< Terug

Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is (Matteüs 5:48)

‘Nobody is perfect’ zegt die zilveren poster, waarin je je kunt spiegelen. Jezus verkondigt het tegendeel. Is dat reëel? En als opdracht, hoe kúnnen we dat dan?

ERICA HOEBE-DE WAARD
Mw. drs. E. Hoebe-de Waard is als gemeentepredikant verbonden aan de Protestantse Gemeente Wageningen. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.

De opdracht die Jezus geeft in Matteüs 5,48: ‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’ roept op zijn minst een vraagteken op, maar ook een gevoel van onmacht. Hoe kan Jezus déze opdracht geven? Het lijkt onmogelijk, om volmaakt te zijn. Maar, als het onmogelijk is, waarom zegt Jezus het dan?

De zin staat in de context van de Bergrede, een tekst van verschillende hoofdstukken binnen het evangelie van Matteüs, waarin Jezus uitlegt hoe je het leven hoog kunt houden, kunt leven met God en mensen. In deze Bergrede verbindt Jezus de tien woorden, die eeuwen eerder op de berg aan Mozes gegeven zijn, met geluk. Want dát is wat God voor ogen heeft: het geluk van mensen!

Verder kijken dan alleen de regel van de wet…

Jezus legt met allerlei praktische en alledaagse voorbeelden uit hoe je Gods wet kunt toepassen in je dagelijks leven, zodat je gelukkig wordt. Hij laat zien dat Gods wet altijd het leven op het oog heeft en je dus verder moet kijken dan alleen de regel van de wet. Zo betekenen de woorden ‘je zult niet doden’ meer dan dat je iemand niet letterlijk dood mag maken. Ze zeggen ook dat je iemand niet figuurlijk mag doden: door iemand dood te zwijgen, te pesten, te kleineren. Ook dan ontzeg je hem door je gedrag het leven…

Leven met God is niet ‘wettisch’, is meer dan het volgen van de letter. Leven met God betekent dat je het leven voor jezelf en de ander hoog houdt.

De liefde van God

De kern van Jezus’ boodschap is daarbij de liefde van God. Vanuit het diepe besef, dat jij gezien bent door God, dat Hij jou liefheeft, dat jij er mag zijn, kun je niet anders dan het leven van die ander hooghouden. Die ander, die net als jij een kind van God is. Per definitie gelijk aan jou. Medemens.

Altijd ook het geluk van de ander voor ogen te hebben, is soms al moeilijk als het gaat om mensen van wie je houdt. Maar wat is het lastig, onmogelijk haast, als het gaat om de onbekende naaister die je broek voor een karig loontje in elkaar heeft gezet, of die vervelende buurtgenoot die nooit rekening houdt met zijn omgeving… De mensen die je op afstand houdt, omdat ze letterlijk ver van je bed wonen, of omdat je afstand tot hen neemt, uit onmacht, irritatie, boosheid, of onverschilligheid. Hoe kun je hún geluk voor ogen houden, hun leven hooghouden?

Jezus wijst een weg

Jezus wijst in zijn Bergrede een weg om dit te doen. Om niet je handen af te trekken van dat wat je moeilijk vindt, of van mensen die je lastig vindt. Dat beknot geluk! De weg die hij wijst is verrassend. Jezus vertelt niet wat we vooral niét moeten doen, of wat we allemaal fout doen… Hij laat zien waar je kracht ligt, wat je wél kunt. Hij daagt uit om in je daden, geraakt door Gods liefde, een antwoord te geven op alles wat stuk maakt, mensen wegzet, buitensluit, of in het donker plaatst.

Dat doe je niet door te wijzen naar de ander, of oplossingen buiten jezelf te zoeken, maar door te kijken naar wat jíj kunt.

Hij laat zien waar je kracht ligt, wat je wél kunt!

Antwoord met een ander geluid, of beter nog, antwoord met daden ten leven. Laat zien dat je het leven hooghoudt. Door medemens te zijn. Door je stem te laten horen, je handen uit te strekken, je huis en hart open te stellen. Door te blijven zoeken naar geluk. Voor jezelf en de ander. Wetend dat God, jouw geluk, voor ogen heeft.

Dán, als je zo leeft, zoekend naar geluk, dan probeer je volmaakt te zijn, perfect. En dat klinkt voor ons onmogelijk. Geen mens is immers perfect. Maar het helpt mij dat je het woord dat hier gebruikt wordt, in het Grieks ‘teleios’, ook kunt vertalen als ‘voltooid’. Dan klinkt het nét even anders. Dan nodigt Jezus je uit, dáagt hij je uit, om te leven zoals God het bedoeld heeft. Dan is het niet onmogelijk, maar kún je het! Het is een uitnodiging om te leven! Voor mij betekent Matteüs 5,48: als je leeft met het geluk van jezelf en anderen voor ogen, wetend dat God jouw geluk voor ogen heeft, dan kom je tot de kern van het bestaan. Dan is het leven – misschien even – volmaakt.

Gespreksvragen:

1. Wat maakt het leven ‘volmaakt’? Kun je een voorbeeld noemen uit je eigen geschiedenis, waarin het leven ‘volmaakt’ was?
2. Zing met elkaar Lied 316. Sta na het zingen nog eens samen stil bij de tekst van Jan Wit: Welke regel spreekt je aan? Welke regel vind je confronterend?
3. Hoe past het beeld ‘Openheid’ van Eric Goede bij de tekst?

< Terug