< Terug

De God van Marieke Lucas Rijneveld

Maandag, Theologenblog-dag. Deze week opent Saskia van Meggelen de week met een reflectie een interview met Marieke Lucas Rijneveld. Is het zielig voor God om Hem de rug toe te keren? Is Hij iemand om te redden?

Saskia van Meggelen

Marieke Lucas Rijneveld is wat mij betreft de stem die predikanten van deze tijd ook moeten willen zijn.”

Een van de grote auteurs van dit moment is Marieke Lucas Rijneveld. Met de Booker Prize die hij ontving voor de Engelse versie van De avond is ongemak vestigde hij zich als schrijver van internationaal formaat. Als liefhebber van literatuur volg ik de carrière van Rijneveld, die net als ik opgroeide als Gereformeerd meisje in een overwegend agrarisch dorp met een grote Gereformeerd Synodale Kerk – zij het enkele decennia later dan ik. Daarbij stond ik als predikant in de naburige gemeente van waar zij opgroeide, een gemeente met dezelfde ligging als die zij bezocht. Dat schept verbondenheid.

Nu zijn dat feiten, de verbondenheid voel ik vooral door het geschrevene. Ik herken – zie vorige column – de Godsbeelden die werden meegegeven in de opvoeding. De gevoeligheid voor taal die zich ontwikkelt wanneer je als (niet helemaal doorsnee) meisje zondag aan zondag zit onder het Woord. In deze column verken ik het Godsbeeld van Marieke Lucas Rijneveld.

Hij vertelt hoe hij altijd bezig is woorden die verloren zijn gegaan, op te delven.

God aan het roer

In een prachtig interview voor Nooit meer slapen vertelt Rijneveld over zijn persoonlijk geloof. Chapeau overigens voor interviewer Pieter van der Wielen, die dit onderwerp zonder oordeel aansnijdt – dat maak je in het huidige medialandschap wel eens anders mee! Rijneveld vertelt in dit interview hoe hij altijd bezig is woorden die verloren zijn gegaan, op te delven en uit de vergetelheid te halen, zoals het woord ‘komijnsplitser’, dat de titel werd van zijn laatste dichtbundel Komijnsplitsers, wat een beeld voor de zuinige mens is.

Op het moment van het interview is het een boek met scheepstermen waarin Rijneveld zich verliest en komen de woorden: ‘mars zitten’, ‘volhouden’ en ‘aan het roer staan’ voorbij. God, zegt hij dan, staat nog altijd aan het roer in mijn leven, zit nog altijd in het kraaiennest en kijkt vandaar toe hoe de mens leeft, hoe jij leeft. Rijneveld vertelt over de taal die hij meekreeg met de preken die hij hoorde, met de Bijbellezingen van vader aan tafel, hoe zij (ik gebruik hier de vrouwelijke vorm, omdat ik het meisje van toen present wil stellen), heus niet altijd bewust met het geloof bezig, veel daarvan meekreeg en hij nog steeds iedere dag een Bijbeltekst in de mailbox krijgt, in de Nieuwe Bijbelvertaling en de Statenvertaling.

“Ik ben er huiverig voor om te zeggen dat ik niet meer zou geloven, want dat vind ik zielig voor God.”

‘Is er ruimte voor een Schepper in jouw leven?’ vraagt Pieter van der Wielen, en Rijneveld antwoordt: “Wel in mijn hoofd, in mijn leven misschien wat minder. Ik weet het op dit moment niet zo goed vorm te geven.” En dan doet hij een uitspraak die mij bijzonder raakt. “Ik ben er huiverig voor om te zeggen dat ik niet meer zou geloven, want dat vind ik zielig voor God.Het zou onaardig zijn om Hem de rug toe te keren.”

Rijneveld gelooft niet meer in een angstaanjagende God, zoals in zijn jeugd. Er is een worsteling met God, toch noemt hij zijn relatie met God nog altijd als een soort kindrelatie, er is ook een worsteling met de kerk, naar de kerk gaan hoeft niet, al sluit hij niet uit dat hij in de toekomst toch weer naar een kerk wil gaan omdat hij nu weinig anderen tegenkomt die ook gelovig zijn. Tot zover het interview.

Etty Hillesum

In een ander tijdsgewricht – alhoewel, lees het gedicht Een krijgszuchtige tijd van Rijneveld – deed Etty Hillesum de uitspraak: “Dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf. En dit is het enige, wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige, waar het op aankomt: een stukje van jou in onszelf, God.” Zonder te pretenderen dat Rijneveld met het ‘zielig voor God’ een grote uitspraak heeft willen doen als Hillesum, voel ik toch verwantschap tussen deze uitspraken. God heeft onze hulp nodig, wil Hij nog invloed kunnen blijven hebben en het is zielig voor God wanneer mensen Hem de rug toekeren. Dan verliest God en verliezen we zelf.

Vanuit het kraaiennest kijken

Het is Rijneveld er in zijn werk om te doen te redden wat verloren gaat, waar donker is lichtheid te brengen en te troosten. In de gedichten komt die troost misschien duidelijker naar voren dan in de romans. In zowel de De avond is ongemak als Mijn lieve gunsteling beschrijft Rijneveld de vuile en verdrietige kanten van het leven. Seksueel misbruik, de ongerijmdheid van de dood van een broer en de impact die het heeft op de andere kinderen van het gezin die hun ouders willen redden en daardoor zichzelf verliezen, de wrede ruiming van zieke koeien in een pervers systeem van consumeren. Het is de bedoeling dat het de lezers een ongemakkelijk gevoel geeft, dat het ze aanzet na te denken over het kwaad en het te begrijpen, zonder te stigmatiseren.

Ook God, die dreigt verloren te gaan, verdient het gered te worden.

Terecht valt het werk van Rijneveld alom lof toe. Het is de functie die literatuur heeft: de complexiteit van het leven beschrijven en meerzijdige partijdigheid aanleren. Mensen zijn meer dan hun zwakten, vuilheid en onvermogen. Het helpt mij als predikant om zonder oordeel naar mensen/gemeenteleden te kijken, welke gruwelijke dingen je soms ook van hen hoort of opdoet. Je kijkt als predikant wel steeds vanuit het kraaiennest van waaruit God kijkt, maar zonder een eigen mening of vooroordeel. Je legt je toe op het verstaan van het leven van de mens die je voor je hebt en diens gewetensvorming, diens karaktervorming.

God is het waard om gered te worden

Rijneveld koestert wat verloren dreigt te gaan, het heeft helemaal met zijn geschiedenis te maken. Ook God, die dreigt verloren te gaan, verdient het gered te worden. Daarom is het zielig om je van Hem af te keren. Daarmee gaat juist de troost verloren die Hij ook biedt. De warmte van het gezien en gekend zijn, dieper dan je jezelf ooit kent. Marieke Lucas Rijneveld is wat mij betreft de stem die predikanten van deze tijd ook moeten willen zijn. Van zijn werk kunnen we leren dat het belangrijk is vuilheid en zonde te benoemen én tegelijk troost en genade te laten horen. In preek- en spreektaal die angst verdrijft en hoop biedt, in doen en laten, waardoor anderen zich welkom weten en thuis voelen.

Als je mijn vorige columns hebt gelezen weet je dat ik sporen van God ervaar in het leven en de muziek van Elvis en in de Nederlandse rapcultuur. Ik ga nog een stapje verder: God ligt op straat. Ik wil dat ook graag. Er bestaat geen scheiding tussen christelijke cultuur en wereldse cultuur. Ik ken het adagium ‘wel ín de wereld, niet ván de wereld,’ maar ik ben het er niet mee eens. Ik wil óók van de wereld zijn.

‘De avond is ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld is het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies. Vader en moeder zijn volledig verlamd door verdriet en zien niet hoe Jas en haar zusje Hanna en haar broer Obbe ondertussen langzaam ontsporen.

de avond is ongemak

< Terug