< Terug

Weerloos gezonden om te bevrijden en genezen

Bij Jesaja 52,1-6, Psalmen 85, Efeziërs 1,1-14 en Marcus 6,6b-13

Je zult maar balling in Babylon zijn. Gisteren balling, vandaag balling en morgen natuurlijk ook. Toekomst bestaat niet. Alleen herhaling van hetzelfde. En dan breekt de profeet in: wakker worden, wakker worden! Alsof je niets anders aan je hoofd hebt. Trek aan wat je kracht is, Sion, je prachtgewaden, Jeruzalem, de heilige stad! (Jesaja 52,1). Dan ben je dus blijkbaar niet meer alleen ‘maar een mens’.

Om niets werd je verkocht en zonder geld word je vrijgekocht. Het volk zal weten wie zijn God is. Ook als je er geen vertrouwen in hebt: alles wordt anders, want Hij is er ook nog (Jesaja 52,6). Het oude verhaal van Exodus 3 is zo levend als de dag van vandaag. Wrijf je ogen uit!

Vriendschap en waarachtigheid, recht en vrede

In Psalmen 85,3 zegt de psalmist dat God alle ongerechtigheid van zijn volk heeft vergeven en al hun zonden bedekt. Hij wil ‘horen wat God de Heer spreekt; want Hij zal van vrede spreken (…) Waarlijk, zijn heil is nabij voor hen die Hem vrezen (…)’ (Psalmen 85,9.10). ‘Want goedertierenheid en trouw (Hebr.: chèsèd-we’èmèt) zullen elkaar ontmoeten, gerechtigheid en vrede (Hebr.: tsèdèq wesjalom) zullen elkaar kussen, trouw spruit voort uit de aarde en gerechtigheid ziet neer vanuit de hemel’ (Psalmen 85,11-12). De psalm neemt je mee in het grote geheim van woorden die samenspannen om de mens op de aarde onder de hemel een hart onder de riem te steken. Daardoor kun je gaan geloven dat je erbij hoort, bij dat verhaal van God met zijn mensen die alles voor Hem zijn. Dat biedt niet alleen hoop en verwachting, maar is ook een uitnodiging aan ieder die wil meedoen met dit grootse verhaal.

Genade en vrede van God

Genegenheid en vrede van God wenst Paulus ons toe wanneer we ons scharen onder de mensen van Efeze om te luisteren naar wat hij ons schrijft (Efeziërs 1,1-2). De Messias stond volgens joodse verhalen al vóór de schepping op ons te wachten om ons te helpen heilig en onberispelijk te leven, als een opheffing die aan alle eisen voldoet, bijeengevoegd onder één hoofd als voorbereiding op de volheid der tijden en teken van hoop. In de drukke handelsstad Efeze loopt Paulus’ hoofd over van alles wat de Messias Gods volk brengt. Woorden om te wegen en te proberen.

Weerloos eropuit gestuurd

Jezus was in de synagoge in Nazaret. Maar ‘wat is dat voor wijsheid die Hem gegeven is?’ (Marcus 6,2). In Nazaret willen ze niets van Hem weten. Hij verwondert zich over hun volkomen gebrek aan vertrouwen en gaat, vanuit de synagoge in zijn vaderstad, lerend rond in de dorpen rondom. Over wát Hij leert, horen we hier niets. Wel horen we dat Hij zijn leerlingen bij zich roept om hen weg te sturen. Hij zendt hen uit met alle volmacht over de onreine geesten, over alles wat de gemeenschap onmogelijk maakt. Het zou bij ons nooit opkomen wat Marcus hier schrijft. Zou Jezus zijn leerlingen niet twee aan twee eropuit sturen om de komst van Gods koningschap te prediken? Of wordt er nu al geanticipeerd op dat afwijzende van de vaderstad, van Jeruzalem en van de familie en de gemeenschap? De leerlingen krijgen een strikte code mee. Weerloos zullen ze op hun tocht zijn, zonder zekerheid dan alleen de staf en de sandalen (Marcus 6,8-9). Ziet Jezus volgens Marcus zichzelf zo, met een staf en sandalen, onderweg, alleen maar onderweg? Maar hoe komt het dan dat dat beeld maar aan ons oog blijft voorbijtrekken?

Overgeleverd aan gastvrijheid

De leerlingen die twee aan twee op weg gaan tegen de onreine geesten, doen denken aan het tweetal dat uitgaat om de klacht tegen Sodom en Gomorra te onderzoeken (Genesis 19,1). De afwijzing signeert hier de ongastvrije. Zie het verhaal over de gastvrijheid van Abraham (Genesis 18). Of dient Psalmen 24 zich aan? Het beeld van Abraham bij zijn uittocht wordt nu het beeld van de twaalf, met niets onderweg dan alleen bevrijding en genezing. Letterlijk genomen keren zij ook niet terug. Maar wij horen wat er gebeurt. Tegenover de weinigen van Marcus 6,5 staan de velen in Marcus 6,13. Veel demonen werpen ze uit, de woestijn in, waar de demonen thuis zijn; veel zieken genezen zij. Bevrijding en genezing zijn definitief heden geworden. Nu al een visioen van later, na het evangelie. Waarom dit anticiperen en preluderen?

Het stof (aan de sandalen) blijft buiten wanneer je binnengaat – al kan dat buiten ook binnen zijn en binnen buiten (Marcus 6,11). Outsiders, insiders. Waar vallen de beslissingen? En wat zijn die beslissingen, en op basis waarvan worden ze genomen? Gastvrijheid en welkom kunnen zeggen – het lijken nogal cruciale zaken. Die toekomst van enkel verwachting lijkt in Jezus’ hemelse sferen simpel heden te zijn. Vandaag hoor je die stem of kun je die uitnodiging horen. Het lijkt erop dat wij dat vandaag weer moeten gaan leren. Misschien hoort ‘word wakker, word wakker’ vandaag ook deel uit te maken van ons heden.

Bij Jesaja 52:1-6, Psalmen 85, Efeziërs 1:1-14 en Marcus 6:6b-13

< Terug