Menu

None

Blijven of terugkeren?

‘Ook in tijden van crisis zoals de Covid-19-pandemie blijven zendingswerkers op hun post om de wederkerigheid tussen zendende en ontvangende organisatie te garanderen.’ Arco de Leede en Ruben Hadders van Interserve en Jan Ouwehand van zendingsorganisatie GZB reageren op deze stelling.

‘Wij gaan niet – help ons blijven’

Eind maart stuurden we een e-mail naar al onze partners – we spreken eigenlijk niet over zendingswerkers[1] – met de oproep: ‘Mocht je voor of met de zomer in Nederland willen zijn, dan moet je dat nú regelen.’

We hielden er ernstig rekening mee dat het tot de zomer – en misschien zelfs langer – niet mogelijk zou zijn om terug te vliegen naar Nederland. En dan is de afstand opeens heel groot, veel groter dan de ‘anderhalvemetersamenleving’ waar wij nu mee moeten omgaan. Zo ver weg van vrienden en familie, van goede gezondheidszorg: er zijn genoeg redenen te bedenken voor onze partners om in Nederland te willen zijn gedurende deze onzekere tijd. Maar de keuze hebben wij aan hen gelaten.

Op hun post

Voor ons in Nederland is het een nieuw fenomeen, zo’n lockdown. De typisch Nederlandse toevoeging ‘intelligent’ doet weinig af aan het feit dat alles anders gaat dan normaal en mensen veel onzekerheid ervaren. Maar sommigen van onze partners hebben al vaker met een lockdown te maken gehad, zonder te weten hoe lang deze zou gaan duren. Hoe dan ook, zij hebben al veel langer te maken met het ‘nieuwe normaal’. Zij werken in gebieden in Azië en het Midden-Oosten die vaak gesloten zijn voor het evangelie en waar zij bijna dagelijks te maken hebben met gevaren en onzekerheid. Toch is dat juist de reden dat onze partners ‘op hun post’ zijn gebleven: omdat zij zich geroepen weten om te leven en te werken met mensen die vaak nog nooit een christen hebben ontmoet. Om een levende brief te zijn van Hem, die ‘Immanuël’ genoemd wordt: ‘God met ons’. Om onder de mensen te wonen – in navolging van Christus die afstand nam van zijn hemelse woonplaats en veiligheid en dienstbaar werd ‘tot in de dood – de dood aan het kruis’ (Filipp. 2).

Juist in crisistijd komt het eropaan

Ja, dat is nogal een keuze. Maar het is wel het grote verhaal in de Bijbel: om de ander te ontmoeten en lief te hebben. De vraag is in hoeverre we bereid zijn om hiervoor ongemakken en zelfs lijden te accepteren. Vraag het onze partners en zij zullen waarschijnlijk, geheel in oosterse traditie, reageren met een wedervraag: welk signaal zouden wij afgeven als we weggaan nu het moeilijk wordt? Dit is een moment suprême, juist in crisistijd komt het eropaan: door te blijven laten zij zien één te willen zijn met de lokale bevolking. Het zit in het DNA van onze partners. Zelfs als grote zendings- en hulpverleningsorganisaties vertrekken, kan het zijn dat zij besluiten om te blijven. Daarin volgen zij misschien niet altijd het advies van de overheid, maar wel de richtlijnen van hun Koning. Die riep mensen weliswaar uit deze duistere wereld, maar wel om in deze wereld een baken van hoop en licht te zijn. Dat is waar onze partners naar kijken: zolang zij in contact kunnen zijn met mensen, met de lokale bevolking, blijven zij.

Gezamenlijk verantwoordelijk

Makkelijk is dat allerminst. Ook omdat de steun voor hun werk steeds verder afneemt en kerken in Nederland zich steeds meer zijn gaan focussen op lokaal werk. Dat proces is al jarenlang gaande, maar wordt door de coronacrisis versterkt. De ‘Grote Opdracht’ lijkt gedelegeerd aan zendingsorganisaties en wordt door steeds minder kerken ervaren als een eigen verantwoordelijkheid. Steeds meer partners zien zich genoodzaakt zelf zorg te dragen voor hun ‘uitzending’, bij gebrek aan een zendende gemeente.

Daarom hebben wij de afgelopen maanden namens onze partners een campagne gevoerd met de simpele boodschap: ‘Wij gaan niet – help ons blijven.’ En vorig jaar waren wij één van de initiatiefnemers van de campagne #nochoice. Eigenlijk is het niet alleen een oproep namens de partners, maar ook namens de jonge en kwetsbare kerk in Azië en het Midden-Oosten.

In het belang van de wereldwijde kerk

In deze gebieden leven zo’n drie miljard mensen (!) van wie de meesten nog nooit een christen hebben ontmoet. Weet u hoeveel buitenlandse christenen, uit de gehele wereld, hier als zendingswerker actief zijn? Als we de statistieken van onder andere The Traveling Team mogen geloven: zo’n 30.000[2] . Zouden wij hen allemaal bijeenbrengen voor een internationale conferentie, dan zouden wij aan het stadion van FC Zwolle al genoeg hebben. Ja, u leest het goed: 30.000 zendingswerkers op circa 40 procent van de wereldbevolking! Het laat wel zien waar de westerse kerk haar prioriteiten heeft. Ook daarom blijven onze partners op hun post. In het belang van de wereldwijde kerk. Zending is al lang niet meer ‘from the West to rest’, maar ‘from anywhere to anywhere’. Een grote zegen, maar ook een grote, gezamenlijke verantwoordelijkheid. Niet van zendingsorganisaties, maar van lokale kerken in internationale verbondenheid. Eén die vraagt om een herbezinning op de roeping en het wezen van de kerk.

Arco de Leede & Ruben Hadders zijn respectievelijk als directeur en communicatiemedewerker verbonden aan Interserve, een internationale organisatie die al meer dan 165 jaar actief is in Azië en het Midden-Oosten en christenprofessionals ondersteunt om werkzaam te zijn onder mensen van andere geloven en culturen.

Noten

[1] In de landen waar Interserve werkzaam is, wordt een westerse zendeling niet zelden gezien als minder dan een prostituee. Bovendien wekt de term ‘zendingswerker’ de indruk dat het een specialisatie betreft waartoe slechts enkele christenen geroepen zouden zijn. Binnen Interserve geloven wij dat elke christen geroepen is om te getuigen. Onze partners zijn simpelweg professionals (leraren, ICT’ers, ondernemers, etc.) die ervoor hebben gekozen om als christen te leven met mensen van andere geloven en culturen, in Azië en het Midden-Oosten.
[2] www.thetravelingteam.org/stats

Terugkeer zendingswerkers heeft weinig effect op partnerrelaties met kerken elders

Bij de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) keerden sommigen van onze zendingswerkers terug naar Nederland tijdens de coronacrisis, terwijl anderen op hun werkplek bleven. Ik licht graag toe wat onze afwegingen hierbij waren en ik kijk ook naar de mogelijke effecten hiervan op onze relatie met kerken elders in de wereld.

Afwegingen in real time

Ook wij zagen de coronacrisis niet aankomen en we moesten als organisatie snel handelen met de informatie die we op dat moment hadden. In eerste instantie dachten we dat al onze werkers op hun post zouden blijven. Het advies luidde dat blijven goed mogelijk was als er geen medische noodzaak is en je lokaal jezelf kunt beschermen. Tegelijkertijd was er in die allereerste fase de mogelijkheid voor werkers om naar Nederland te komen als de situatie op hun woonplek uit de hand zou lopen.

Toch naar Nederland

Iets later gingen we toch wat anders kijken naar dat eerste advies. We namen van een andere organisatie drie nuttige vragen over:

1. Wat zijn de medische risico’s in het uitzendland?
2. Is er daar een dreiging van sociale onrust? Misschien ook nog gericht op buitenlanders als dragers van het virus?
3. Hoe gaan onze werkers om met een lockdown-situatie? Hebben ze een lokaal netwerk en kunnen ze het psychisch aan?

Met deze vragen hebben we elke uitzendlocatie van onze werkers tegen het licht gehouden en daar conclusies uit getrokken. Ons bestuur kwam toen met een advies voor de uitgezonden werkers om naar Nederland terug te keren. Dit was echter geen verplichting, tenzij het veiligheidsteam anders besloot in een concrete situatie. Het resultaat was dat de meesten van onze zendingswerkers bleven en een kleiner aantal terugkeerde naar Nederland. Een aantal had wel terug willen komen naar Nederland, maar dat was niet langer mogelijk omdat er geen vluchten meer waren.

Veilige werkomgeving

Een belangrijke factor hierbij is dat wij als GZB niet alleen een morele zorgplicht hebben voor onze werkers, maar ook een juridische, omdat wij een directe arbeidsrelatie hebben met onze uitgezonden werkers. Wij moeten mensen een veilige en gezonde werkomgeving bieden. In ieder geval moeten we er alles aan doen om dat mogelijk te maken. Voor ons bestuur woog dit zwaar mee in het advies om terug te komen naar Nederland. En daarom hebben we een aantal zendingswerkers die in een risicogroep vielen (vanwege leeftijd of gezondheid) verplicht om naar Nederland terug te komen.

Lokaal present zijn

Wat betekent dit nu voor de relatie met onze partnerkerken en -organisaties? Het is nog wat vroeg om dat goed te zien, omdat de coronasituatie nog voortduurt. De kracht van onze organisatie is dat we vaak lokaal present zijn met onze uitgezonden werkers. Juist in een tijd van crisis is het mooi om er dan te zijn. En je moet als werker ook niet als eerste weg zien te komen als er tegenslag is. Tegelijkertijd wil ik dit ook weer niet te groot maken. Als er een strenge lockdown is, ben je als zendingswerker ook niet echt van waarde voor de partner en dan kun je die tijd net zo goed in Nederland afwachten. Daarom was ook de vraag of werkers nog lokaal kunnen werken belangrijk bij de beslissing om wel of niet naar Nederland te komen. Als je je werk niet meer kunt doen en als je lokale netwerk niet zo groot is, dan ben je als werker niet echt meer betekenisvol aanwezig en dan is het ook moeilijk om zo’n situatie lang vol te houden.

Daarnaast hebben we ook mooie voorbeelden gezien van werkers die wel iets konden betekenen tijdens de lockdown, door bijvoorbeeld voedselpakketten uit te delen. Dat is dan weer een prachtig getuigenis van je aanwezigheid.

Langetermijneffect

Ik denk niet dat onze partnerrelaties negatief worden beïnvloed door deze situatie. Ik kan me natuurlijk vergissen, maar ik voorzie dat in ieder geval niet. Onze partners zien het waarschijnlijk niet als een geweldig offer als onze werkers zijn gebleven. Ze weten dat wij toegang hebben tot beschermingsmiddelen en betere gezondheidszorg. Volgens mij zal dit onze relatie niet echt negatief of positief beïnvloeden.

Voor de langere termijn zou het wel kunnen zijn dat onze mogelijkheden voor uitzenden kleiner gaan worden. Het zou goed kunnen dat overheden corona gaan gebruiken om visa voor buitenlanders te verminderen en meer eisen te stellen aan zendingswerkers. Via die omweg kan het wel invloed hebben op de partnerrelatie. En dan is de vraag: hoe ben je partner zonder dat je present bent? Het reizen komt waarschijnlijk ook meer ter discussie te staan. Digitale middelen worden belangrijker in het onderhouden van partnerrelaties en dat betekent dat we zullen moeten veranderen in de manier waarop we dingen doen.

Jan Ouwehand was van februari 2010 tot september 2020 directeur van de Gereformeerde Zendingsbond (GZB).

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken