< Terug

Een preek moet zijn als…

‘Als ik denk: dit is niet zo’n  goed doordacht verhaal, zeggen mensen juist dat de preek ze geraakt heeft.’

Iedere maand op het blog van PreekWijzer een interview met iemand die regelmatig preekt.
In maart: vier vragen aan Irma Pijpers-Hoogendoorn, predikant in de Protestantse Gemeente Zutphen.

 

1 Een preek moet zijn als een…

‘Ik vind het belangrijk dat een preek mensen verder helpt. Dat mensen aan het eind van een dienst zeggen: “Daar kunnen we weer mee voort.”
En ik wil het bijbelgedeelte actualiseren. Die woorden in de Bijbel zijn zo oud. Mensen zeggen dan al gauw: wat heeft dat met mijn leven te maken? Ik wil graag laten zien dat verhalen, woorden, tips uit heel oude tijden nu iets voor ons kunnen betekenen.’

 

2 Wat is voor jou belangrijk bij het voorbereiden van een preek?

‘Ik vind het altijd prettig om eerst de tekst een paar keer goed door te lezen. Dan zoek ik er extra informatie bij en maak ik een exegese. Als ik een beetje weet welke kant ik op wil, kijk ik vaak even op internet om te zien wat collega’s doen.
Dat informatie verzamelen doe ik meestal aan het begin van de week. Dan kan ik het daarna een beetje laten rijpen. Ik zit veel op de fiets, dan krijg ik ook invallen.
Op vrijdag ga ik schrijven. Dat begint met uitstellen, en als het niet opschiet, word ik steeds chagrijniger, want ik wil de preek in grote lijnen op vrijdagavond af hebben. Op zaterdag lees ik hem dan nog een keer goed door en schaaf ik hem bij.
Soms maak ik een mindmap (en ben ik dus meer aan het tekenen), meestal typ ik, en een enkele keer schrijf ik de hele preek met de hand – als ik veel in de trein zit in een week, bijvoorbeeld. Ik begin altijd met het formuleren van een focus (de tekst wil ons zeggen dat…) en een functie (na de preek beseffen de hoorders dat….) – die schrijf ik altijd met de hand.’

 

3 Welke reactie op een preek is je bijgebleven?

‘Laatst hield ik een dienst voor kinderen en preekte over 1 Korintiërs 12, het lichaam en de delen. Zowel van jong als oud kreeg ik toen te horen dat het een goed verhaal was. Van een hoogbejaard gemeentelid kreeg ik een mail waarin hij vertelde dat de preek hem zo goed had voorbereid op het Avondmaal. Dat maakte mijn dag echt goed: dat iemand de moeite neemt om te mailen. Dat gebeurt niet vaak. Je hoort meestal iets op het moment dat je de mensen een hand geeft bij het weggaan na de dienst.
Het valt me regelmatig op dat, als ik denk: dit is niet zo’n goed doordacht verhaal, mensen juist zeggen dat de preek ze geraakt heeft. Zelf vind ik dan zelf dat ik niet genoeg op de tekst gestudeerd heb. Klaarblijkelijk heb ik het dan meer over het dagelijks leven. Dat zegt me dat je niet met je neus in de boeken moet blijven zitten.’

 

4 Heb je een tip voor een (beginnende) collega?

‘Wat mij altijd erg helpt als ik vastzit: niet achter mijn bureau blijven zitten, maar even een rondje lopen of fietsen, even een klusje doen wat toch moet gebeuren. En dan opnieuw beginnen.’

< Terug