< Terug

Autonoom katholiek?

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Thomas Quartier, die reflecteert op katholiciteit en autonomie.

Thomas Quartier

(foto: Dick Maes Broekema)

“Voor mij gaat de katholieke levenshouding altijd vooraf aan je positie binnen het rooms-katholieke instituut.”

Naar aanleiding van het recente onderzoek dat door Nederlandse kranten onder leden en ex-leden van de rooms-katholieke kerk werd gedaan, schreef ik een opiniestuk waar ik veel reacties op kreeg. Mijn pleidooi: katholiek zijn, kun je alleen maar autonoom. Het staat voor een levenshouding die juist verschil in mening mogelijk maakt. Terecht de vraag: wat bedoel ik met die houding en die autonomie?

Autonomie

Voor mij als monnik is het eerlijk gezegd nooit een vraag geweest of ik katholiek ben of niet. Dat heeft praktische redenen – als lid van de Benedictijnerorde ben je lid zijn van de rooms-katholieke kerk – maar het heeft ook met de basis van de religieuze zoektocht te maken die voor mij tot levensinhoud is geworden. Dat is een autonome weg. Want hoe zou ik autonoom kunnen zijn als ik geen identiteit zou hebben die aan de vraag waar ik het mee eens ben en waarmee niet, voorafgaat.

Ik houd het vol door mijn eigen verantwoordelijkheid zo serieus mogelijk te nemen en tegelijker daardoor mijn identiteit niet in twijfel te trekken

Bij autonomie hoort voor mij een roeping. Je plaatst je binnen een groter geheel waar je niet zomaar voor gekozen hebt, maar waar je thuishoort. Een heteronome ervaring, als je wilt. Maar pas van daaruit is een autonoom antwoord op die roeping mogelijk dat wel degelijk af kan wijken van wat in dat grote geheel en vogue of verplicht is.

Ik heb moeite met veel organisatieprincipes en misstanden in de rooms-katholieke kerk en zou dat ook niet onder stoelen en banken steken. Vaak wordt ik als theoloog gevraagd hoe ik daarmee omga, hoe ik dat vol kan houden. Welnu, door mijn eigen verantwoordelijkheid zo serieus mogelijk te nemen en tegelijk daardoor mijn identiteit niet in twijfel te trekken. Ik realiseer me dat zo’n onderscheid al een behoorlijke mate aan ‘katholiciteit’ vraagt en dat niet iedereen daarin mee zal kunnen. Mij geeft het ruimte, al schuurt het aan de grenzen die een vaak onbeweeglijk instituut stelt.

Monastiek

In het klein maak ik dat iedere dag mee. De microkosmos van het klooster wordt soms door impliciete en expliciete wetmatigheden bepaald die ik in de huidige westerse samenleving niet verantwoord vindt. Nog duidelijker dan in een breder kerkelijk verband gaat het in een klooster echter om een leefgemeenschap waarin veronderstelt wordt dat je dezelfde roeping volgt. Dat kan tot menig meningsverschil en conflict leiden.

Wanneer je een enquête zoals die onder Nederlandse rooms-katholieken, in een kloostergemeenschap zou afnemen, zou je heel verschillende antwoorden op centrale vragen krijgen. Dat kan een verrijking zijn en soms evengoed tot serieuze problemen en onevenredige verhoudingen leiden. Sommigen komen dan tot de conclusie niet in het klooster te kunnen blijven, en vaak vindt ik dat een begrijpelijke en verantwoorde keuze. Anderen blijven.

Het is een illusie om aan te nemen dat je alle leidraden in je leven uitsluitend uit jezelf kunt halen

Het is te simpel te zeggen dat die laatsten geen autonome keuze maken. Ze kiezen vaak evengoed voor hun principes die wellicht niet anders zijn dan die van hen die gaan. Voor hen geeft echter de doorslag dat hun blijven niet afhangt van opvattingen of teleurstellingen. Ze willen hun weg vinden binnen de levenshouding waar ze zich toe geroepen voelen. Mijn ervaring is dat dat alleen maar mogelijk is wanneer je stevig in je schoenen staat en jezelf kunt blijven. Zonder een eigen invulling gaat het niet.

Grenzen

Toch moet je ook vragen stellen bij deze keuze, en ik heb die de afgelopen dagen ook weer in veel reacties op mijn opiniestuk gekregen. Een daarvan is: waarom zou je je in een keurslijf persen waar je het op menig punt mee oneens bent? Naar mijn ervaring is het katholiek zijn – het deel uitmaken van een universeel geheel – geen keurslijf. Het is een ultiem perspectief dat je juist vrijheid geeft. Je kunt grenzen alleen maar verkennen en wellicht een beetje verleggen als je ze hebt. Het is een illusie om aan te nemen dat je alle leidraden in je leven uitsluitend uit jezelf kunt halen.

Toch kan er op een gegeven moment een punt komen waarop je zegt dat de grens die het ‘katholieke’ zoals het concreet in je kloostergemeenschap of in je kerkelijke omgeving gestalte krijgt, dichtgetimmerd is. Er kunnen dingen zijn die zo haaks op je overtuigingen staan dat je moet zeggen: ”Hier sta ik en ik kan niet anders!“ Dan ga je weg, je zoekt een andere weg, je verlegt je levenshouding naar een andere context. Ook dat kan een ‘katholieke’ weg zijn.

Bij mijn pleidooi werd opgemerkt dat er ook andere manieren bestaan om katholiek te zijn dan in de rooms-katholieke kerk. Ik zou de laatste zijn die mensen die weg niet gunt. Voor mij is echter niet het instituut primair, maar de levenshouding. En een levenshouding heeft concrete vormen nodig die niet willekeurig zijn. In die zin kies ik autonoom voor de katholieke kerk, in haar roomse vorm, en anderen verstaan daar iets anders onder.

Er kunnen dingen zijn die zo haaks op je overtuigingen staan dat je moet zeggen: ”Hier sta ik en ik kan niet anders!“

Ritueel

Het meest autonoom voel ik me als monnik in de koorbanken. Het is opvallend dat wij in onze gemeenschap, ook als we het ergens totaal niet over eens zijn en er fel over discussiëren, toch samen in de abdijkerk de Vespers kunnen zingen. We doen dat in het Latijn. Het gaat er dan niet om dat we eigenlijk toch allen hetzelfde Godsbeeld moeten hebben, want de archaïsche tekst komt multi-interpretabel over. Hij biedt ruimte, en ik voel niet de behoefte om op de verschillen in duiding en ervaring te gaan zitten.

Nee, op een dieper niveau verbindt ons het rituele engagement – een kader dat onvervangbaar is en ruimte biedt. Natuurlijk is zo’n kader niet alleen in de rooms-katholieke kerk aan te treffen. Toch heeft juist het rituele karakter van deze kerkelijke levensstijl mij van kinds af aan gefascineerd en ook steeds weer aan deze kerk gebonden.
Niet omdat ik te lui, te bang of te slap zou zijn een andere weg te gaan, maar omdat ik het mijn roeping vindt om juist vanuit die voedingsbodem steeds meer ikzelf te worden. Voor de ander, op zoek naar God. Zou dat autonoom katholiek zijn? Voor mij in ieder geval wel, al zal menigeen het daarin niet met mij eens zijn.

Jan Martijn Abrahamse

Ik neem deze weken als theoloog-blogger zo voor mijzelf de vrijheid om eens voorzichtig wat te bezinnen op publieke theologie: theologie die zich actief begeeft op het publieke terrein van sociale structuren, recht, politiek, wetenschap, enzomeer. Deze keer de vreemde gewaarwording dat maatschappelijke discussies steeds meer gekoppeld worden aan (groeps)identiteit. Dat wil zeggen: mensen verbinden hun persoonlijke maatschappelijke inbreng meer en meer met een pleidooi voor de erkenning van een bepaalde sociale groep.

Een persoonlijk getint boek voor wie de De Korte wil ontmoeten en wil weten hoe hij denkt over kerk en geloof, orthodoxie en spiritualiteit. De bisschop houdt een warm pleidooi voor een hartelijke beleving van het geloof, omdat hij voor alles gelooft in een liefdevolle God.

hartelijk katholiek

< Terug