenmaker draait altijd om nonsens, om anderen aan het lachen maken.
  2. De beweger wil bewegen, zijn lichaam voelen en stimuleren. Bewegers zijn dol op zwemmen, rennen, dansen, wandelen, yoga, voetballen – niet in de eerste plaats vanwege de competitie maar omdat ze dit zo graag doen.
  3. We beginnen allemaal als onderzoeker, als we als kind eindeloos de wereld onderzoeken. Onderzoekende spelers blijven hier plezier in vinden. Sommigen gaan op reis naar steeds nieuwe plekken, anderen zoeken steeds een nieuwe emotie of beleving op (in muziek bijvoorbeeld) en weer anderen onderzoeken steeds nieuwe thema’s (in boeken).
  4. De strijder houdt van spelen met duidelijke regels, waarbij competitie belangrijk is; hij/zij houdt van de strijd om de eerste te worden en wil winnen.
  5. De regisseur is een organisator, een drijvende kracht in een groep. Dol op plannen, op activiteiten uitvoeren. Het is degene die uitjes en feestjes regelt, een groep in beweging brengt.
  6. De grootste vreugde van de verzamelaar is het aanleggen en bezitten van de grootste, beste, mooiste verzameling van… noem maar op: munten, antiek, wijn, zonsverduisteringen, bergbeklimmingen, gespotte vogels.
  7. De maker wil natuurlijk iets maken – door te schilderen, hout te bewerken, potten te bakken, te breien, te tuinieren, te behangen, klokken te repareren.
  8. Voor de verhalenverteller is verbeelding de sleutel tot spelen. Die is er dol op om een fantasiewereld te scheppen door dansen, toneelspelen, goochelen of schrijven. Maar ook lezers en filmkijkers, die in de wereld van een boek of film stappen en zich in de personages verplaatsen, horen bij dit speltype.

NAAR: STUART BROWN, ‘PLAY. HOW IT SHAPES THE BRAIN, OPENS THE IMAGINATION, AND INVIGORATES THE SOUL’, AVERY, NEW YORK, 2009.

< Terug