< Terug

Concentrisch denken over de kerk

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Sake Stoppels, die schrijft over hoe mensen op verschillende manieren bij de kerk betrokken kunnen zijn.

Sake Stoppels

De kerk kan helpen bij het bouwen van coalities tussen ‘mensen van goede wil’.

Bij het nadenken over de toekomst van de kerk en de kerk van de toekomst kom ik regelmatig het idee van the centered set tegen. Het vormt de tegenhanger van the bounded set. Bij deze laatste manier van denken kent de kerk een heldere grens: je hoort erbij of je hoort er niet bij. De kaartenbak is hier maatgevend. Met onze diffuser wordende grenzen is het bounded set-denken op zijn retour. Het past ook niet bij een missionaire kerk. Meer en meer denken we in termen van een centered set. Grenzen zijn hier onscherp en flexibel, maar de kern is helder.

Drie cirkels

Boeiend in dit verband is het recente pleidooi van de Amsterdamse pionier Tim Vreugdenhil voor trapsgewijze vormen van participatie. Hij onderscheidt drie vormen. Als ik het concentrisch mag beschrijven, gaat het in de buitenste cirkel om mensen die iets goed willen doen en goed willen leven, vanuit welke inspiratie dan ook. De kerk kan een plek zijn om elkaar daarin te stimuleren. Ze kan helpen bij het bouwen van coalities tussen ‘mensen van goede wil’.

In de cirkel daarbinnen gaat het om het zoeken van zin. Hier is er veel openheid voor elkaars zoektochten en antwoorden. Mensen verzamelen zich primair rond gedeelde zingevingsvragen, niet rond specifieke antwoorden. De binnenste cirkel wordt gevormd door de toewijding aan Jezus Christus. Hier gaat het om mensen die zich ‘kind van God’ weten of ‘in Christus zijn’.  Zonder deze binnenste cirkel kan de kerk niet bestaan. Deze cirkel vormt echt het hart van de gemeenschap, maar Vreugdenhil ziet dus wel heel graag ruimere vormen van beschikbaarheid en participatie.

Om Jezus heen verzamelen zich steeds opnieuw mensen, sommigen op afstand, anderen juist heel dichtbij

De praktijk is vaak echter dat mensen die zich niet tot die binnenste cirkel rekenen in de kerk niets te zoeken hebben.

Bloed vanuit het hart

Het pleidooi van Vreugdenhil komt niet uit de lucht vallen; ik zie het terug bij allerlei denkers over de kerk. Een goed voorbeeld is Gerben Heitink die in 2008 in zijn boek Kerk met karakter al pleit voor een concentrisch denken over de kerk. Hij laat zich daarbij inspireren door Jezus die in het midden van zijn bange groep van leerlingen bij twee ontmoetingen het vredeswoord spreekt (Johannes 20:19-29). Om hem heen verzamelen zich steeds opnieuw mensen, sommigen op afstand, anderen juist heel dichtbij. Die ruimte is wezenlijk voor de kerk, schrijft Heitink.

Al veel eerder praktiseert ds. Hans Visser in de Rotterdamse Pauluskerk deze vorm van concentrisch kerk-zijn. De diaconale Pauluskerk baart in de jaren 80 opzien met haar vergaande diaconale presentie. Visser is hier radicaal, want bijvoorbeeld ook een veilige gebruikersruimte maakt in zijn ogen deel uit van de kerk. Hij ziet deze ruimte, waar drugsgebruiker ongestoord (en als ze willen ook helemaal anoniem) hun drugs kunnen gebruiken, als een buitenste cirkel van de concentrische gemeenschap die de kerk is.

Het hart van de gemeenschap wordt gevormd door de binnenste cirkel; zij pompt het bloed van de gemeenschap naar de andere twee

Ook de niet-commerciële verhuur van kantoorruimte in de kerk aan groepen die gericht zijn op humaniteit hoort bij deze cirkel. In de cirkel daarbinnen horen zaken als vormingsactiviteiten, diaconale werkgroepen en hulpverlening. Het hart van de gemeenschap wordt gevormd door de binnenste cirkel: de zondagse eredienst, het avondgebed, het pastoraat, de biecht, de voorbede. Dit hart pompt het bloed van de gemeenschap naar de twee andere cirkels.

Welke kleur vlag hangt er?

Zeker niet iedereen zal zover willen gaan als Visser destijds, maar het model van concentrische gemeenschapsvorming leeft misschien wel meer dan ooit. Pioniersplekken werken heel vaak volgens deze aanpak. Daar zijn ze vaak ook heel open over. Ooit was er een pioniersplek in een woonwijk die door de kleur van de uitgestoken vlag duidelijk maakte wat voor programma ze hadden. De precieze kleuren weet ik niet meer, maar zeg dat de blauwe vlag duidelijk maakte dat het om een ‘neutrale’  activiteit ging en de gele vlag liet zien dat er iets christelijks gaande was. Dat is een creatieve manier om je concentrische aanpak te laten zien.

De centered set-benadering verdient een plek in het DNA van ‘gewone’ kerken

Dit model verdient in mijn ogen een plek in het DNA van ‘gewone’ kerkelijke gemeenten. Toch is dat vaak nog niet het geval. Onlangs hadden we bijvoorbeeld met meerdere wijkgemeenten in mijn woonplaats een avond over het puberbrein. Via de kerkelijke media was daarvoor reclame gemaakt, maar zo’n onderwerp is bepaald niet alleen in de kerk van belang. Toch was het bij niemand opgekomen om de lokale pers in te lichten over deze avond.

Een spannend concept

Elke gemeenschap die wil gaan werken met een centered set-benadering stuit op belangrijke principiële vragen. Om er een paar te noemen: wat is eigenlijk het hart van onze gemeenschap? Hebben we dat scherp? Of praten we daar nooit over? Hoe verhouden de drie cirkels zich tot elkaar? Hoe voorkomen we bijvoorbeeld dat de twee buitenste cirkels toch als een fuik worden ervaren richting de binnenste cirkel? Zo zijn er meer vragen te noemen. Theologisch wordt het hier spannend, maar juist in die context kan een gemeente of gemeenschap groeien in geloof, hoop en liefde.

De huidige generatie kerkenraadsleden staat voor keuzes die vorige generaties niet hoefden te maken. De secularisatie dringt dilemma’s op. De middelen van menskracht en geld nemen af. Kerkenraden moeten prioriteiten stellen. Pregnant wordt de keus als ze moeten besluiten over de inzet van het kerkgebouw.

Opener dan ooit

In Opener dan ooit daagt Tim Vreugdenhil kerken uit om na de coronacrisis nieuwe kansen te zien en te grijpen. De auteur kiest vijf velden waarop er voor kerken voldoende ontwikkelingspotentieel is: spiritualiteit, innovatie, inhoud, community en communicatie. Hij maakt er een spannende ontdekkingstocht van, met kritische vragen en wenkende perspectieven.

< Terug