< Terug

De blijvende betekenis van de theologie

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Erik Borgman, die schrijft over de Nacht van de Theologie, en de inherente waarde van theologie.

Erik Borgman

De eerste vraag is niet met wie of wat jij je wilt verbinden, maar wie en wat zich in diens lijden met jou verbindt.

Op 14 november 2021 vindt de tiende nacht van de theologie plaats. Als een van de oud-theologen van het jaar werd ik uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan een boekje dat bij deze gelegenheid zal verschijnen.

Nu vind ik de Nacht van de Theologie zelf een dubbelzinnig fenomeen. In een tijd van evenementalisering wil ook de theologie haar eigen evenement. Daarmee dreigt voor mij buiten beeld te verdwijnen dat de theologie juist het onooglijke, het saaie en het als overbodig beschouwde, asiel moet verlenen.

Theologie als asiel

In 2017 werd God is een vluchteling van de Vlaamse journalist David Dessin uitgeroepen tot het beste theologisch boek. Nu is Dessins boek helemaal geen theologie, maar de titel getuigt wel van een intuïtie die wat mij betreft theologisch uiterst belangrijk is. God verdwijnt uit beeld doordat diegenen waarmee God zich bij uitstek verbindt uit beeld verdwijnen. God is verbonden met ervaringen, gebeurtenissen, mensen die doorgaans buiten ons blikveld vallen en waar nauwelijks taal voor beschikbaar is om er goed over te kunnen spreken.

Theologie moet juist het onooglijke, het saaie en het als overbodig beschouwde, asiel verlenen

Daarom kan de theologie zich niet beperken tot wat gezegd kan worden. Dat schept nu juist de illusie dat God afwezig is. Theologie heeft tot taak het ongeziene en ongehoorde intellectueel asiel te verlenen. Misschien geeft het ongeziene en het ongehoorde dan omgekeerd de theologie asiel.

Misfit als uitverkiezing

De theologie heeft mij persoonlijk altijd een vorm van asiel verleend. Ik denk achteraf dat ik theoloog geworden ben omdat ik al tamelijk vroeg wist dat gewoon zijn en gewoon doen er voor mij niet inzat. De druk bij ons thuis was niet heel groot, maar zoals alle kinderen probeerde ik een tijdje hartstochtelijk te zijn zoals iedereen. Het bleek niet haalbaar en ik kwam tot de conclusie dat het dan misschien wel niet de bedoeling was.

En waar mensen vaak afwijzend of lacherig op reageerden, dat werd, zo ontdekte ik, in de kerk nu juist geprezen. Ik wil op mijzelf geen hagiografisch cliché toepassen, in de trant van: als klein kind vastte hij al op vrijdag door de moederborst te weigeren of op jonge leeftijd was hij al nergens liever dan in de kerk – hoewel dat laatste wel een beetje waar was. Ik wil vooral zeggen dat ik niet het verlangen van mijn collega’s deel om ‘normaal’ te zijn. Hoewel ik het toen niet zo kon zeggen, wist ik al jong dat het feit dat je je vaak een misfit voelt een uitverkiezing kan betekenen. Dat ik het nu wel kan zeggen, dank ik aan de theologie.

Niets en niemand gaat op in zijn functie

‘Zes dagen kunt u werken en alle arbeid verrichten,’ zo luidt het in het vierde – vanouds telden wij katholieken het als het derde, maar dat lijkt exegetische echt een vergissing – van de tien geboden, ‘maar de zevende dag is sabbat voor de Ene uw God’ (Exodus 20,9-10). Niemand mag dan werken: “… uzelf niet, uw zoon niet, uw dochter niet, uw slaaf niet, uw slavin niet, uw dieren niet, evenmin als de vreemdeling die bij u woont.” (vers 10) ‘Bedenk dat u slaaf bent geweest in Egypte,’ luidt de toelichting op dit gebod in het boek Deuteronomium (5,15), ‘en dat de Ene uw God u met sterke hand en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid’.

Het feit dat je je vaak een misfit voelt, kan een uitverkiezing betekenen

De sabbat herinnert eraan dat niemand en niets opgaat in zijn functie, maar vrij hoort te zijn en altijd allereerst in zichzelf waarde heeft als schepsel van God. Het simpele feit dat iets bestaat betekent dat het in Gods ogen waardig is te bestaan.

Een theologie die zich laat aanspreken door de God over wiens zijn niet gesproken kan worden in termen van het alternatief tussen aan- en afwezigheid, zoals Eberhart Jüngel het geformuleerd heeft, begint met in deze zin de sabbat eren. Breken met het functionalisme, op de eerste plaats met ons eigen functionalisme, en in contemplatieve openheid zien wat is, dat het van God is, en dat het voor zover het van God is te vertrouwen is.

Mede-lijden

“Wat moet ik doen, vroeg een wetsgeleerde aan Jezus, om het eeuwig leven te verwerven.” (Lukas 10,25) Velen mogen dan aarzelen over dat eeuwige leven, maar de overtuiging dat je iets moet doen en het leven verworven moet worden staat steviger overeind dan ooit. Je moet je de naaste tonen van degenen die dat nodig hebben, is de moraal die doorgaans ontleend wordt aan de parabel van de Barmhartige Samaritaan, die op deze vraag volgt.

Maar de uitspraak van de wetsgeleerde die Jezus prijst draait om ‘barmhartigheid’: ‘de hem barmhartigheid heeft laten zien’. Barmhartigheid is hier de vertaling van eleos, dat ‘medelijden’ betekent – met de nadruk op mede. Beslissend is dat de Samaritaan zichzelf niet langer in het centrum stelde, zich niet afvroeg wat hij moest doen, maar zich liet bepalen door het lijden dat hij zag. De eerste vraag is niet met wie of wat jij je wilt verbinden, maar wie en wat zich in diens lijden met jou verbindt. En of je dat toelaat.

Misstanden

De eerste vraag voor theologen bij een misstand is niet: wat gaan wij aan deze situatie doen? De eerste vraag voor een geestelijk verzorger zou moeten luiden: hoe wordt hier een verbinding met ons gelegd?

Het simpele feit dat iets bestaat, betekent dat het in Gods ogen waardig is te bestaan.

In de gezondheidszorg gaat het dan bijvoorbeeld om de vraag wie of wat de zieke eigenlijk is voor degenen die niet ziek zijn? Dus: voor degenen die wel overeind blijven in een samenleving die ziek maakt en die als ze ziek zijn vooral nadenkt over hoe ze zo snel mogelijk weer gezond kunnen worden, of zoveel mogelijk kunnen functioneren alsof zij gezond zijn.

Zouden wij deze vragen centraal stellen, dan zouden we een andere visie op de zorg hebben dan de heersende.

Theologie van betekenis

Op het conto van paus Franciscus staat een van de meest opmerkelijke uitspraken van een kerkleider over de theologie van de laatste decennia. De paus zegt:

“De theoloog die tevreden is met zijn volledige en sluitende gedachtegang, is onbeduidend. De goede theoloog en filosoof heeft een open, dat wil zeggen onvolledige gedachtegang, altijd open voor het maius van God en van de waarheid, altijd in ontwikkeling …”[1]

Een filosofie en theologie die in dienst staan van een waarheid dus die zich steeds opnieuw opent en van het evangelie dat zich telkens incarneert. Aan deze theologie en bijbehorende filosofie wijd ik van harte mijn leven. Omdat zij van betekenis is, hoe dan ook. Daar heeft zij geen Nacht van de Theologie voor nodig.

Noot

[1] Vertaald door Borgman. “The theologian who is satisfied with his complete and conclusive thought is mediocre. The good theologian and philosopher has an open, that is, an incomplete, thought, always open to the maius of God and of the truth, always in development …” Paus Franciscus, Apostolic Constitution Veritatis Gaudium: On Ecclesiastical Universities and Faculties, punt 3. https://www.vatican.va/content/francesco/en/apost_constitutions/documents/papa-francesco_costituzione-ap_20171208_veritatis-gaudium.html

Credits bij uitgelichte foto: De barmhartige Samaritaan, Meester van de Barmhartige Samaritaan, 1537 (bron: Rijksmuseum)

 

Oldtimers, wiskunde en Bonaventura

Guus Labooy

Laatst preekte ik bij een huwelijk over 1 Korintiërs 13. Ik wilde de overwegend ongelovige luisteraars graag verrassen met iets wat ze niet zo bij het christelijk geloof zouden zoeken. Die missionaire kans werd me in de schoot geworpen, aangezien de bruidegom dol was op zijn oldtimer trekker en de bruid wiskunde gaf. Voordat ik het wist werden het voetsporen naar God en ‘de liefde die blijft’. ‘Vergezocht,’ zei een eigentijds stemmetje in mij. ‘Toch maar doen,’ fluisterde Bonaventura. Ja, misschien wil Hij het gebruiken, tegen alle kansberekening in.

Verder lezen
Laad meer Theologenblogs

Nooit heb ik niets met U

In Nooit heb ik niets met U voert Henk Veltkamp persoonlijke gesprekken met 25 verschillende mensen over wie God voor hen is. Die vraag levert heel diverse antwoorden op. De een krijgt een warm gevoel en raakt niet meer uitgepraat. De ander haalt de schouders op. Gesprekken met Stevo Akkerman, Nora Asrami, Tamarah Benima, Stef Bos, Tijs van den Brink, Heino Falcke, Jacobine Geel, e.a.

nooit heb ik niets met u

< Terug