< Terug

Drie wijzen door Andrewes en Eliot

Maandag: tijd voor een column. Deze week opent Herwi Rikhof de week met een blik op de geschiedenis, en de doorwerking van een eeuwenoude preek op een iets minder oud gedicht – een gedicht dat Herwi jaarlijks diep raakt.

Herwi Rikhof

“Dit gedicht heeft mij gevoelig gemaakt voor de lagen in dat altijd meegaat wanneer ik Matteüs rond kerst lees.”

Hoe Journey of the Magi mijn ogen opent voor gelaagdheid

Is het een vorm van beroepsdeformatie dat je als predikant, bezig met een preek, een andermans preek van 400 jaar geleden leest? Ik was een verwijzing naar de betreffende oude preek wel eerder tegen gekomen en wist zelfs de naam van de predikant: Lancelot Andrewes. Maar de preek had ik nog nooit gelezen en ik had me ook niet gerealiseerd dat Andrewes ten nauwste betrokken was geweest bij de King James vertaling. Nu wilde ik iets controleren. Wat had T.S. Eliot in een van zijn mooiste religieuze gedichten, The Journey of the Magi,[1] precies overgenomen van die preek?

Ik wist dat Eliot, Andrewes hoog had zitten (hoger dan die andere beroemde predikant en dichter John Donne), maar hoe werkt die preek door in dat gedicht, dat ik altijd lees in de kersttijd? Het is een gedicht dat mij gevoelig heeft gemaakt voor de lagen in dat andere kerstverhaal en dat dus altijd meegaat wanneer ik dat verhaal uit Matteüs in de kersttijd lees. Gaat het alleen maar om een begincitaat?

Pas geleden heb ik voor het eerst in het echt de verbeelding gezien die waarschijnlijk de oudste is: drie vage figuren in verschillende kleuren op weg naar moeder en kind, in de catacombe van Priscilla in Rome

Een 16e-eeuwse triptiek

Als kind groeide ik op in een kerk waarvan ik pas later ontdekte hoe bijzonder die was: de Plechelmus in Oldenzaal. Een romaanse kerk met vroeg-gotische uitbouw. Wanneer ik met mijn oma naar haar veel jongere neogotische kerk ging, zag ik de verschillen nog niet. Wel keek ik tegen verschillende ‘verhalen’ aan. Bij oma zag ik het beeld van de ‘ongelovige’ Thomas die door Jezus terecht gewezen wordt, in de Plechelmus zag ik het zijaltaar met de drie koningen op bezoek bij het pasgeboren kindje.

Nu weet ik dat die ongelovige Thomas niet zo ongelovig was – integendeel – en nu weet ik ook dat die 16e-eeuwse triptiek met de afbeelding van de drie koningen het eind is van een lange ontwikkeling in de kunst waarin stap voor stap de onvermoede rijkdom van dat verhaal uit Matteüs ontdekt en ontwikkeld wordt.

Pas geleden heb ik voor het eerst in het echt de verbeelding van dat verhaal gezien die waarschijnlijk de oudste is: drie vage figuren in verschillende kleuren op weg naar moeder en kind in de catacombe van Priscilla in Rome. Die drie figuren krijgen vervolgens drie leeftijden (bijvoorbeeld in de mozaïeken van Ravenna) en nog later komen ze uit de dan bekende continenten: Europa, Azië en Afrika (bijvoorbeeld bij de Gebroeders van Limburg, Rogier van de Weijden en Geerten Gossaart). De wijzen zijn intussen koningen geworden met een uitgebreid gevolg van personeel en dieren. Een ontwikkeling die heel mooi de boodschap pakt van dat verhaal in Matteüs: gekomen voor alle volkeren. Die laatste stap in die ontwikkeling zag ik dus op het triptiek op het zijaltaar in de Plechelmus.

Een ontroerend en confronterend gedicht

Maar het gedicht van Eliot voegt daar nog een interpretatieslag aan toe, die mij elke keer weer roert en confronteert. Eliot begint, zoals gezegd, met een citaat uit de kerstpreek van Andrewes, gehouden in Whitehall in 1622. Maar blijft het bij dat citaat? Als je het gedicht leest, dan worden in het eerste gedeelte beelden opgeroepen die passen bij die laatste stap van het verbeelden van het verhaal: kamelen, bedienden. Maar in tegenstelling tot die schitterende schilderijen gaat het hier om een lange moeizame en barre tocht in the very dead of winter. ‘Folly’ is niet voor niets het laatste woord van dit deel. In het tweede gedeelte verandert de sfeer: alsof je in de lente bent aangekomen. De wijzen vinden het kind not a moment too soon en dat is (you may say) satisfactory. In het derde deel blijkt een van de wijzen jaren later terug te kijken en vraagt zich af of ze nu geboorte of dood hadden gezien:

   I had seen birth and death,
But had thought they were different; this Birth was
Hard and bitter agony for us, like Death, our death.

Hulde brengen

Nu ik niet alleen dat citaat uit de preek van Andrewes las, waarmee Eliot begint, maar de hele preek, viel mij op dat Andrewes in allerlei toonaarden het ‘zien’ en ‘komen’ uit de beginregels van Matteüs laat terugkomen. Wanneer ik ‘komen’ en ‘zien’ tegenkom, roept dat  haast automatisch dat befaamde gezegde van Julius Caesar op: ik kwam, ik zag, ik overwon (veni vidi vici). Wanneer Barnabas door de apostelen in Jerusalem naar Antiochië gestuurd wordt om daar orde op zaken te stellen, gebruikt Lucas in Handelingen ook ‘kwam’ en ‘zag’, en voegt daar dan niet ‘overwon’ aan toe, maar ‘verheugde hij zich:’ hij stemt van harte in met wat hij ziet. (Handelingen 11:23)

Andrewes wijst niet alleen op materiële geschenken, maar ook op onze ziel en ons lichaam

Andrewes doet ook zoiets. Hij voegt eraan toe: aanbidden (‘worship’), hulde brengen, zoals in die openingsverzen van Matteüs staat. Daar gaat het om: zonder dat zou al het zoeken en vinden doelloos zijn. En dát thema van de preek werkt door in het gedicht.

Terwijl bij Matteüs de wijzen hulde brengen door het kind geschenken aan te bieden, wijst Andrewes niet alleen op materiële geschenken, maar ook op onze ziel en ons lichaam. Door die bovenstaande opmerkingen over geboorte en dood geeft Eliot aan die hulde een onthutsende interpretatie waarin echo’s te horen zijn van Paulus’ opmerkingen over de oude mens: “… ons oude bestaan is met hem gekruisigd.” (Romeinen 6:6), “… geef uw vroegere levenswandel op en leg de oude mens af.” (Efeziërs 4:22; vergelijk Kolossenzen 3:3).

Door die echo’s is de reis van de wijzen niet beperkt tot de kersttijd. De opmerking van die oude wijze, no longer at ease here, in the old dispensation, geldt niet alleen voor hem.

Herwi Rikhof is emeritus hoogleraar systematische theologie en pastor van de Cenakelkerk in Heilig Landstichting.

Noot

[1] Er is een voordracht door T.S. Eliot zelf te vinden in The Poetry Archive, evenals de tekst: https://www.poetryarchive.org/poem/journey-magi/.

In een gemeente kunnen scheidslijnen zichtbaar worden tussen verschillende sociale milieus. Afgelopen zomer gebeurde dat bijvoorbeeld toen langs de randen van de wegen vlaggen op de kop kwamen te hangen, en een deel van de gemeenteleden met de trekker de weg op ging. Zo kan er ook een wens ontstaan om een uitspraak van de kerk; een keuze voor het één of ander. Maar wordt daarmee recht gedaan aan de verschlilende sociale milieus die zich ook in een kerk bevinden; en aan hoe die samen één kerk vormen?

Het jaar 1922 is een wonderjaar in de westerse literatuur. Naast Ulysses van James Joyce verscheen The Waste Land van T.S. Eliot. De roman en het gedicht zijn beide hoogtepunten van het modernisme.

het barre land

< Terug