< Terug

Wees waakzaam en blijf wakker

Naar aanleiding van een SMPR-studiedag noteert Age Kramer enkele persoonlijke gedachten en kanttekeningen bij de vraag naar of noodzaak van een proces van vergeving en verzoening in kerkelijke gemeenten na seksueel misbruik.

Op 4 april 2018 organiseerde het SMPR – Meldpunt seksueel misbruik in de kerk een studiedag onder de titel Seksueel misbruik en vergeving: niet vanzelfsprekend!? Uit het verslag van die intensieve dag citeer ik het volgende:

We hanteren allemaal een bepaalde kijk op de zaak als we ons uitspreken over de combinatie seksueel misbruik en vergeving. We vinden dat vergeving ‘moet’, dat vergeving ‘mag’, dat vergeving ‘kan!’, dat vergeving ‘nooit’ aan de orde is of zelfs helemaal ‘niet van toepassing’ is. Els Deenen (leiding werkvormen) nodigt ons uit (letterlijk) positie te kiezen en die toe te lichten.

Ik kan me nog goed herinneren dat ik bij de groep ‘kan’ ging staan. Misschien ook wel omdat ik optimistisch en naïef van karakter ben. Aan het einde van de dag werd ons gevraagd nogmaals positie te kiezen; toen koos ik voor ‘nooit’.

Ik had daar wel een toelichting bij: je dient als kerk er niet naar te streven om een proces van vergeving of verzoening op gang te brengen. Er moet een soort wonder gebeuren om de benadeelde/ het slachtoffer in de situatie te brengen dat vergeving en eventueel verzoening zinvol en heilzaam is.

Hiermee wilde ik twee dingen benadrukken: soms is het inderdaad heilzaam voor een benadeelde om te vergeven als een buitengewoon krachtige manier van loslaten; maar als het verlangen om los te laten niet heel overtuigend en diep van binnen uit komt bij de benadeelde, dan is het onmogelijk om vergeving of verzoening te bereiken.

Geen haar beter!

Intussen valt het niet mee om te accepteren dat ook de meest goedwillende mensen fouten maken. Dat wilde ik in mijn inleiding die ik op genoemde SMPR-studiedag hield aan de orde stellen. Omdat het tegen Pasen liep, nam ik een van de lezingen in de Goede Week als vertrekpunt.

Terwijl ze aanlagen voor de maaltijd, zei Jezus: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie, die met mij eet, zal mij uitleveren.’ Ze werden bedroefd en vroegen een voor een aan hem: ‘Ik ben het toch niet?’

Hij liep terug en zag dat zijn leerlingen lagen te slapen. Hij zei tegen Petrus: ‘Simon, slaap je?

Kon je niet één uur waken? Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’ Weer ging hij weg om te bidden, met dezelfde woorden als daarvoor. Toen hij weer terugkwam, lagen ze opnieuw te slapen, want hun ogen vielen steeds dicht, en ze wisten niet wat ze hem moesten antwoorden.

Vorig jaar werd mijn kerk, de Oud-Katholieke Kerk van Nederland opgeschrikt door de arrestatie van een priester op verdenking van seksueel misbruik en door een klacht wegens seksueel misbruik tegen een andere priester. Bij alle uitingen van woede, verdriet en teleurstelling trof mij één type reactie: ‘We zijn dus geen haar beter dan andere kerken!’ Wat had je dan gedacht?

De Oud-Katholieke Kerk loopt misschien wat meer in de pas met de heersende westerse cultuur van dit moment dan de grote zus, de Rooms-Katholieke Kerk. Maar maakt dat in de pas lopen het vlees minder zwak? Is dat niet wat naïef?

Het goede aan de reactie ‘We zijn dus geen haar beter dan andere kerken!’ vind ik de erkenning van het kwaad in eigen gelederen en de bereidheid om er iets aan te doen. Het risico van de reactie in deze vorm is de al dan niet oprechte verbazing. Zoals de discipelen vragen: ‘Ik ben het toch niet?’, zo vragen kennelijk heel wat kerkgangers zich af: ‘Bij ons gebeurt zoiets toch niet?’

Niet zonder gevaar

Die naïeve verbazing is niet zonder gevaar. De volgende stap is vaak een vlucht: zorg dat je aan de goede kant staat. Dus spreek in krachtige termen je afschuw uit, spoor schuldigen op, als het kan mannen met enige macht die ervan beticht kunnen worden de zaak in de doofpot te hebben willen stoppen. En blijf daarmee de illusie voeden dat je als organisatie of kerk zonder zonde kunt zijn.

Wees waakzaam en blijf wakker, zodat je te zijner tijd trots tegen Jezus kunt zeggen: Ja, u hebt ooit gezegd ‘de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak’; wij hebben het voor elkaar: bij ons is de geest sterker dan het lichaam, mind over matter, zoals we dat tegenwoordig zeggen.

Wegkijken en schaamte

Dat zie ik ook bij #MeToo. Alsof er al jaren iets lag te smeulen brak er in enkele dagen een groot vuur aan meldingen los. En enorme groep vrouwen bleek in allerlei situaties die met macht en seks te maken hadden, misbruik te hebben ondergaan.

Het goede daaraan is natuurlijk dat mannen met macht steeds duidelijker weten dat ze misschien niet zomaar wegkomen met machtsmisbruik. Het risico is opnieuw dat er een vluchtreactie op gang komt: zorg dat je aan de goede kant komt te staan; vertel dat het jou ook is overkomen.

Ik vroeg me destijds af wat er gebeurd zou zijn als er twitterberichtjes met een iets andere inhoud waren gekomen: Ja, ik heb óók meer dan eens weggekeken bij signalen, verhalen en ook bij tastbare bewijzen van seksueel misbruik. En dat #MeToo dus zou gaan betekenen: Ik heb ook wel eens weggekeken.

Maar dat is niet gebeurd, want het is makkelijker om je aan te sluiten bij de stroom benadeelden dan bij de stroom wegkijkers. En dat komt door schaamte. Zij wisten niet wat ze moesten zeggen.

Er is meer

Op de genoemde SMPR-studiedag ging het over vergeving. Vergeving kan de weg vrij maken voor een nieuw begin. Zowel voor een benadeelde als voor een dader. Als dat lukt is dat mooi. Maar ook hier zie ik een andere kant, namelijk dat onwillekeurig bij vergeving het juridische patroon wordt gevolgd: er is kwaad gebeurd, er is een benadeelde en er is een dader. Kortom: het gaat om fouten die door één of meer individuen werden gemaakt. Meer is er niet.

Maar er is natuurlijk wel meer, er is ook een gemeente. Er wordt wel gezegd dat ook de gemeente aangedaan is door het kwaad dat gebeurd is. De dader heeft vertrouwen geschonden. Dat is een klap, waar je niet makkelijk overheen komt.

Maar er is natuurlijk meer. Er zijn ook altijd wegkijkers, die zich schamen en niet weten wat ze moeten zeggen. De gemeente is niet alleen mede-slachtoffer, maar in vaak ook in zekere zin medeplichtig.

Maar toch

SMPR zet sterk in op preventie en voorlichting. Om mensen die iets zien aan een handelingsperspectief te helpen, zodat ze toch iets zeggen of iets doen. Maar we moeten ook realistisch zijn en blijven beseffen dat het makkelijker is om te leven vanuit de overtuiging dat dit soort dingen bij ons niet voorkomen – Ik ben het toch niet, Heer? – omdat we ervoor zorgen dat bij ons de geest sterker is dan het lichaam. We houden als het ware rekening met een wonder, maar kunnen daar beleidsmatig natuurlijk niet van uitgaan. Maar toch.

SMPR kiest principieel de kant van de benadeelde. Het zou me niet verbazen als SMPR – onder andere door genoemde studiedag – in het belang van de benadeelde ook een rol neemt in de begeleiding van gemeenten, zeker als er vanuit een gemeente de behoefte aan een proces van vergeving wordt geformuleerd vanuit de oprechte wil om samen verder te gaan.

Dan zal SMPR er misschien op wijzen hoe heilzaam het kan zijn om als gemeenteleden uit te spreken dat je signalen hebt gezien of gehoord, maar dat je geblokkeerd werd door schaamte en tegenstrijdige gevoelens. Dat je geest wel gewillig was, maar het vlees zwak en dat je ook nu uit schaamte niet goed weet wat je moet zeggen. En dat je dan maar iets als ‘vergeving en verzoening’ gaat mompelen.

Het wonder van vergeving mag nooit dienen om het kwaad van de dader te relativeren. Het moet initiatief van de benadeelde zijn en dient te voorkomen dat ‘het lam eenzaam de woestijn in wordt gestuurd’ als resultaat van vergeving en verzoening.

Age Kramer is pastoor in de oud-katholieke parochie in Den Helder en voorzitter van het Interkerkelijk Bestuurlijk Overleg inzake SMPR. Hij schreef deze bijdrage op persoonlijke titel. 

< Terug