< Terug

Zin in tbs?

Sommigen veronderstellen dat zingeving in tbs eigenlijk niet mogelijk is (Spronken 2015). Mijn verkennende onderzoek onder patiënten met een licht verstandelijke beperking (lvb) leert dat die wel degelijk perspectief zoeken en dat het goed zou zijn om met tbs’ers regelmatig te reflecteren op zingeving in tbs.

Inleiding

Mensen in tbs zijn op enig moment vastgelopen in het leven (Verheijen 2019). Zij hebben een ernstig misdrijf gepleegd en vormen een bedreiging voor de veiligheid in de samenleving (Van Nieuwenhuizen 2011, 78-85, 123). Voor patiënten in tbs is het vaak erg onzeker wat hen boven het hoofd hangt; velen beklagen zich over de ‘zinloosheid’ van tbs en hun behandeling. Zingeving duidt op het meer actieve, informele en individuele aspect van het proces waarmee mensen hun leven ordenen (VGVZ 2015). In de maatschappelijke opvang is zingeving een onderbelichte dimensie (Akkermans 2010). Bij zo’n extreme ontwikkeling als tbs dringt zich ook de vraag op in hoeverre er sprake is van zingeving of meer van een overlevingsstrategie (Van Eijk 2013, 32-33).

De onderzoeksvraag luidde: ‘Welke betekenis geven bepaalde lvb-patiënten aan hun verblijf in tbs gelet op aspecten van bezinning, behandeling en bejegening en hoe interacteren zij daarbij met andere patiënten?’

Datum: 30 maart 2020
Masterscriptie: Geestelijke verzorging, Radboud Universiteit Nijmegen
Student: Kees de Bruijn
Onderzoek: Zin in tbs? Een afstudeeronderzoek naar zingeving in tbs onder patiënten van de lvb-afdeling Onyx
Begeleider: Prof.dr. Hans Schilderman

De deelnemers hebben behalve een lvb de dubbele diagnose van een beperkt sociaal aanpassingsvermogen of een persoonlijkheidsstoornis. Zij verblijven op twee onderscheiden lvb-(sub) afdelingen in FPC De Kijvelanden: Onyx 1 voor personen die vooral negatief en antisociaal van aard zijn en Onyx 2 voor mensen met psychotische en autistiforme stoornissen.

Onderzoeksmethode

Na toestemming van de Commissie Wetenschappelijk Onderzoek van Fivoor zijn de deelnemers gerekruteerd op basis van vrijwillige inschrijving en doelgericht gekozen met behulp van stafleden (purposive sampling). Het veldprotocol is in overleg met de behandelaars en de staf afgestemd op de doelpopulatie en hun ziektebeeld. De respondenten betreffen vijf lvb-patiënten van Onyx 1 en zes van Onyx 2; mannen, variërend in de leeftijd van 23 tot 51 jaar en met een verblijf in tbs tussen de 1,5 en 22 jaar.

Met elke patiënt zijn drie gesprekken gevoerd over wat zij zelf belangrijk vinden in hun behandeling, de bejegening en in hun eigen tijd. Bij deze semigestructureerde interviews is gebruikgemaakt van een set pictogrammen, passend bij de gespreksthema’s. Achtereenvolgens is besproken: wat de interventie van tbs voor de respondent betekent, hoe de invloed is van zijn omgeving en van contacten, en de bezinning van respondenten.

De gesprekken hebben steeds met ongeveer een week tussentijd plaatsgevonden. Alle interviews zijn opgenomen, getranscribeerd en kwalitatief geanalyseerd met het softwareprogramma Atlas.ti (Atlas.ti 2019). Via selectieve codering zijn verbanden tussen verschillende themaclusters en netwerken van codes aangebracht. Het is helaas niet mogelijk gebleken een staflid te betrekken bij het analyseproces. Hierna worden de resultaten kort beschreven met de hoofdthema’s: achtergronden, attituden in tbs, praktische wijsheid en geloven.

Onderzoeksresultaten

Eerste gespreksronde

De patiënten beseffen dat achtergrondfactoren een belangrijke indicator zijn voor de manier waarop men het leven ordent. Men wijst op cultuurverschillen (‘een andere manier van praten’), het opgroeimilieu (‘full contact gewoon op het gezicht sparren’) en specifieke gebeurtenissen in het verleden (‘psychotisch geweest na cocaïnegebruik’).

De deelnemers zijn kritisch over de impact van tbs. De meeste willen zo snel mogelijk weer terug naar de samenleving. ‘Het duurt veel te lang’ is een vaak gehoord commentaar. Het is voor alle respondenten een zware moeilijke periode, voor sommigen met veel demoralisatie of desoriëntatie. Een respondent van Onyx 2 is ronduit negatief over de gedwongen medicatie:

‘Ik noem het toch een psychische marteling.’

Allen onderkennen ook positieve elementen. Uit de gesprekken blijkt dat de respondenten doelgericht met zichzelf aan de slag willen zijn. Hun waardering van de (therapeutische) behandeling is samen te vatten als een proces van leren, inslijpen en willen oefenen in de praktijk van de samenleving. Zo vertelt een respondent klaar te zijn voor het beschermd wonen:

‘Drugsmodule, risicotaxatie staan allemaal op laag nu. (…) Ze hebben een signaleringsplan gemaakt wat ik moet doen als ik straks daarin uitglijd.’

Tweede gespreksronde

In de tweede serie gesprekken over de bejegening, komen meer onderlinge verschillen aan het licht. De staf van Onyx 1 heeft per definitie te maken met een minder sociaal type lvb-patiënten dan op Onyx 2. Iemand legt uit hoe het een keer mis ging:

‘Ik was mijn therapeut kwijt, ik was mijn coach kwijt … (…) Ik had allerlei gezeik aan mijn kop in een keer.’

De therapeuten, stafleden en coaches blijken erg belangrijke mensen voor deze respondenten. Iemand van Onyx 2:

‘Als je ergens mee zit, loop je even naar de staf toe en dan uit je je gevoel.’

Ook het ‘bezoek van buiten’ blijkt een belangrijke motivator bij het leven en verblijf in tbs.

Derde gespreksronde

In de derde gespreksronde blijkt de eigen tijd van de respondenten belangrijk voor zelfzorg, het huishouden, reflectie op hun therapie en geloofsbeleving. De meeste respondenten willen bewust niet denken aan het delict waarvoor men veroordeeld is. Een respondent gebruikt zijn privétijd om te schrijven:

‘Ik schrijf sommige dingen zoals wij praten, dingen dat ik meemaak of doet.’

Een andere respondent vindt het leuk om dingen te kunnen kopen of om te spelen met zijn Playstation:

‘Dat geeft wel een soort vrijheid eigenlijk.’

De veelal positieve uitspraken bij deze respondenten in relatie tot hun behandeling, contacten en eigen tijd geven blijk van een motivationeel concept van tbs. De gedwongen aanpassing in de cultuur van tbs ontwikkelt bij de respondenten ook een praktische wijsheid om bepaalde doelen na te streven of wat daarvoor nodig is. Dit wordt kennelijk geboren uit het nolens volens volgen van regels, het omgaan met elkaar, vertrouwen in de therapie en de wil om te overleven. Regelmatig geven respondenten met metaforen blijk, hoe ze in bepaalde situaties moeten (gaan) reageren. Zo zal een respondent tegen iemand die door rood wil rijden gaan zeggen:

‘Dat moet je niet doen! Stoppen! Stop eerst en laat me uitstappen en daarna ga jij door rood rijden en ik loop de kruispunt voorbij en wacht op mij daar, dan gaan we verder.’

Een ander stelt:

‘Voor die verlof te krijgen moet ik eerst drie bergen van de Himalaya over fietsen. Ha, wat ik nooit bereik.’

In de dynamiek van leren en overleven wordt ook een spirituele dimensie van de respondenten geraakt. Van hen blijkt 81% gelovig. Een respondent schetst bijvoorbeeld dat hij allang zelfmoord gepleegd zou hebben als hij zijn geloof en bezoek niet had. Een ander vertelt:

‘God is bezig met mij. Ik ben niet alleen op de wereld dus God heb meer de klanten, maar ik moet ook die Man geduld geven hè?’

Ondanks stevige kritieken zijn deze respondenten erg doelgericht bezig; zij geven betekenis aan hun tbs. Met betrekking tot de behandeling vinden zij verlof, therapie en werken meest betekenisvol. De top drie van de belangrijkste contacten is: bezoek, coach en therapeut. En in ‘eigen tijd’ zijn zelfzorg, huishouden en religie het belangrijkste.

Discussie

Tbs is te duiden als een periode van lijden, leren en overleven. De respondenten weten in deze omgeving een bepaalde houding te vormen door een waarnemende, besluitende en doelstellende functie in hun geest. Zingeving is hierin de verbindende factor. Hoewel er in de meeste gevallen geen perspectief is op een (voorwaardelijke) invrijheidsstelling, is dit zingevingsperspectief herkenbaar vanuit het ‘intentioneel houdingsmodel’ van interpretatie (Schilderman 2020). Zo weet een personage intenties te ontwikkelen, op basis van de situatie die hij waarneemt, interpreteert en besluitend in zijn leven gaat ordenen. Analoog weten deze respondenten in te schatten wat echt belangrijk is om hun leven in tbs betekenis te geven.

Uit de positieve uitspraken van de respondenten zijn kenmerken van zingeving in tbs te koppelen aan de vier dimensies die onderscheiden worden bij definiëring van geestelijke verzorging (VGVZ 2015):

  • voor de existentiële dimensie zijn dat persoonlijke groei, ondersteuning en verzorging;
  • voor de esthetische dimensie een passende behandelvorm, een ontspannen en een veilige omgang;
  • voor de ethische dimensie een goed behandelplan, een constructieve houding van anderen en respect;
  • en de spirituele dimensie wordt geraakt met geloofsvertrouwen, empathie en privacy.

Een mooie gedachte is om met deze aspecten zoveel mogelijk een dimensionaal evenwicht in de behandeling, begeleiding en beveiliging in tbs te blijven nastreven.

De lange weg terug naar de maatschappij kan prima ruimte bieden om met de patiënten in gesprek te zijn over zingeving. Eigenlijk zou de vraag naar zingeving onder tbs-gestelden vooraf moeten gaan aan de behandeling. Een suggestie is om presentie vaker als kenmerk van zingeving in te zetten. Gesprekken over zingeving kunnen immers het algemeen welzijn bevorderen (Hessel 2019). Een andere suggestie is om de gebruikte topics breder in te zetten, bijvoorbeeld als diagnostische (zelf)test of in gamevorm. De bij deze verkenning gehanteerde methode heeft zingeving in tbs in kaart weten te brengen en is door de respondenten goed gewaardeerd. Een laatste suggestie is een meer zorgend omzien bij re-integratie. Onlangs is in de media rondom een roofmoord door twee ex-tbs’ers op een derde ex-tbs’er weer eens uitvergroot hoe het juist dan nog mis kan gaan. Een langere verplichte periode van begeleid wonen lijkt verstandiger dan een lange(re) periode van préklinische detentie.

Deze kwalitatieve verkenning laat ten slotte nog een gezamenlijk belang zien. Zorgverleners in tbs vinden de patiënten het belangrijkste, terwijl voor deze lvb-patiënten de zorgverleners en therapie onmisbaar blijken om in hun leven de juiste weg te vinden. Weliswaar kent de praktijk nog flinke personele dilemma’s en de woorden van dichter/schrijver Ingmar Heytze bij het Fivoor-congres klinken wijs: ‘Vergeet de gids niet’ (Heytze 2019).

Kees (C.J.) de Bruijn MA is geestelijk verzorger. Hij rondde eerder de hbo-theologiestudie Godsdienst Pastoraal Werk af aan de Christelijke Hogeschool Ede, naast zijn baan als adviseur omgevingsmanagement bij Rijkswaterstaat.

Literatuur

Akkermans, C., & Van Leeuwen-den Dekker, P. (2010). Zingeving als onderbelichte dimensie in de maatschappelijke opvang. Utrecht: Movisie.

Atlas.ti (2019). Patentnr. Atlas.ti 8, Scientific Software Development.GmbH Berlin, Germany, 1993-2019 ATLAS. ti (version 8.4.24). (Campus License – org key: 532) June 17, 2019.

Eijk, R. van (2013). Menselijke waardigheid tijdens detentie: een onderzoek naar de taak van de justitiepastor. Oisterwijk: Wolf Legal Publishers.

Hessel (2019). Pastoraat en geestelijke verzorging in de gevangenis. Geraadpleegd op 25 februari 2020, via www.mensensamenleving.info.nl: https://mens-ensamenleving.infonu.nl/sociaal/34215-pastoraat-en-geestelijke-verzorging-in-de-gevangenis.html

Heytze, I. (2019). Verder Kijken Verder Komen – Gedichten. Geraadpleegd op 25 februari 2020, via www.sympopna. nl: https://www.sympopna.nl/vkvk-presentatie

Nieuwenhuizen, Ch. van, Bogaerts, S., Ruijter, E.A.W. de, Bongers, I.L., Coppens, M., & Meijers, R.A.A.C. (2011). Tbs-behandeling geprofileerd. Een gestructureerde casussenanalyse. Den Haag: WODC Ministerie van Veiligheid en Justitie/GGzE.

Schilderman, J.B.A.M. (2020). Meaning in action. f.c. Spronken, T. (2015). De rest van je leven. Geraadpleegd op 29 februari 2020, via www.njb.nl: https://www.njb.nl/blog/de-rest-van-je-leven.14779.lynkx

Verheijen, E. (2019). Ik ben toch niet gek? Hoe houd ik het hier in godsnaam uit? Pastorale Verkenningen, jaargang 14, no.2, juli 2019, 22-30.

VGVZ (2015). Beroepsstandaard geestelijk verzorger. VGVZ.

< Terug