< Terug

Zinloze samenwerking

Al decennia zijn ‘fusie’ en ‘samenwerking’ richtinggevende woorden in kerkelijk Nederland. Of het nu gaat over parochies of kerkelijk gemeenten: er moet worden samengewerkt met andere wijkgemeenten en er moet worden gefuseerd met buurtparochies. Zo hoopt men het kerkelijk getij te keren of de crisis te overleven in afwachting van betere tijden.

Natuurlijk ziet het er na een fusie vaak goed uit. Ineens zijn er veel meer vrijwilligers, zijn er meerdere koren beschikbaar en komen er veel meer bezoekers naar de vieringen. Maar zijn het er echt meer? Of lijkt het meer omdat ze nu bij elkaar zitten?

Waarom lopen kerken leeg? Waarom haken mensen af? Wat is de reden dat mensen zich niet (meer) thuis voelen? Deze vragen zijn in samenwerkingsprocessen zelden aan de orde. De vraag naar de inhoud en de vormgeving blijft buiten schot. Alleen de gebouwen, besturen, werkgroepen en pastores worden bij elkaar geveegd. En dus is dan de vraag, hoe lang het ‘meer’ duurt. Want als er uiteindelijk geen nieuwe mensen bijkomen, als pastoraat zich niet blijft vernieuwen, wanneer liturgie niet opnieuw inspirerend wordt en wanneer de doelgroep de reeds bestaande groep blijft, dan is het wachten op de volgende fusie. Dan is fusie uitstel van executie in plaats van een nieuw begin van inhoudelijke vernieuwing.

Te vaak is er bij een fusie en samenwerking sprake van een samenvoeging, die vervolgens hetzelfde te bieden heeft maar dan op grotere schaal. De vraag hierbij is, waarom veel mensen zich niet thuis voelen bij het aanbod en bij de activiteiten van de afzonderlijke gemeenschappen. Zouden ze zich wel thuis voelen bij datzelfde aanbod op een gezamenlijke plek?

< Terug