< Terug

Woorden voor de toekomst

Zesde zondag van Pasen – Rogate (Joël 2:21-27, Psalmen 67, Openbaring 21:10-12.22-27 en Johannes 14:23-29)

Hier, zes zondagen na Pasen, wanneer voor velen van ons de herinnering aan de blijdschap en inspiratie van het hoogfeest wat begint te vervagen, worden ons lezingen gegeven die ons kunnen helpen het paasvuur weer wat aan te wakkeren.

We treffen Jezus en zijn discipelen aan de maaltijd, het laatste avondmaal dat ze zullen delen voor zijn dood. In het Johannesevangelie is het een gebeurtenis waar ruim de tijd voor genomen wordt. Jezus bidt en bemoedigt, vat zijn boodschap samen en bereidt zijn vrienden voor op wat komen gaat. Er is ruimte voor vraag en antwoord, voor geduldige herhaling en liefdevolle woorden die troostvol richting geven naar de toekomst.

In vertrouwen volhouden

Johannes 14:23-29 is deel van een antwoord dat Jezus geeft op een vraag van Judas (niet Iskariot): ‘Waarom zult u zich wel aan ons en niet aan de wereld bekendmaken?’ (14:22). Het is een vraag die de jonge christengemeente voor wie de evangelist schrijft, beziggehouden zal hebben. In een wereld die hun blijdschap en verwondering over het evangelie tegemoet trad met onbegrip en dreiging, worstelde ze met de aard en betekenis van de openbaring die zij ontvangen had. Sommigen begonnen de kerk te zien als een kleine groep uitverkorenen, een geheim genootschap, de wereld vreemd, halverwege tussen hemel en aarde.

Gnostieke stromingen zagen de toekomst in een zich afwenden van de wereld, met Gods toekomst niet hier, maar ergens anders. Hoewel het Johannesevangelie beïnvloed is door dit soort gedachten, zien we het hier een andere weg gaan, een andere richting wijzen. Niet afkeren, maar toewenden, niet loslaten, maar vasthouden, niet opgeven, maar in vertrouwen volhouden. Een beweging die consistent is met wat elders in de Schriften ook steeds opnieuw naar voren komt. Dat Gods redding, Gods aandacht, Gods liefde gericht is op deze aarde, deze wereld; en dat het God om een toekomst begonnen is die alle volken en de hele kosmos omspant en niet alleen een kleine, selecte groep van ingewijden.

Voor déze wereld, voor alle volken

Dat zien we terugkomen in de lezingen uit Openbaring, Joël en de psalm. Psalmen 67 spreekt, met een referentie naar de aäronitische zegen, over rijke oogst en zegen voor de hele wereld, voor alle volken, naties en landen tot het einde der aarde. In de lezing uit Openbaring is het niet de wereld die opgaat naar het nieuwe Jeruzalem, maar het nieuwe Jeruzalem dat neerkomt uit de hemel om zich op aarde te vestigen. Het is een droom van een stad die werkelijkheid wordt op aarde. Waarom? Wat betekent het voor de volgelingen van Jezus dat zij kunnen zien wat voor de wereld verborgen blijft? Wat is de bedoeling daarvan voor hen en voor de wereld, voor de toekomst? Het is een vraag die in onze tijd opnieuw aan de orde is, in een wereld waar de christelijke gemeente in de marge geraakt is en haar boodschap met onverschilligheid en vijandigheid tegemoet getreden wordt. Wat betekent het voor de kerk dat zij dingen ziet die voor anderen verborgen blijven? Wat is de bedoeling? Waar moet het heen? Ook in onze tijd zien sommigen heil in een zich afwenden, in isolatie, zichzelf te zien als een groep uitverkorenen op weg naar het hemels paradijs die geroepen is de wereld achter zich te laten.

Aan Jezus’ woorden vasthouden

De richting die het evangelie wijst, de richting die door heel de Schrift heen naar voren komt, is anders. Eerder heeft Jezus gesproken over een huis met vele kamers, nu spreekt Hij over hoe Hij en de Vader zullen komen en zich een woning zullen maken met hen die Hem liefhebben en zich aan zijn woord houden. Jezus liefhebben en zich aan zijn woorden houden, betekent elkaar liefhebben, een gemeenschap zijn getekend door respect, liefde en dienstbaarheid. Het is een belofte en een vaststelling: God is thuis en aanwezig waar mensen elkaar liefhebben en dienen in het voetspoor van Jezus. God komt thuis, Gods aanwezigheid is gegarandeerd waar dat gebeurt, hier en nu, in deze wereld. De werkelijkheid die Openbaring in zulke prachtige beelden schildert, begint waar mensen Jezus’ woorden in praktijk brengen en gestalte geven. Daar gaan de deuren open, stroomt heelheid en genezing door de straten, groeit het Koninkrijk en glanst gerechtigheid en vrede je tegemoet.

Met hulp van de Geest: vrede

Jezus belooft aanwezigheid, van God en Hemzelf, in de wereld, voor de wereld. Hij kondigt de komst aan van een pleitbezorger die als gids en helper het begrip van de leerlingen zal verdiepen en hun enthousiasme zal blijven aanwakkeren na Jezus’ dood, en door de eeuwen zal blijven morrelen en onrustige dromen zaaien zoals die in het boek Openbaring tot ons komen. Die herinneringen wakker zal houden aan Hem die het Koninkrijk in ons midden geleefd heeft. Na de opstanding begroet Jezus zijn leerlingen met de vredegroet – het Griekse eirènè, het Hebreeuwse sjalom – die van een vrede spreekt die dieper en verder gaat dan afwezigheid van conflict. Hemelse vrede, goddelijke vrede. Hier, aan de vooravond van Jezus’ lijden en sterven, valt dat woord vrede voor het eerst in het Evangelie (14:27). Een belofte en een gift. Een gift aan hen die Jezus liefhebben en zijn woord houden. Een gift aan hen die voor God een woning maken, een gemeenschap creëren waar God zich thuis voelt, een gift aan hen die zich door de heilige Geest laten leiden en het oog houden op de wereld, op een toekomst zoals Openbaring die schildert, op een hemels Jeruzalem dat neerdaalt in hun midden om zich uit te breiden tot de einden der aarde, en een zegen te zijn voor alle naties, landen en volken.

Deze exegese is opgesteld door Anneke Oppewal.

< Terug