< Terug

Zo spreekt de Eeuwige

Een ware profeet spreekt het woord van God. Maar hoe kun je weten of God het is die door jou of door iemand anders spreekt?
Aarnoud van der Deijl is predikant van de oecumenische gemeente De Ark (onderdeel van de Protestantse Gemeente Hoofddorp).

Een rabbijns verhaal vertelt van een leerling die zijn stervende meester meedeelde dat God hem via een engel te kennen had gegeven dat hij de rabbi na zijn dood moest opvolgen. De rabbi hoorde het minzaam aan, maar toen de leerling een paar dagen later vertelde dat hij de engel weer had gezien, zei de oude man: ‘Zou je die engel willen vragen of hij de volgende keer ook aan mij wil verschijnen? Want ik ben nog niet geheel overtuigd.’

DISCUSSIE

In de oudheid was het bij de volkeren rondom Israël wel duidelijk wie er namens ‘God’ sprak. De Egyptische farao en de Assyrische koning waren zelf goddelijk of op zijn minst de plaatsvervanger van de goden. Hun woorden waren altijd goddelijk. Geen discussie mogelijk. Als burger ging je voor je misoogsten, kiespijn, vervelende buren of andere problemen natuurlijk niet naar de koning, maar naar een priester. Die keek voor jou in de sterren of in de lever van een offerschaap en kon daaruit trefzeker de wil van de goden aflezen. In Israël ging het anders. Daar kon opeens een vrouw als Debora door God worden geroepen om het volk te leiden. Elisa werd vanachter zijn ploegende ossen vandaan geplukt en Amos vanuit zijn moerbeiboomgaard om Gods woord te spreken. Daar kwam geen koninklijke stamboom of theologische opleiding aan te pas. Integendeel: profeten als Natan, Elia en Jeremia spraken bij voorkeur hun koning tegen. Men vond het goed dat er een oppositie bestond en dat mensen kritisch waren. In Israël was discussie juist altijd mogelijk. De Talmoed, het grote rabbijnse commentaar op de Tora uit de eerste eeuwen, is een en al discussie waarin zelfs de minderheidsstandpunten werden genotuleerd.

De God van Israël kan dus door de mond van ieder mens spreken, niet alleen door die van koningen en priesters. In het Bijbelboek Deuteronomium zegt Mozes: ‘Dit woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengen.’ In de joodse traditie leidt men uit dit vers af dat er geen goddelijke woorden bestaan die losstaan van de persoon die ze uitspreekt. Gods woorden gaan altijd door jou of een ander heen, door jouw mond en jouw hart. Iemand die meent namens God te spreken, zou er altijd ‘volgens mij’ bij moeten zeggen. Ook hier zal altijd discussie mogelijk blijven. Gods spreken is meestal het begin en juist niet het laatste woord van een gesprek.

LIEVER NIET

Er is één specifieke aanwijzing voor de echtheid van een profeet. Het is opvallend dat bij veel profeten hun boodschap heel vaak in eigen vlees snijdt. Ze staan ook meestal helemaal niet te juichen, als God hen tot zijn spreekbuis maakt. ‘Zend liever een ander’ is wat mensen als Mozes en Jeremia aan God vragen bij hun roeping. Jona doet dat niet, maar neemt aan het begin van zijn nieuwe betrekking wel meteen ongevraagd al zijn vakantiedagen op voor een cruise naar Spanje. Geroepen worden om Gods woord te spreken is zelden leuk. Dit gegeven maakt dat ik in Mandela eerder een profeet herken dan in de Amerikaanse tv-dominees volgens wie het Gods wil is dat ik royaal doneer op hun bankrekening. De grootste profeten, zegt de joodse traditie, zijn zij die worden gedreven door liefde voor God en door liefde voor het volk. Dat vind ik mooi: als je woorden en daden zijn ingegeven door liefde voor God en door liefde voor de medemens, is de kans aanwezig dat de Eeuwige door jou spreekt.

< Terug