< Terug

De Geest van de Heer en vrijheid

Maandag is de dag van de Theologenblog; een actuele blog uit de pen van een richtinggevend theoloog. Deze week is dat Saskia van Meggelen, die schrijft over en 'woke' zijn.

Saskia van Meggelen

‘Woke’ ben je niet om maar woke te zijn, maar omdat je verlangt naar ruimte, naar vrijheid, naar serieus genomen te worden.”

In 1988 deed ik als theologiestudent campingwerk in Duitsland bij Kirche Unterwegs. We zongen daar geregeld het lied ‘Herr, deine Liebe ist wie Gras und Ufer’. Het gaat over vrijheid: vrijheid voor jezelf en vrijheid om met anderen samen te leven, een vrijheid die God geeft. Het thema sprak jongeren aan; vrijheid om jezelf te zijn, om je te kunnen ontplooien.

De val van de muur

Een jaar later viel de muur en kwamen enkele van die jongeren me een stuk steen brengen dat ze zelf uit de Berlijnse Muur gebikt hadden – de muur gebouwd uit stenen van onze angst, zoals het lied daarover spreekt, had het niet gehouden. Voor het eerst kwam het mij voor dat God niet enkel met mijn persoonlijke vrijheid van doen had, maar ook met bevrijding van maatschappelijke structuren.

Of je nu sympathie koestert voor de bevrijdingsbewegingen van deze tijd, of er weerstand bij ervaart, ze leggen onze samenleving een rekening voor

“… waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid.” (2 Korintiërs 3:17) Dat geldt voor mijzelf: ik weet me een kind van God dat niet met plichten hoeft te leven, maar dat mag staan in de ruimte van Gods liefde, met mogelijkheden en kansen om mens te zijn. En nu zag ik dat het ook voor de samenleving gold: mensen van Oost en West omhelsden elkaar, konden gaan en staan waar zij wilden. De euforie was groot, ook onder ons ‘Kirche Unterwegers’; de Geest van de Heer was hier aan het werk, we dankten God.

Woke

Onze tijd kent haar eigen issues, haar eigen doorgaande bevrijdingsbeweging: mensen van kleur, lhbtqia+, vrouwen (en mannen) die seksisme ervaren. Of je hier nu sympathie voor koestert of weerstand bij ervaart, deze bewegingen leggen onze samenleving een rekening voor. ‘Woke’ ben je niet om maar woke te zijn, maar omdat je verlangt naar ruimte, naar vrijheid, naar serieus genomen te worden. Iets wat blijkbaar niet ervaren wordt in bestaande structuren.

Tot slaaf gemaakt

In het derde couplet van ‘Herr, deine Liebe’ staat zo mooi:

Er zijn nog steeds muren tussen mensen
en we kijken elkaar door tralies aan.
Unser versklavtes ich ist ein Gefängnis
und ist gebaut aus Steinen unsrer Angst.

Eerder zou ik ‘versklavt’ vertaald hebben met ‘geknecht’ of ‘onderworpen’. Maar nu tot slaaf gemaakte mensen (en hun nakomelingen) roepen om erkenning, is het mooi om te spreken over ons ‘tot slaaf gemaakte’ ik. Daar oog voor krijgen, dat we een tot slaaf gemaakt ik hebben tot God ons daarvan bevrijdt, kan ons solidair maken met hen die op een andere manier ervaren tot slaaf gemaakt te zijn.

Mijn vrijheid wordt begrensd door de ruimte die de ander nodig heeft

Vrijheid van onderdrukkende structuren

Het vierde couplet gaat onder meer over God als Rechter, als de Enige die kan bevrijden – en wanneer Hij ons vrijspreekt, dan is er ook vrijheid. Het is vrijheid die geldt voor (groepen) mensen en volken zo ver als Gods liefde ons te pakken krijgt.

Dat stemt tot nadenken. Als het om bevrijding van onderdrukkende structuren gaat, dan is daar dus ook verandering van personen voor nodig. De verandering van individuen die zich voortaan door de Geest laten leiden, die Gods liefde de ruimte willen geven in hun leven. Mijn vrijheid wordt begrensd door de ruimte die de ander nodig heeft.

Bekering

Niet minder dan mijn persoonlijke bekering is wat er nodig is. Ik ben dat zelf gaan inzien door het hebben van geadopteerde dochters. Zij hebben geregeld discriminatie ervaren om hun Aziatische uiterlijk en laten mij zien hoe stereotype aanduidingen, die ik ook zelf ondoordacht gebruik, hen klein maken.

Het heeft met fatsoen te maken, maar ik doe het niet plichtmatig

Ik kan niet meer lachen om opmerkingen die zogenaamd grappig bedoeld zijn, maar hen wegzetten. Waarom bijvoorbeeld ‘Honky tonky Shanghai’ zingen bij een verjaardag op school? – en aan het begin van de coronapandemie was het erger en werden ze zowaar uitgescholden en gemeden. Ik ben het gaan ‘ontleren’ om zo te spreken. Ik ben voortdurend aan het ‘omleren’, zodat ik niet onnodig mijn dochters – en anderen – kwets.

Geleid door de Geest – geleid door Gods liefde

Juist vanwege het feit dat ik wil leven in de geest van mijn Heer, met en door de Heilige Geest, krijg ik oog voor mensen die anders zijn dan ik en die nog onvrijheid ervaren. Juist daarom laat ik me corrigeren en ga ik het voortaan anders doen.

Ik vier Pinksteren als feest van de vrijheid, want ja: waar de Geest van de Heer is, is vrijheid

Dat heeft met fatsoen te maken, maar ik doe het niet plichtmatig; het heeft vooral met de liefde van God te maken, waardoor ik me laat leiden. Wanneer de liefde van God je te pakken heeft, dan wil je ook een liefdevol mens zijn: een mens die dankbaar is voor eigen vrijheid en kansen en die aan iedereen in onze samenleving gunt.

We vieren binnenkort weer Pinksteren. Ik vier het als feest van de vrijheid – waar de Geest van de Heer is, is immers vrijheid. Op die eerste dag worden allen vervuld met de Heilige Geest. Op die eerste Pinksterdag riepen de toehoorders: ‘wat moeten wij doen?’ (Handelingen 1:37) Mag die Geest die waakt voor vrijheid over velen komen in onze tijd en ons doen inzien welk mens en welke minderheden, een andere, niet-denigrerende, respectvolle bejegening behoeven.

Tot slot, de tekst van het lied:

1.
Herr, deine Liebe ist wie Gras und Ufer,
wie Wind und Weite und wie ein Zuhaus.
Frei sind wir, da zu wohnen und zu gehen.
Frei sind wir, ja zu sagen oder nein.

Refrein.
Herr, deine Liebe ist wie Gras und Ufer,
wie Wind und Weite und wie ein Zuhaus.

2.
Wir wollen Freiheit, um uns selbst zu finden,
Freiheit, aus der man etwas machen kann,
Freiheit, die auch noch offen ist für Träume,
wo Baum und Blume Wurzeln schlagen kann.

3.
Und dennoch sind da Mauern zwischen Menschen,
und nur durch Gitter sehen wir uns an.
Unser versklavtes Ich ist ein Gefängnis
und ist gebaut aus Steinen unsrer Angst.

4.
Herr, du bist Richter! Du nur kannst befreien,
wenn du uns freisprichst, dann ist Freiheit da.
Freiheit, sie gilt für Menschen,Völker, Rassen,
so weit, wie deine Liebe uns ergreift.

Laatst preekte ik bij een huwelijk over 1 Korintiërs 13. Ik wilde de overwegend ongelovige luisteraars graag verrassen met iets wat ze niet zo bij het christelijk geloof zouden zoeken. Die missionaire kans werd me in de schoot geworpen, aangezien de bruidegom dol was op zijn oldtimer trekker en de bruid wiskunde gaf. Voordat ik het wist werden het voetsporen naar God en ‘de liefde die blijft’. ‘Vergezocht,’ zei een eigentijds stemmetje in mij. ‘Toch maar doen,’ fluisterde Bonaventura. Ja, misschien wil Hij het gebruiken, tegen alle kansberekening in.

Nooit heb ik niets met U

In Nooit heb ik niets met U voert Henk Veltkamp persoonlijke gesprekken met 25 verschillende mensen over wie God voor hen is. Die vraag levert heel diverse antwoorden op. De een krijgt een warm gevoel en raakt niet meer uitgepraat. De ander haalt de schouders op. Gesprekken met Stevo Akkerman, Nora Asrami, Tamarah Benima, Stef Bos, Tijs van den Brink, Heino Falcke, Jacobine Geel, e.a.

nooit heb ik niets met u

< Terug